Flexwonen is een tijdelijke manier van wonen. Dat kan in woningen zijn die tijdelijk op een bepaalde plaats staan, in gebouwen die tijdelijk voor wonen verhuurd worden of in een huis waar je alleen voor korte tijd kan huren. Er zijn verschillende groepen voor wie flexwonen een uitkomst is.

Denk bijvoorbeeld aan tiny houses of verplaatsbare woningen of zorglocaties waar je terecht kunt als je even niet zelfstandig kunt wonen. Maar ook studenten en statushouders hebben woonruimte nodig, of ex-partners die na een relatiebreuk snel een eigen onderkomen willen. Kortom, er zijn verschillende doelgroepen voor wie we flexwonen, willen stimuleren, zie het overzicht hieronder. De omvang van deze doelgroepen verschilt per gemeente.

 

Studenten

In Zeeland zijn het vooral studenten uit het wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs die uitwonen. Het betreft Nederlandse en internationale studenten. Landelijk gezien is 71% van de studenten uit het wetenschappelijk onderwijs uitwonend en 43% van de studenten uit het hoger beroepsonderwijs (2018). In Zeeland liggen deze percentages anders. Studenten aan de University College Roosevelt in Middelburg zijn verplicht op campus in Middelburg te wonen. Dat betekent dat 100% van de circa 600 studenten aan de UCR uitwonend is en dus flexwoner is. Zij huren op basis van een tijdelijk Campuscontract voor de duur van de studie. Aan de HZ University of Applied Sciences studeerden in 2019  afgerond 3700 studenten, waarvan circa 32% uitwonend was, waarvan ongeveer de helft in Vlissingen.

Bron: https://www.abfresearch.nl/publicaties/landelijke-monitor-studentenhuisvesting-2019

Voor de huisvesting van de UCR studenten zijn bestaande gebouwen (voormalige verzorgingshuizen Roggeveeen en Bachtensteene, voormalig kantoor Rijkswaterstaat en voormalige sociale huurwoningen) omgebouwd tot studentenhuisvesting. Studenten krijgen een woning toegewezen. Beheer en verhuur liggen bij Villex.

Studenten aan de HZ zijn zelf verantwoordelijk voor het vinden van woonruimte. Voorbeelden van projecten voor studentenhuisvesting in Vlissingen zijn zelfstandige en onzelfstandige eenheden in de karakteristieke Engelse wijk van l’Escaut Woonservice en Campus Vlissingen (zelfstandige eenheden in de voormalige mavoscholen aan de Adriaen Coortelaan).

Buiten Zeeland worden studenten soms in flexwoonprojecten gemengd met andere doelgroepen voor flexwonen. Ze krijgen dan korting op hun huur in ruil voor diensten aan de andere bewoners.  

Tijdelijke (buitenlandse) werknemers

Het merendeel van de buitenlandse, laagbetaalde, werknemers is afkomstig uit Zuid-, Midden- of Oost-Europa en wordt meestal door uitzendorganisaties of andere werkgevers uitgenodigd om hier te komen werken. We onderscheiden tijdelijke (buitenlandse) werknemers doorgaans van expats/kenniswerkers vanwege het verschil in inkomen en daarmee ook hun huisvestingssituatie.

Voor de huisvesting van deze groep is het verblijfsperspectief van belang. We onderscheiden dan vestigers (langer dan een jaar), kortverblijf (minder dan 3 maanden) en ertussenin (mid stay). Hoewel de vestigers mogelijk beginnen als flexwoner, zijn met name de laatste twee categorieën een doelgroep voor flexwonen.

De kortverblijvers hebben veelal het meest baat bij vormen van huisvesting waarbij ook de nodige voorzieningen, zoals inventaris en recreatiemogelijkheden beschikbaar zijn. Deze groep kan, vanwege de verblijfsduur, niet ingeschreven worden in de basisregistratie personen (BRP) en is soms zelfs helemaal niet geregistreerd. Daardoor blijven kortverblijvers vaak ‘onder de radar’, maar ze wonen wel ergens.  De kwaliteit van de huisvesting en de soort huisvesting varieert sterk.

De categorie mid-stay verblijft langer dan 3 maanden op dezelfde plaats, maar verblijft vaak wel in huisvesting voor kortverblijvers. Afhankelijk van het type huisvesting zijn zij verplicht zich in te schrijven in de BRP.

Bron: Aan de slag met flexwonen 

Het streven is om voor deze doelgroep in Zeeland kwalitatief goede, betaalbare huisvesting te realiseren, met een goed beheer en een doeltreffend nachtregister. Certificering via SNF is daarbij uitgangspunt.

In Zeeland zijn goede voorbeelden bekend van hotels die omgebouwd zijn tot huisvesting voor tijdelijke (buitenlandse) werknemers en grootschalige huisvesting op agrarische bedrijven.

Zie ook flexwonen.nl en aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten.

Expats/buitenlandse kenniswerkers

Het aantal expats of buitenlandse kenniswerkers (kennismigrant) is landelijk de afgelopen jaren sterk toegenomen:

2018 | 19.840 aanvragen
2017 | 16.640 aanvragen
2016 | 13.900 aanvragen
2015 | 12.320 aanvragen

De meeste aanvragen voor een verblijfsvergunning werden gedaan door hoogopgeleide migranten uit India, Amerika en China. De IND heeft in 2017 en 2018 94% van de aanvragen die via een IND-erkende referent kwamen, ingewilligd.

