Burgers kunnen initiatief nemen tot een raadgevend referendum en Provinciale Staten kunnen initiatief nemen tot een raadplegend referendum.

Raadgevend referendum

Dat wil zeggen dat het initiatief hiertoe door een kiesgerechtigde Zeeuw genomen wordt. In de verordening is bepaald dat burgers het initiatief voor een referendum kunnen nemen. Aan welke vereisten moet worden voldaan is in de verordening geregeld. Het verdient aanbeveling dat het initiatief voor een referendum uit de bevolking zelf voortkomt. Alleen op die manier kunnen ook groepen of belangen aan bod komen die in Provinciale Staten onvoldoende vertegenwoordigd zijn.

Raadplegend referendum

Ook kunnen Provinciale Staten zelf het initiatief nemen tot het houden van een (raadplegend) referendum. Ondanks dat het initiatief van burgers de voorkeur verdient, kunnen Provinciale Staten zelf altijd tot het instellen van een (raadplegend) referendum besluiten. Hoewel hiervoor geen verordening nodig is, is deze mogelijk wel voor de volledigheid in de verordening vermeld. Provinciale Staten beslissen over het houden van een referendum bij gewone meerderheid van stemmen.

Vraagstelling

Grote aandacht bij een referendum verdient de vraagstelling. Het meest duidelijk is een vraagstelling die als antwoord 'ja' of 'nee' heeft. Een nuancering op de vraagstelling is slechts beperkt mogelijk.

Voorwerp van een referendum

Op grond van de onderliggende referendumverordening zullen alle in de Staten voorgenomen en genomen besluiten referendabel zijn. Wel zijn er uitzonderingen geformuleerd, bijvoorbeeld daar waar het gaat over de rechtspositie van ambtsdragers of wanneer het gaat om niet beleidsinhoudelijke besluiten. Een opsomming van onderwerpen waarover geen referendum mogelijk is, is opgenomen in artikel 2.

De voorgestelde procedure

De in deze referendumverordening geregelde procedure voor het doen van een verzoek tot het houden van een (raadgevend) referendum bestaat uit een inleidend en een definitief verzoek. Een inleidend verzoek dient ondersteund te worden door ten minste één duizend ingezetenen van de provincie die op de dag van indiening van het verzoek kiesgerechtigd zijn. Een definitief verzoek dient ondersteund te worden door ten minste 2% van de ingezetenen van de provincie die kiesgerechtigd zijn.

De mogelijkheid van een referendum is te koppelen aan een voorgenomen besluit van Provinciale Staten. Hierbij is volgens de verordening een besluit voornemend op het moment dat een besluit ter beraadslaging en instemming aan de Staten wordt aangeboden. Dus dat geldt dan zowel voor voorstellen van het college als ook initiatiefvoorstellen uit de Staten zelf. Door te kiezen voor een voorgenomen besluit krijgen stemgerechtigden de mogelijkheid om voorafgaande aan de vergadering van waar een referendabel besluit op de agenda staat, een inleidend verzoek in te dienen. Indien het inleidende verzoek aan de gestelde eisen voldoet, heeft men gedurende zes weken de mogelijkheid een definitief verzoek in te dienen. De besluitvorming zal, nadat is geconstateerd dat het inleidende verzoek voldoet aan de gestelde eisen, worden opgeschort.

In het geval van een genomen besluit is bepaald dat het verzoek binnen 6 weken ingediend moet zijn.

Deze termijn is bepaald omdat het niet de bedoeling is dat, indien mogelijk, de inwerkingtreding van een genomen besluit onnodig lang moet worden opgeschort.

Datum en uitslag referendum

Indien het definitieve verzoek ontvankelijk is verklaard, zullen Provinciale Staten de datum voor het referendum vaststellen. Het referendum wordt uiterlijk zes maanden na het indienen van het definitieve verzoek gehouden. Een minimale periode tussen het besluit tot het houden van een referendum en het referendum is tien weken om zo de campagnes en de onafhankelijke voorlichting de kans te geven mensen goed geïnformeerd te Iaten deelnemen aan de stemming.

De uitslag wordt bepaald bij gewone meerderheid van het totaal uitgebrachte stemmen, met dien verstande dat voor een geldige uitslag ten minste 30% van de stemgerechtigden een geldige stem moet uitbrengen.