Wijzigen en aantasten van wegen, ontheffing

Verzoek om ontheffing van artikel 6 van de provinciale Wegenverordening Zeeland; wijzigen en aantasten van wegen.

Wilt u als eigenaar of belanghebbende van aan een provinciale weg liggende gronden naar die weg bijvoorbeeld een uitweg maken, aanpassen of wijzigen, dan moet u daartoe een verzoek indienen bij het bevoegd gezag. Omdat iedere uitweg een gevarenpunt kan zijn, wordt een dergelijk verzoek alleen ingewilligd als er geen andere uitwegmogelijkheden zijn. In principe wordt één uitweg per kadastraal perceel toegestaan. Een en ander afhankelijk van de inrichting en het gebruik van het kadastraal perceel.

Wijzigen en aantasten van wegen

  1. Het is verboden:
    • een weg op een bestaande weg aan te sluiten;
    • naar een weg een uitweg te maken of te hebben of een bestaande uitweg te wijzigen;
    • de aard en de afmetingen van een weg te wijzigen;
    • in een weg te graven of deze op een andere wijze aan te tasten;
    • enig ander werk uit te voeren waardoor in de toestand van een weg verandering wordt gebracht.
  2. Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het uitvoeren van onderhoud aan bermsloten door of namens een waterschap, voor zover dat onderhoud in  overeenstemming is met de legger als bedoeld in artikel 5.1 van de Waterwet en 5.2 Waterverordening Zeeland en /of artikel 78, tweede lid, van de Waterschapswet (Stb.1991/379, zoals sindsdien gewijzigd).

Ontheffing of omgevingsvergunning
Op grond van artikel 2.2 (sub d en e) van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt dat wanneer in een Provinciale verordening een ontheffing is vereist om:

  • een weg aan te leggen of verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg, voor zo ver daarvoor tevens een verbod geldt als in artikel 2.1, eerste lid, onder b van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
  • een uitweg te maken, te hebben of te veranderen of het gebruik daarvan te veranderen

een zodanige bepaling geldt als een verbod om deze activiteit uit te voeren zonder Omgevingsvergunning.

In de Wegenverordening Zeeland is in artikel 6 bepaald dat het verboden is om nieuwe (uit)wegen aan te leggen, te wijzen of aan te tasten. Concreet betekent dit dat u voor deze activiteiten een omgevingsvergunning dient aan te vragen bij het bevoegd gezag. U wordt in dit verband verwezen naar www.omgevingsloket.nl. Voor bovengenoemde gevallen hoeft u dit formulier dus niet in te vullen.

Uitzondering
Wanneer ingevolge een bestemmingsplan, een beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit de aanleg of wijziging van een weg is toegestaan hoeft geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd. U dient nog wel een ontheffing op grond van de Wegenverordening Zeeland bij het College aan te vragen. Het formulier dat u op deze site aantreft is uitsluitend bestemd voor deze uitzonderingssituatie.

Voorwaarden:

  • De aanvraag mag getypt of handgeschreven worden ingevuld.
  • De aanvraag moet volledig worden ingevuld en alle bescheiden moeten door de aanvrager of gemachtigde zijn ondertekend. Niet ondertekende aanvragen worden niet in behandeling genomen.
  • Bij de aanvraag moet een duidelijke (situatie)tekening worden meegezonden (op schaal 1:1000 of 1:500). Deze (situatie)tekening moet in viervoud worden bijgevoegd.
  • Voor het in behandeling nemen van de aanvraag zijn kosten verschuldigd, genoemd in de tarieventabel van de Legesverordening Provincie Zeeland 2018. Het in behandeling nemen van de aanvraag betekent niet zonder meer dat een ontheffing wordt verleend.
  • Bij het aanleggen van een dam (in de sloot) ten behoeve van bijvoorbeeld een uitweg, is een vergunning nodig van het betreffende waterschap.
  • Het verzoek kan in principe worden ingewilligd als voldaan is aan de voorwaarde dat er geen andere mogelijkheid tot het maken van een uitweg is.

Contact:

Rechtsmiddelen 

  • Op de aanvraag om ontheffing wordt in beginsel beslist binnen 8 weken na ontvangst (artikel 4:13 Algemene wet bestuursrecht). Indien de ‘beslistermijn’ dreigt t worden overschreden, wordt door het bestuursorgaan voordat de afhandeldatum is verstreken een nieuwe afhandeldatum (binnen een redelijke termijn) vastgesteld, welke schriftelijk aan de aanvrager (gemachtigde) wordt bevestigd (artikel 4:14 lid 3 Algemene wet bestuursrecht). Wanneer de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag krijgt de aanvrager de gelegenheid om de aanvraag binnen een door het bestuursorgaan gestelde termijn aan te vullen (artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht). Indien het bestuursorgaan om aanvulling verzoekt, wordt de beslistermijn opgeschort tot de aanvraag is aangevuld.
  • Bezwaar maken tegen beslissing provincie Zeeland

Adres uitvoerende instantie:

Provincie Zeeland
Abdij 6
4331 BK Middelburg
Nederland

Postbus 6001
4330 LA Middelburg
Nederland

Wet- en regelgeving:

Meer informatie: