U bent hier

350 jaar Zeeland -Tobago (1654-2004)

350 jaar Zeeland -Tobago (1654-2004)

350 jaar geleden, tijdens een expeditie in opdracht van de Vlissingse rederkooplieden Adriaan en Cornelis Lampsins vestigden Zeeuwen zich in 1654 aan de zuidkust van het Caraïbische eiland Tobago, dat zij Nieuw Walcheren noemden. Zij stichtten de nederzetting Lampsinsburg, het hedendaagse Scarborough, en hoewel de nederzetting van de Zeeuwen verschillende malen werd bevochten door Spanjaarden, Engelsen, Letten en Fransen, hebben de Zeeuwen hun verblijf in Tobago met wisselend succes verdedigd tot in 1678.
In 1628 is Piet Heyn bij de achtervolging van de zilvervloot tussen Trinidad en Tobago door gezeild, waarmee hij de Spaanse vloot de pas afsneed en vermoedelijk verraste. Eén van zijn vice-admiraals, Banckert, liet bij deze tocht het anker vallen bij Tobago. Hij ging met een aantal manschappen aan land om water en proviand te zoeken maar werd door de op het eiland aanwezige indianen gedood. Dit onheil werd volledig overvleugeld door de overwinning op de zilvervloot. De gigantische buit wakkerde de hebzucht van de Nederlandse kooplieden aan en meerdere expedities naar het Caraïbisch gebied volgden. Eén van deze expedities leidde tot een kolonie op Tobago onder leiding van de Zeeuw Jan de Moor. In 1632 vestigden 200 immigranten uit Vlissingen zich op het eiland, die echter tussen 1634 en 1637 weer verdreven werden door de Spanjaarden.
 
Ook andere Europese landen hadden belangstelling voor het relatief kleine eiland. Naast de traditionele koloniale concurrenten als Engeland en Frankrijk, bezetten in 1642 ook kolonisten uit Courland, het huidige Letland, het eiland. De verhoudingen tussen de verschillende nationaliteiten waren in die dagen niet altijd duidelijk. Soms werd er een bloedige strijd gestreden, dan weer vermengden de nationaliteiten zich in een Europese verbroederende smeltkroes. Zo waren in de Courlandse nederzetting veel Nederlandse immigranten aanwezig, die vervolgens de immigranten uit Courland met wapens verdreven.
 
Na de Vrede van Westminster in 1654 verkregen de Zeeuwen rechten op Tobago en de reders Adriaan en Cornelis Lampsins stuurden naar schatting 600 nieuwe Zeeuwse emigranten naar het eiland om er de nederzetting Lampsinsburg op het zogenoemde Nieuw Walcheren te stichten.Het is het jaar 1654 dat als het begin van de historische relatie Zeeland –Tobago wordt beschouwd en tot de herinneringsmanifestatie heeft geleid, nu 350 jaar later.
 
In de afgelopen 400 jaar is de nationaliteitsvlag op Tobago 17 maal gewisseld. De verschillende nationaliteiten werkten dan weer samen, dan weer vochten ze tegen elkaar. De Nederlanders en in het bijzonder de Zeeuwen vochten met de Spanjaarden, de Engelsen, de Fransen en de Courlanders om de heerschappij over het eiland. Hierbij moesten meerdere malen tientallen en soms honderden doden de tol betalen voor de wisseling van de vlag. De koloniale strijd werd afgewisseld met aanvallen van de Carib, een krijgszuchtige indianenstam, afkomstig van het vasteland, of aanvallen van piraten die het eiland als schuilplaats voor de geroofde buit gebruikten. Confrontaties met muitende bemanningsleden die met hun schepen het eiland bezochten op zoek naar water of proviand zullen zelden zachtzinnig zijn geweest.
 
Boudewijn Buch heeft bij de opening van het Rijksarchief in Middelburg en bij de opening van het MuZEEum in het Lampsinshuis in Vlissingen de Zeeuwen verweten dat zij het droomeiland Tobago niet door de eeuwen heen in bezit hebben gehouden. De Commissaris van de Koningin zou dan zeker de titel Baron van Tobago kunnen dragen.
 
De rijke Cornelis Lampsins die een flinke som geld geleend had aan de Franse Zonnekoning, riep diens bescherming in om zijn positie op Tobago tegenover de buitenwereld te versterken. Bij wijze van terugbetaling verleende Lodewijk XIV de Vlissingse koopman een adelsbrief en verhief hij de aristocraat in wording tot “Baron van Tobago”. Het kleine eiland werd opeens herschapen in een Franse baronie door een koning die volstrekt niets over het eiland te zeggen had. In 1662 kreeg Lampsins het hele gebied in erfelijke leen van zijn wanbetaler. In de baronie Nieuw Walcheren woonden 1000 à 1500 kolonisten.
 
