Eerste landelijke onderzoek PFAS in bloed

3 juli 2025
|
PFAS

Iedereen in Nederland heeft verschillende soorten PFAS(Per- en polyfluoralkylstoffen ) in het bloed. Bij vrijwel iedereen is de hoeveelheid PFAS hoger dan de gezondheidskundige grenswaarde. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM met bloedmonsters uit 2016 en 2017.

Dat mensen meer PFAS (Per- en polyfluoralkylstoffen ) in hun bloed hebben dan de gezondheidskundige grenswaarde, wil niet zeggen dat mensen meteen ziek worden door PFAS. Het betekent wel dat PFAS effect kan hebben in het lichaam. Het immuunsysteem kan bijvoorbeeld minder goed gaan werken. De effecten zijn afhankelijk van de hoeveelheid PFAS, de duur van de blootstelling en iemands persoonlijke gezondheidssituatie.
Dit eerste landelijke onderzoek heeft als doel om te meten hoeveel PFAS in het lichaam zit van mensen in Nederland. Het RIVM onderzoekt hiervoor ook bloedmonsters uit 2025. Met deze kennis kunnen we in de toekomst volgen of maatregelen om de blootstelling te verlagen effect hebben.

PFOS en PFOA meest gevonden

Het RIVM keek naar 28 verschillende PFAS in bijna 1.500 bloedmonsters. Dit geeft een goed beeld van de situatie in Nederland. In bijna alle bloedmonsters zijn minimaal zeven verschillende PFAS gevonden (PFOA, PFNA, PFDA, PFUnDA, PFHxS, PFHpS en PFOS). Vijf van de onderzochte stoffen  werden bij niemand aangetroffen. PFOS is het meest gevonden in het bloed, gevolgd door PFOA. 

Daarnaast keek het RIVM met extra aandacht naar de regio’s Dordrecht en rond de Westerschelde, omdat deze in de buurt liggen van fabrieken waaruit PFAS in de omgeving is terechtgekomen. Bij inwoners uit de regio Dordrecht werd met name meer PFOA (perfluoroctaanzuur) gevonden dan gemiddeld in Nederland. Rond de Westerschelde was met name de hoeveelheid PFOS (perfluoroctaansulfonaten) hoger.

Bekijk ook de veelgestelde vragen van GGD Leefomgeving hierover. Staat uw vraag hier niet bij? Vul dan het contactformulier van GGD Zeeland in.

Reactie gedeputeerde Dick van der Velde

“Het is helaas een bevestiging van de zorgen die we hierover hadden, nog steeds hebben en ik vrees voorlopig ook nog wel zullen houden. Het sterkt ons ook in onze inspanningen om de PFAS-problematiek aan te pakken. Juist hier in Zeeland, waar we onze zorgen nu erkend zien. Daarom ben ik ook blij dat wij in Zeeland aan de bel hebben getrokken hierover, want mede daardoor is er nu specifiek aandacht voor de situatie rondom de Westerschelde. In de PFAS-metingen in het Westerscheldewater zien we gelukkig al een verbetering van de afgelopen jaren. Het zal tijd nodig hebben, maar ik hoop dat die verbetering ook terug te zien zal zijn in het nu lopende bloedonderzoek van het RIVM waarvan we de uitkomsten volgend jaar verwachten.”