Regionale waterkeringen

Voormalige zeedijk
Regionale waterkeringen
Zeeland kent een zeer uitgebreid netwerk van regionale – of secundaire – waterkeringen. Deze dijken keren veelal op dit moment geen water meer. Ze zijn ooit ontstaan bij het steeds verder inpolderen van Zeeland. Destijds waren het dus volwaardige zeedijken!
Waterkeringen
Hoewel er in totaal vele honderden kilometers regionale waterkeringen zijn, heeft daarvan "slechts" 384 kilometer daadwerkelijk nog een functie in de bescherming tegen water. Hoewel daarvan de meesten dus niet direct water keren doet een beperkt aantal regionale waterkeringen dat wel. Dit zijn de kanaaldijken langs het kanaal door Walcheren en langs het kanaal Gent – Terneuzen.
Alle overige keringen vervullen allen een rol bij het waterkeren wanneer er een overstroming plaats vindt. Het is dan de bedoeling dat deze dijken het overstroomde gebied beperken, of in ieder geval het water tijdelijk tegen houden. Daar waar wegen of spoorlijnen deze belangrijke dijken doorsnijden worden dan door de waterschappen deze gaten in de dijk dichtgemaakt. Deze plaatsen worden ook wel "coupures" genoemd. Vaak is in de nabijheid van zo'n coupure wel een hokje te vinden met zware balken die in de coupure geplaatst kunnen worden, maar soms gebeurt het afsluiten ook met een (rol)deur.
Vanwege deze belangrijke rol moeten deze waterkeringen ook aan een norm voldoen. De provincie Zeeland moet, naast het daadwerkelijk aanwijzen van deze keringen, ook deze normen vaststellen. Op dit moment wordt er in samenwerking met waterschappen en andere provincies gewerkt aan een methode waarmee dat kan.
Inmiddels is wel gebleken dat het compartimenteren van een dijkring met regionale waterkeringen niet altijd een even positief effect heeft. Zo is uit overstromingsberekeningen gebleken dat een eerste compartiment –of polder- in een heel hoog tempo vol water kan komen te staan doordat de achterliggende regionale waterkeringen het water tegen houden. Als in deze polder veel mensen wonen zal er vaak te weinig tijd zijn om te vluchten. In die gevallen hebben regionale waterkeringen misschien dus zelfs wel een negatief effect! Daarom wordt er tegenwoordig ook veel onderzoek gedaan naar de rol van de waterkeringen. Misschien moeten ze wel meer sturend werken dan kerend! Als met deze waterkeringen een overstroming kan worden gestuurd, richting een natuurgebied bijvoorbeeld, kan misschien wel veel schade en slachtoffers worden voorkomen. Overstromingsmodellen spelen hierbij een zeer belangrijke rol.
Naast een waterkerende functie worden deze dijken ook gebruikt om in geval van overstromingen mensen te kunnen evacueren of materieel aan te voeren. Daarnaast hebben de meeste dijken ook een cultuurhistorische, ecologische en landschappelijke rol. Dit geldt trouwens ook voor de vele dijken die niet meer een waterkerende functie hebben.
Uw mening
Heeft u een mening over het onderwerp op deze pagina? Klik hieronder op de knop 'Uw mening over dit onderwerp' om zelf een mening achter te laten.
Raadpleeg voor meer informatie de spelregels voor het plaatsen van meningen.