In 1677 vindt de dramatische vernietiging van Lampsinsburg door de Fransen plaats, waarbij veel slachtoffers vielen, gebouwen werden verwoest en schepen tot zinken gebracht.Vrouwen en kinderen waren aan boord van de schepen gebracht omdat een aanval van de Fransen vanuit het land werd verwacht. De Fransen vielen echter aan over zee en beschoten als eerste krijgshandeling de weerloze schepen waarvan de kanonnen aan land waren gebracht ter verdediging van de vesting. Een tiental schepen ligt nu op de bodem van de baai van Scarborough.
 
De Franse overwinning en bezetting werden formeel bekrachtigd in 1678 bij de vrede van Nijmegen. In 1803 viel Tobago definitief in Britse handen. Weliswaar komt men in historische verslagen meerdere malen personen tegen met wel erg Nederlands klinkende namen, maar Neerlands driekleur of de Zeeuwse vlag hebben er nimmer meer gewapperd. Slechts enkele geografische benamingen herinneren vandaag nog aan het verblijf van de Zeeuwen.
 
Voor het Zeeuwse gewin zijn in de relatief korte periode dat Tobago Zeeuws gebied genoemd kon worden honderden mensen opgeofferd. De Zeeuwse kolonisten, vermoedelijk uit de laagste klassen van de samenleving, gingen ten onder aan ziekte en strijd. Na afloop van krijgshandelingen vond vervolgens een gedwongen verscheping plaats naar één van de andere Caraïbische eilanden waar men als “witte slaven” te werk gesteld werd op Engelse of  Franse plantages. Weinigen hebben een terugkeer mogen meemaken. Slechts enkelen zullen bij die terugtocht welvarender zijn geweest dan bij hun vertrek, omdat het geldelijke gewin voornamelijk ten goede kwam van de rederkooplieden Lampsins die de expedities uitgerust hadden. Vandaag bewonderen we hun nalatenschap, het Lampsinshuis waarin het MuZEEum gevestigd is. Een prachtig historisch monument, dat wel heeft moeten verrijzen over de ruggen van velen die crepeerden. Bij het memoreren van de gemeenschappelijke geschiedenis van Tobago en Zeeland kan men niet voorbij gaan aan de ellende van velen. Ellende voor de oorspronkelijke bevolking, ellende voor de uit Afrika afkomstige slaven en ellende voor de vele Zeeuwse kolonisten zelf. In Tobago spreekt men gelukkig van een verwerkt verleden.
 
Trinidad/Tobago is vandaag een welvarend land dankzij de oliewinning. Dat gold niet voor de afgelopen 200 jaar, want na de afschaffing van de slavernij, dus met het wegvallen van de goedkope arbeid, verdween de rijkdom van de plantages.
In 1750 was Tobago zo welvarend dat er een Engelse uitdrukking over bestaat, “rich as a Tobago planter”. Maar na de afschaffing van de slavernij ging de economie zo snel achteruit, dat Tobago in de opvolgende jaren gekarakteriseerd kon worden, zoals Albert Helman het verwoordt, “stralend van oude schoonheid, maar krimpend van nieuwe armoede en schreeuwend van uitzichtloosheid”.
 
Oliewinning en toerisme zijn vandaag de economische peilers waarop de eilandenstaat steunt. Tobago heeft belang bij het ecotoerisme dat behalve in de onderwaterwereld vooral ook in het tropische oerwoud tot zijn recht komt.

Zeeland en Tobago zouden meer voor elkaar kunnen betekenen. Naast het toerisme verdient de culturele uitwisseling van de musea aandacht. De twee gewesten hebben een gemeenschappelijke maritieme historie. Omdat de koloniale grootmachten die na de Zeeuwen op het eiland het bewind voerden veel moeite hebben gedaan om de Zeeuwse sporen uit te wissen, is er op Tobago belangstelling dat deel van de geschiedenis weer meer zichtbaar te maken. Ook biedt de uitwisseling van kennis op het gebied van watermanagement verschillende mogelijkheden.

In 1659 arriveert een bijzondere persoonlijkheid op Tobago, Robinson Crusoe wiens belevenissen gedurende de 28 jaar, nadat hij op het eiland is aangespoeld, zijn opgeschreven door Daniel Defoe. Hoewel Defoe het eiland in zijn boek niet bij name noemt, bewijst Albert Helman in zijn in 1983 verschenen boek “Waar is Vrijdag gebleven” dat het eiland van Robinson Crusoe niet anders dan Tobago geweest kan zijn. Merkwaardig genoeg ontmoet Crusoe in die gehele periode geen enkele Europeaan, zelfs geen enkele Zeeuw, terwijl er in de periode van 1659 tot 1687 toch een aantal geweest is.

 
Uw mening

Heeft u een mening over het onderwerp op deze pagina? Klik hieronder op de knop 'Uw mening over dit onderwerp' om zelf een mening achter te laten. Raadpleeg voor meer informatie de spelregels voor het plaatsen van meningen.

Uw mening over dit onderwerp

 

Om deze extra content goed weer te geven, kunt u de benodigde Flash Plugin downloaden.

Delen