Verkenning alternatieve teelten
Klimaatverandering, beperkte beschikbaarheid van zoet water en verzilting hebben invloed op de landbouw op Walcheren. Daardoor zijn gewassen die nu veel worden geteeld in de toekomst mogelijk niet altijd de meest geschikte keuze. Gebiedenaanpak Walcheren onderzoekt daarom welke alternatieve teelten perspectief kunnen bieden. Het gaat om gewassen die passen bij de bodem en de beschikbaarheid van zoet water, voldoende opleveren en waarvoor een afzetmarkt is. Ook wordt gekeken naar voordelen voor bijvoorbeeld de bodem, biodiversiteit en het klimaat.
Waarom dit project?
Akkerbouwers op Walcheren verbouwen verschillende gewassen, zoals aardappelen, suikerbieten, uien en granen. Door gewassen af te wisselen, blijft de bodem in goede conditie en neemt de kans op ziekten af. Rustgewassen spelen daarbij een belangrijke rol. Dit zijn gewassen die de bodem minder belasten. Tarwe is daar een bekend voorbeeld van, maar daar wordt niet veel mee verdient.
Daarnaast komen er steeds meer maatschappelijke vraagstukken op landbouwers af en daarom onderzoekt gebieden aanpak Walcheren of er andere rustgewassen een goed alternatief kunnen zijn. Die gewassen moeten minimaal een vergelijkbaar financieel resultaat kunnen bieden. Ook kijkt het onderzoek naar voordelen voor bijvoorbeeld de verbetering van de bodemkwaliteit, het binden van stikstof, het verbeteren van de
biodiversiteit
, het leveren van een bijdrage aan de eiwittransitie en het inspelen op een veranderend klimaat.
Wat wordt onderzocht?
Het project is gestart met een verkenning van gewassen die mogelijk geschikt zijn voor Walcheren. Deze selectie is gemaakt op basis van vier uitgangspunten:
● past het bij de bodem en omstandigheden op Walcheren
● is het een rustgewas en goed voor de bodemstructuur
● heeft het gewas een meervoudige waarde
● kan er aan worden verdient en is er een afzetmarkt voor
De eerste verkenning kijkt onder andere naar vlinderbloemigen, zoals veldbonen, bruine bonen en luzerne. Ook vezelgewassen zoals vlas, miscanthus en vezelhennep en maaigewassen zoals winterkoolzaad, haver en quinoa worden onderzocht. Sommige gewassen kunnen bijdragen aan een gezonde bodem of biodiversiteit . Andere kunnen grondstoffen leveren voor biobased producten, zoals bouwmaterialen en textiel.
Deze gewassen zijn nog geen definitieve keuze. Het onderzoek moet duidelijk maken welke teelten het meeste perspectief bieden voor Walcheren.
Vervolg
Na de eerste selectie gaat gebiedenaanpak Walcheren in gesprek met mogelijke afnemers en andere partijen in de keten. Daarna worden de resultaten besproken met agrariërs op Walcheren. Zij kunnen vanuit hun praktijkervaring beoordelen of een teelt ook echt toepasbaar is.
Daarbij spelen praktische vragen een belangrijke rol. Zijn bijvoorbeeld de juiste machines beschikbaar? Past het moment van zaaien en oogsten bij de omstandigheden op Walcheren? En is er voldoende kennis om met het gewas aan de slag te gaan?
Als een gewas interessant lijkt, maar er nog vragen zijn, kan een volgende stap nodig zijn. Denk aan een demonstratie, een excursie of een proef in de praktijk. Mogelijk kan daarbij ook een verbinding worden gelegd met de experimenteergronden.
Planning
Het project is gestart in juni 2026. Het onderzoek wordt naar verwachting uiterlijk in maart 2027 afgerond. Daarna is duidelijker welke nieuwe teelten perspectief bieden voor Walcheren en welke vervolgstappen mogelijk zijn.