Bron: https://www.hollandemploymentexperts.nl/kennis-dossier-kennismigranten-en-expats/

Er is geen eenduidige definitie van expats en kennismigranten. Een criterium is het minimale inkomen van bijvoorbeeld € 3.381 bruto per maand voor kennismigranten jonger dan 30 jaar. De expats/buitenlandse kenniswerkers vormen met name door hun inkomenspositie en de hechte relatie die bedrijven en instellingen met hen hebben een apart segment in de markt voor flexwonen. Bij hun komst naar Nederland hebben ze direct huisvesting nodig.  Het Expertisecentrum Flexwonen schat dat voor een kwart tot de helft van de totale groep expats hoogwaardige flexwoon-oplossingen interessant zijn. Afhankelijk van de duur van hun verblijf in Nederland stromen deze mensen vaak door vanuit een flexwoon huisvesting naar reguliere huisvesting.

Bron: Aan de slag met flexwonen 

Voorbeelden van huisvesting voor expats en buitenlandse kenniswerkers zijn de omgebouwde Petruskerk in Vlissingen en de  huisvesting voor werknemers van Dow in de vorm van tijdelijke studio’s in Terneuzen.

Statushouders

Statushouders zijn asielzoekers die een (tijdelijke) verblijfsvergunning hebben gekregen. Zij mogen werken en wonen in Nederland. In de Huisvestingswet is vastgelegd dat gemeenten verplicht zijn een bepaald aantal statushouders te huisvesten. De omvang van de groep nieuwe statushouders kan per jaar erg fluctueren afhankelijk van de instroom van nieuwe asielzoekers. Ook kan de samenstelling van de groep erg verschillen (gezinnen, jonge alleenstaanden).

Voor  jonge alleenstaanden is huisvesting in gewone woningen vaak geen goede optie. Ze kunnen deze vaak niet betalen en lopen sneller het risico om geïsoleerd te raken, dan in woonvoorzieningen voor een gemengde bewonersgroep. De afgelopen jaren zijn buiten Zeeland op meerdere plaatsen goede ervaringen opgedaan met huisvesting van jonge statushouders in complexen waar ook studenten en andere jongeren wonen. Zie bijvoorbeeld de woonprojecten Startblok RiekerhavenLOhuizen in Amsterdam en de Woondiversiteit in Delft.

Bron: Aan de slag met flexwonen

In Zeeland zijn er voorbeelden van flexwonen voor alleenstaande statushouders in Middelburg.

Zie ook meer informatie over vluchtelingen op flexwonen.nl.

Beschermd wonen

De doelgroep voor beschermd wonen is divers. Het kan gaan om mensen die uitstromen uit de maatschappelijke opvang (mensen met psychische problemen, verslaving, schulden of een licht verstandelijke beperking), dak- of thuisloze (jonge) mensen of ex-gedetineerden.  Niet al deze mensen zijn geschikt voor een flexwoonoplossing.

De huisvesting en de wijze van begeleiding is erg afhankelijk van de doelgroep. Het flexwonen is voor hun een eerste stap in een nieuwe wooncarrière. Vormen als een tijdelijk of voorwaardelijk huurcontract kunnen helpen om de nodige begeleiding te garanderen en die zo mogelijk na verloop van tijd af te bouwen. Een woonomgeving waarin medebewoners als ‘maatje’ kunnen optreden, is helemaal ideaal. Van belang blijft daarbij wel een goede mix tussen ‘dragende’ en ‘vragende’ bewoners.

Bron: Aan de slag met flexwonen.

Meer informatie over wonen met zorgbegeleiding vindt u op flexwonen.nl

Verbroken relaties

Nederland kent ongeveer 35.000 echtscheidingen per jaar. Hierdoor ontstaat een vraag naar snel beschikbare, betaalbare woonruimte. Als we aannemen dat elke echtscheiding één herstarter oplevert en dat de helft daarvan niet binnen het eigen netwerk tot een oplossing komt, is te verwachten dat tussen een derde tot de helft van het aantal echtscheidingen geholpen zou zijn met extra (flex)aanbod op de woningmarkt. Omdat er niet altijd een permanente oplossing direct voorhanden is, kan flexwonen een welkome tijdelijke oplossing zijn.

Bron: Aan de slag met flexwonen.

De verwachting is dat deze groep in Zeeland, na de tijdelijke buitenlandse werknemers en expats, de grootste is.

Starters

Voor starters is het vaak moeilijk om een woning te vinden die voor hun betaalbaar is en in of nabij hun eigen dorp. De oorzaken hiervan zijn divers en verschillend per gemeente. Permanente nieuwbouw is niet altijd de oplossing, omdat er op termijn voldoende woningen vrijkomen wanneer de sterk vergrijzende bevolking voor andere woonruimte gaat kiezen. Een tijdelijke oplossing in de vorm van flexwonen, zoals verplaatsbare woningen, kan dit knelpunt oplossen.

Antikraak

Het betreft hier eerder een manier van wonen dan een doelgroep voor flexwonen. Antikraak wonen gebeurt als bescherming van leegstaande panden. Dit kunnen woningen zijn die gesloopt gaan worden, panden die op termijn verbouwd gaan worden of een andere functie krijgen en gemeubileerde woningen van mensen die bijvoorbeeld tijdelijk naar het buitenland gaan. Gemene deler van antikraak is dat het huurcontract tijdelijk is. Afhankelijk van het pand gaat het om een lage of juist hoge huur. De doelgroep voor deze vorm van flexwonen is dan ook divers. Het kunnen mensen zijn die voor hun werk tijdelijk woonruimte zoeken, mensen die graag goedkoop ergens wonen en het niet erg vinden om zo nu en dan te verkassen of mensen die met spoed tijdelijk woonruimte zoeken om van daaruit permanente woonruimte te zoeken.

Er zijn verschillende leegstandsbeheerders die hierin bemiddelen.