Gebruik van en activiteiten op wegen, ontheffing

Verzoek om ontheffing van artikel 8 van de provinciale Wegenverordening Zeeland; Gebruik van en activiteiten op wegen.

  1. Het is verboden:
    1. op een weg land- en tuinbouwproducten te deponeren of te hebben, anders dan voor korte tijd op toegangsdammen buiten de berm en op geen kleinere afstand dan 1,80 meter uit de dichtstbij gelegen verkeersbaan;
    2. op een weg stoffen of voorwerpen te deponeren en te hebben die de weg verontreinigen of de afwatering van de weg belemmeren, dan wel gevaar opleveren voor de bruikbaarheid van de weg en de veiligheid van het verkeer op de weg;
    3. een weg zodanig te gebruiken dat daardoor schade aan die weg ontstaat;
    4. beplantingen en andere vegetatie op een weg te bemesten of met chemische stoffen te behandelen, dan wel de vegetatie op bermen en in bermsloten te maaien;
    5. op een weg een standplaats in te nemen of in te richten voor het ten verkoop aanbieden en leveren van producten;
    6. zich met een voertuig op een weg te begeven, anders dan via een weg, een uitweg of werken die tot uitweg dienen;
    7. een uitweg of werken die tot uitweg dienen, voor een ander doel te gebruiken dan tijdens het maken daarvan gebruikelijk was in verband met de bestemming van het terrein waarvoor de uitweg dient.
    8. Het is verboden in:
      1. delen van bouwwerken die tot boven een weg reiken, te maken of te hebben;
      2. aan bouwwerken langs een weg, voorwerpen, die tot boven de weg reiken, te bevestigen of te hebben;
      3. touwen, draden of kabels over een weg te spannen of te hebben;
      4. uitstekende delen van buiten een weg aanwezige beplanting tot boven of in die weg te laten reiken, tenzij die beplanting wordt onderhouden overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, tweede lid, voor beplanting op een weg.
  2. Het eerste lid, aanhef en onderdeel d, is niet van toepassing ten aanzien van maaiwerk aan bermsloten door of namens een waterschap, voor zover de zorg voor de waterbeheersing dat vereist.

Ontheffing of omgevingsvergunning
Roerende zaken opslaan
Op grond van artikel 2.2 (sub j en k) van de wet Algemene bepalingen omgevingsrecht geldt dat wanneer in een Provinciale verordening een ontheffing is vereist om roerende zaken op te slaan in het daarbij aangewezen gedeelte van de Provincie, dit verbod geldt als een verbod om deze activiteit uit te voeren zonder Omgevingsvergunning. Nu in de Wegenverordening Zeeland 2010 (artikel 8) is bepaald dat het onder meer verboden is om land- en tuinbouw gewassen op te slaan en deze zaken in sommige gevallen aangemerkt kunnen worden als roerende zaken dient hiervoor een Omgevingsvergunning aangevraagd te worden bij het bevoegd gezag indien u in strijd met dit verbod handelt. U wordt in dit verband verwezen naar www.omgevingsloket.nl.

Voorwaarden:

  • Het aanvraagformulier mag getypt of handgeschreven worden ingevuld.
  • Het aanvraagformulier moet volledig worden ingevuld en alle bescheiden moeten door de aanvrager of gemachtigde zijn ondertekend. Niet ondertekende aanvraagformulieren worden niet in behandeling genomen.
  • Bij de aanvraag moet een duidelijke (situatie)tekening worden meegezonden (op schaal 1:1000 of 1:500). Deze (situatie)tekening moet in viervoud worden bijgevoegd.
  • Voor het in behandeling nemen van de aanvraag zijn kosten verschuldigd, genoemd in de tarieventabel van de Legesverordening Provincie Zeeland 2018. Het in behandeling nemen van de aanvraag betekent niet zonder meer dat een ontheffing wordt verleend.

Contact:

Rechtsmiddelen

  • Op de aanvraag om ontheffing wordt in beginsel beslist binnen 8 weken na ontvangst (artikel 4:13 Algemene wet bestuursrecht). Indien de ‘beslistermijn’ dreigt t worden overschreden, wordt door het bestuursorgaan voordat de afhandeldatum is verstreken een nieuwe afhandeldatum (binnen een redelijke termijn) vastgesteld, welke schriftelijk aan de aanvrager (gemachtigde) wordt bevestigd (artikel 4:14 lid 3 Algemene wet bestuursrecht). Wanneer de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag krijgt de aanvrager de gelegenheid om de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht). Indien het bestuursorgaan om aanvulling verzoekt, wordt de beslistermijn opgeschort tot de aanvraag is aangevuld.
  • Bezwaar maken tegen beslissing provincie Zeeland

Adres uitvoerende instantie:

Provincie Zeeland
Abdij 6
4331 BK Middelburg
Nederland

Postbus 6001
4330 LA Middelburg
Nederland

Wet- en regelgeving:

Meer informatie: