Zeeuwse landbouwsector kritisch over nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en vraagt aandacht voor aantal knelpunten tijdens Heikantse Landbouwtop

19 november 2021
|
Persbericht
Akkerbouwgrond met klei

Traditiegetrouw kwamen vertegenwoordigers van Europa, Den Haag, Zeeland en de agrarische sector vandaag samen tijdens de Heikantse Landbouwtop. Tijdens deze jaarlijkse bijeenkomst overleggen de meest belangrijke beleidsmakers op het gebied van landbouw over de toekomst van het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB). De Zeeuwse vertegenwoordigers - ZAJK, ZLTO, CZAV en de Provincie Zeeland – hebben de zorgen geuit die zij zien bij het nieuwe GLB.

Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB)

In 2023 verandert het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB). Het overkoepelende doel van dit nieuwe GLB is samen de landbouw verduurzamen door toekomstbestendig boeren sterker te belonen. Alle landen, dus ook Nederland, moeten een plan maken waarin staat hoe ze het GLB uit gaan voeren. Dit heet het Nationaal Strategisch Plan (NSP).

Zeeuwse visie

De eerste contouren van het NSP zijn ondertussen bekend, maar zijn voor de Zeeuwse akkerbouwsector niet allemaal even gunstig. Hierover is vandaag tijdens de Heikantse Landbouwtop uitgebreid gesproken. Wij ondersteunen de lijn dat het GLB bij moet dragen aan een duurzame en veerkrachtige landbouw. Tegelijkertijd zien we een aantal knelpunten die ertoe kunnen leiden dat minder ondernemers zullen deelnemen aan het GLB en daarmee ook de maatschappelijke doelen in gevaar komen. De rol van de landbouw als voedselproducent mag daarbij ook zeker niet uit het oog worden verloren.

De Zeeuwse aandachtspunten op een rij:

  1. In het algemeen vragen wij om meer maatwerk voor de agrariërs, onder andere op het gebied van vanggewassen, gewasrotatie en bufferstroken. Dit zijn onderwerpen waar de nodige veranderingen voorzien zijn en die voor een akkerbouwprovincie als Zeeland grote gevolgen kunnen hebben.
  2. Het is van belang om de opgaven waar wij voor staan integraal te bekijken, want ook vanuit het Nitraatactieprogramma en de Kaderrichtlijn Water komen er de nodige maatregelen en voorschriften op de sector af. Het (intensievere) gebruik van data en monitoring zou een oplossing kunnen zijn om meer maatwerk mogelijk te maken.
  3. De algemene basisvoorwaarden om in aanmerking te komen voor inkomenssteun moeten niet verzwaard worden. Het risico van afhaken wordt dan te groot en willen zoveel mogelijk ondernemers ondersteunen in de transitie.
  4. Het nieuwe onderdeel van het NSP, de ecoregeling, waarin boeren die extra inspanningen plegen voor natuur en klimaatdoelen extra beloond worden, moeten ook voor Zeeland interessante deelnamemogelijkheden bieden, bijvoorbeeld de teelt van vlinderbloemigen, waaronder peulvruchten.
  5. Het Rijk stelt voor om een deel van de financiële middelen over te hevelen van pijler 1 (inkomenssteun) naar pijler 2 (maatregelen voor klimaat en natuur). Wij pleiten ervoor om hiermee terughoudend te zijn en ondernemers te blijven ondersteunen (zie punt 3 voor argumentatie). Het genoemde percentage van 30% overheveling vinden wij te hoog.
  6. De positie van de boer in de keten verdient meer aandacht. Juist de grote opgaven kunnen niet door agrarisch ondernemers alleen worden gedragen. Daarom pleiten ervoor dat er voldoende overheidscofinanciering geleverd wordt door de betreffende overheden.

Vertegenwoordigers uit Den Haag hebben toegezegd de Zeeuwse punten mee te nemen in het debat over het NSP op 6 december 2021.

De Heikantse Landbouwtop

Waar de eerdere edities van de top op een boerderij in Heikant plaatsvonden, werd de bijeenkomst dit jaar door de coronamaatregelen digitaal gehouden. De aanwezigen waren vertegenwoordigers van de Europese Commissie, het Europees Parlement, de Tweede Kamer, Gedeputeerde Staten van Provincie Zeeland en experts vanuit Wageningen Universiteit. Zij gingen het gesprek aan met Zeeuwse belanghebbenden van ZLTO, ZAJK en CZAV.

Dit is een gezamenlijk persbericht van ZLTO, ZAJK, CZAV en Provincie Zeeland.