Om de ecologische en recreatieve mogelijkheden van het Veerse Meer beter te benutten was een verhoging van het waterpeil van NAP -0.60m naar NAP -0.30m in de winter wenselijk. Dit verhoogde winterpeil in het Veerse Meer is vanaf 2008 tot 2011 stapsgewijs gerealiseerd. Voorafgaand aan de winterpeilverhoging  is een monitoringsplan  opgesteld om eventuele effecten op landbouwgebied te bepalen. Onderaan deze pagina zijn resultaten uit de eindevaluatie samengevat.

 

Aanleiding verhoging winterpeil Veerse Meer

Voordat de Deltawerken er waren, vormden het Veerse Meer en de Oosterschelde nog één grote zeearm. Als onderdeel van de Deltawerken werden de Veerse Dam en de Zandkreekdam aangelegd en ontstond het Veerse Meer; een meer met al spoedig brak water. Dat kwam de ecologische en recreatieve kwaliteiten van het gebied niet ten goede. Om de kwaliteit van het Veerse Meer te verbeteren werd het Meer in 2004 weer in verbinding gebracht met de Oosterschelde. Door middel van de waterdoorlaat Katse Heule kan het Oosterscheldewater het Veerse Meer in- en uitstromen. Sindsdien is de waterkwaliteit in het Veerse Meer snel verbeterd. Er is nu weer sprake van een helder en gezond watersysteem. De verhoging van het waterpeil in de winter beoogde een verdere verbetering van de ecologische en recreatieve mogelijkheden van het Veerse Meer.

Behalve effecten voor het Veerse Meer kan zo’n verhoging van het winterpeil mogelijk ook gevolgen hebben voor het grondwater en de afwatering van de (landbouw)gebieden rond het meer. Om die reden is de afwatering in de laagste gebieden rond het meer aangepast, onder andere door de gemaalcapaciteiten te vergroten en lokaal drainages aan te leggen. Rijkswaterstaat had als waterbeheerder van Veerse Meer de regie op deze maatregelen. Om te weten of er nog negatieve effecten resulteren heeft de Provincie Zeeland de aan grondwater gerelateerde ‘landbouwmonitoring’ geregeld.

Wat heeft de Provincie gemonitord?

De Provincie Zeeland heeft vijf aspecten gemonitord, de locaties kunt u bekijken op een kaart locaties grondwatermonitoring rond Veerse Meer:

1. Ondiep grondwater

Op twaalf locaties zijn peilbuizen geplaatst. Elk uur werden in de peilbuizen de gegevens gemeten van de stijghoogte en de geleidbaarheid van het grondwater. De geleidbaarheid is een maat voor het zoutgehalte. Dit gebeurde op twee verschillende dieptes: net onder en net boven het niveau van de drainage. De resultaten vindt u terug in de documenten Grondwaterstanden landbouwpercelen rondom Veerse Meer 2006-2014 en Monitoring elektrische geleidbaarheid grondwater in landbouwpercelen 2006-2014. De metingen hadden ook hun waarde bij het landelijk project 'Gt-actualisatie holoceen Nederland'. Dit ging om de actualisatie van grondwatertrappen in de bodemkaart van Nederland.

2. Diep grondwater

Voor het meten van stijghoogten in het diepere grondwater worden peilbuizen uit het bestaande provinciale grondwatermeetnet gebruikt. Omdat de stijghoogte hier relatief traag reageert werd hier iedere twee weken handmatig gemeten. De resultaten vindt u terug op de website van het Dinoloket.

3. Opbrengstderving landbouwgewassen

Op percelen waar opbrengstderving van landbouwgewassen mogelijk was, is jaarlijks de groei van de gewassen beoordeeld door een schadecommissie. Elk jaar werd in mei de uitgangssituatie vastgesteld. In juli werd de eindsituatie vastgesteld. De opbrengstderving kan onder andere door klimatologische omstandigheden (onder andere neerslag en temperatuur)  en door hydrologische omstandigheden (verzilting, vernatting) veroorzaakt worden. De resultaten vindt u in de Evaluatie monitoring gewasschade 2006-2014.

4. Zoetwaterbel

De voorraad zoet water in de grond rondom Vliegveld Midden Zeeland is belangrijk voor de landbouw op die plekken. Deze zoetwaterbellen ontstaan in de wat hoger gelegen zandige gebieden waar regenwater goed kan infiltreren. Het zoete water drijft daar als het ware op het zoute water in de ondergrond. Zoet water wordt onttrokken voor beregening. De verwachting was dat de bel niet dunner zal worden als gevolg van de peilverhoging. Wel is afgesproken om de omvang van de bel te monitoren. Bekijk de resultaten van de Zoetwaterbelmetingen rondom Vliegveld Midden Zeeland tot maart 2014.

5. Grondwaterstanden in de Schotsman/Ruiterplaat

Vanwege de relatief lage en buitendijkse ligging van de Schotsman/Ruiterplaat is daar op een viertal locaties aanvullend het ondiepe grondwater gemeten. De resultaten vindt u terug in de documenten Grondwaterstanden landbouwpercelen rondom Veerse Meer 2006-2014 en Monitoring elektrische geleidbaarheid grondwater in landbouwpercelen 2006-2014.

Eindevaluatie

In opdracht van Rijkswaterstaat heeft Deltares de ecologische ontwikkelingen van het Veerse Meer geëvalueerd.

Daarnaast zijn alle op deze website gepresenteerde monitoringsgegevens geïnterpreteerd. Samenvattend is de conclusie:

  • De winterpeilverhoging heeft niet geleid tot extra gewasschade: op nagenoeg alle meetlocaties is vernatting of verzilting uit te sluiten. Daarnaast vertonen gewasschades een 'willekeurige' dynamiek waarin geen structurele toename te zien is. Bij de gewasopnames wordt veelal verwezen naar de aanwezige 'bodemkundige  en  hydrologische  factoren (structuur, dichtheid en ontwatering) en ook de per jaar wisselende teeltomstandigheden (opkomst, dichtheid gewas, vogelvraat)'.
  • Sonderingen wijzen uit dat waar de zoetwaterbel bij Vliegveld Midden-Zeeland dieper dan ca. 15 m is, deze stabiel is gebleven. Bestaande grondwateronttrekkingen komen daarom niet in de knel.

Belangrijk brondocument bij deze interpretatie is het tussentijdse rapport Winterpeilaanpassing Veerse Meer door KWR-Watercycle Research Institute. Naar aanleiding van de eindevaluatie heeft Rijkswaterstaat besloten om het peilbeheer ongewijzigd voort te zetten: het zomerpeil blijft NAP -0.05 m en het winterpeil NAP -0.30 m.

Contact

Ronnie Hollebrandse
+31 118 751721
cj.hollebrandse@zeeland.nl