Persbericht

Sinds de zomer van 2020 wordt gewerkt aan bouwstenen voor het Zeeuws Deltaplan Zoet Water. In dit project werken tal van partijen samen om ervoor te zorgen dat vraag en aanbod van zoet water meer in balans komen. Een van de opties die daarbij wordt onderzocht, is externe aanvoer van zoet water op Schouwen-Duiveland. Dit onderzoek is onlangs afgerond.

De beschikbaarheid van zoet water staat onder druk. Periodes van heftige regenval en extreme droogte wisselen elkaar steeds vaker af. Het water is er niet altijd op het moment dat je het nodig hebt. Ook op Schouwen-Duiveland is dit een probleem. Het eiland is voor de beschikbaarheid van zoet water aangewezen op lokale neerslag en een beperkte hoeveelheid zoet grondwater. Zeker bij langdurige droogte is er een tekort aan zoet water. De laatste jaren is de roep om een eigen aanvoerleiding met zoet water steeds luider geworden. Provincie Zeeland gaf daarom opdracht aan onderzoeksbureau Witteveen+Bos om de mogelijkheden van een externe leiding te verkennen. Dit onderzoek is onlangs afgerond. Voor de verkenning werd nauw samengewerkt met Waterschap Scheldestromen, gemeente Schouwen-Duiveland en de landbouwsector.

Drie bronnen, twee distributiesystemen

Witteveen+Bos vergeleek de aanvoer vanuit drie verschillende bronnen van uiteenlopende kwaliteit met elkaar. Daarnaast bekeken zij twee verschillende distributiesystemen om het water bij de boer te krijgen: een gesloten leidingstelsel en een systeem dat gebruik maakt van bestaande watergangen en sloten. In totaal leverde dat zes varianten op. Deze zijn onderling vergeleken op functionaliteit, effecten op de omgeving, duurzaamheid van de bron, realisatietijd en kosten.

De eerste bron is de Noorder Krammer. Deze ligt het dichtst bij Schouwen-Duiveland, maar het water uit deze bron blijkt eigenlijk niet geschikt. Naar verwachting zal het water in de Krammer ook na ingebruikname van het innovatieve zoet-zoutscheidingssysteem in 2024 te zout zijn om te gebruiken in de landbouw. De tweede beschouwde bron is de Eendracht in het Schelde-Rijnkanaal, ter hoogte van het al bestaande inlaatpunt voor Sint-Philipsland. Eerder onderzoek van Deltares wees uit dat deze bron waarschijnlijk nog tientallen jaren voldoende zoet te houden is. Dat geldt nog meer voor de derde bron: het Haringvliet. Deze bron levert het meest zoete water, maar heeft als nadeel dat deze op grotere afstand ligt van Schouwen-Duiveland. Dat betekent dat er extra transport nodig is om het water op de juiste plek te krijgen.

Is het water eenmaal op Schouwen-Duiveland, dan kan vandaaruit ongeveer 10.000 hectare landbouwgebied van zoet water worden voorzien. Bij een gesloten stelsel is er gerekend met een aanvoercapaciteit van 2 kubieke meter water per seconde. Het open distributiesysteem vraagt een hogere capaciteit: er zal dan 5 kubieke meter water per seconde door de watergangen stromen. Het extra water is nodig om de brakke sloten zoet te spoelen. Beide distributiesystemen kennen voor- en nadelen. Omdat het water in een gesloten systeem niet in aanraking komt met de (zoute) omgeving, is er geen kwaliteitsverlies tijdens het transport. Voordeel van het open systeem is dan weer dat het peilbeheer in Schouwen-Duiveland mogelijk maakt, dat drainage van grondwater beperkt. Ook is de aanleg van een open systeem voordeliger.

Prijskaartje

De werkgroep van regionale betrokken partijen concludeert dat water vanuit de Noorder Krammer ongeschikt is om de agrariërs op Schouwen-Duiveland van zoet water te voorzien. De overige vier varianten hebben elk plussen en minnen. Geen enkele variant scoort op alle criteria het beste. De kosten van externe zoetwateraanvoer zijn in alle gevallen hoog. Witteveen+Bos becijfert de aanlegkosten tussen de 40 en 180 miljoen euro. Daar komen dan nog jaarlijkse gebruikskosten bij van 0,8 tot 3,6 miljoen euro. In het algemeen geldt: hoe hoger de functionaliteit, hoe hoger het prijskaartje.

Hoe gaat het verder?

Witteveen+Bos heeft een gedegen rapport opgeleverd. Een belangrijke conclusie van het onderzoek is dat externe aanvoer van zoet water een forse investering vergt, ongeacht de variant die je kiest. De komende tijd zullen betrokken organisaties inventariseren of er ondanks de hoge kosten toch een rendabele aanvoer uit te werken valt en hoe die bekostigd kan worden. In hoeverre willen agrariërs bijvoorbeeld een (financiële) bijdrage leveren? De aanvoeropties worden daarbij ook afgezet tegen andere mogelijkheden om vraag en aanbod van zoet water beter in balans te brengen. Op dit moment lopen er immers meerdere verkenningen. Denk bijvoorbeeld aan manieren om water te besparen (druppelirrigatie), opslag van regenwater in bassins en bodem of hergebruik van restwater. Zo wordt een breed scala aan opties met elkaar vergeleken.

De uitkomsten van alle verkenningen vormen input voor het Deltaplan Zoet Water. In dit plan wordt een keuze voorgesteld tussen (typen) maatregelen die mogelijk en gewenst zijn om Zeeland in 2050 weerbaar te maken tegen watertekorten. Het Deltaplan komt tot stand onder regie van de Provincie Zeeland, in nauwe samenwerking met waterschap Scheldestromen. Ook gemeenten, ZLTO, ZAJK, natuurorganisaties, ZMF en de Zeeuwse industrie denken en doen mee om tot slimme oplossingen te komen. Medio 2021 is het Deltaplan gereed. Kijk voor meer info op www.zeeland.nl/zoet-water.

Contact

Team Communicatie
+31 118 631050
communicatie@zeeland.nl