"Vrijheid kan zichzelf niet verdedigen"

7 mei 2025
|
Nieuws
Vrijheidsconcert met HdJ

Commissaris Hugo de Jonge was een van de sprekers tijdens het Vrijheidsconcert 'Vier de vrijheden' in Zierikzee. "Vrijheid kan zichzelf niet verdedigen. Dat zullen wij moeten doen. Het komt op ons aan, om niet langs de kant te blijven staan, maar op te staan en voor de vrijheid te strijden." Lees hieronder de volledige tekst van de toespraak.

– Alleen het gesproken woord telt –

 

Burgemeester, geachte aanwezigen,

Net als in de rest van Zeeland en Nederland, herdenken we ook hier op Schouwen-Duiveland op 4 mei alle mensen die het leven lieten in de Tweede Wereldoorlog en vieren we op 5 mei de bevrijding. Maar de werkelijke bevrijding van Schouwen-Duiveland was pas op 7 en 8 mei 1945. Waar de rest van Zeeland juist eerder bevrijd is – namelijk op 6 november 1944 – toen die verschrikkelijke Slag om de Schelde eindelijk beslecht werd, moesten de mensen op Schouwen-Duiveland nog een lange winter op de bevrijding wachten.

Vanuit Zierikzee konden ze de Nederlandse vlag fier zien wapperen op Colijnsplaat. Op 7 mei 1945 om 8:30 uur vertrokken vanuit deze plaats drie Engelse landingsvaartuigen met gehesen witte vlaggen in de richting van Zierikzee. Bereid om te vechten voor de vrijheid, maar met de hoop die vrijheid door onderhandelingen te bewerkstelligen. De Duitsers trokken zich op 7 mei terug uit Zierikzee en op 8 mei uit Burgh Haamstede. Even leek het erop dat om Brouwershaven, waar de Duitsers zich hadden verzameld, nog moest worden gevochten, maar ook daar werd succesvol onderhandeld en gaven de Duitsers zich over. Door de kracht van het woord en de rede is er bij de bevrijding van Schouwen-Duiveland geen schot gelost.

De oorlog op Schouwen heeft acht lange maanden langer heeft geduurd dan in de rest van Zeeland. Acht gruwelijke maanden: een hongerwinter en misschien wel het dieptepunt, de executie van de tien van Renesse. Dappere verzetshelden die met belangrijke informatie over de Duitsers, contact probeerden te leggen met de geallieerden en dit met de dood moesten bekopen. Moedige mensen, die niet langs de kant bleven staan, maar opstonden en bereid waren om voor de vrijheid te strijden.

Niet langs de kant blijven staan, maar opstaan en strijden voor de vrijheid. Dat was ook de boodschap van die Amerikaanse president met Zeeuwse roots, Franklin D. Roosevelt. Hij sprak de natie toe in zijn State of the Union in het Amerikaanse congres op 6 januari 1941. De oorlog in Europa woedde hevig. Roosevelt wilde met zijn speech de politieke en publieke opinie rijp maken voor de onvermijdelijke strijd die in het verschiet lag: deelname aan de Tweede Wereldoorlog. Dat bracht de Amerikanen in beweging. En dat bracht Europa vrijheid. Roosevelt sprak niet over tanks of troepen. Maar over hoop en verantwoordelijkheid. Over 4 vrijheden, waar iedereen ter wereld, waar ook ter wereld recht op heeft. De freedom of speech and expression, de freedom of religion, de freedom from want en de freedom from fear. De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van godsdienst, de vrijwaring van gebrek en de vrijwaring van vrees. Over deze vier vrijheden gaat het hier vandaag.

De ongemakkelijke waarheid is dat die vier vrijheden meer en meer onder druk zijn komen staan. Geopolitieke spanningen lopen op. In zijn ‘last message to the American people’ zei Roosevelt: ‘We seek peace—enduring peace. More than an end to war, we want an end to the beginnings of all wars’. De ongemakkelijke waarheid is dat zelfs op ons continent, waar we vrede en vrijheid als vanzelfsprekend zijn gaan beschouwen, hier 3 grenzen vandaan, al 3 jaar een bloedige oorlog woedt. En dat de 4 vrijheden van Roosevelt onder druk staan, is niet enkel meer zichtbaar in landen als Rusland, Iran, China, Noord-Korea en Saoedi-Arabië. De ongemakkelijke waarheid is dat democratieën zich niet alleen maar één kant op, de goede kant op ontwikkelen.

Neem de eerste van de vier vrijheden, de vrijheid van meningsuiting. Academische vrijheid; persvrijheid; demonstratierecht – het zijn allemaal uitingsvormen van de vrije meningsuiting. En ze staan allemaal onder druk. In Hongarije – gewoon een van de lidstaten van de Europese Unie – worden wetten aangenomen om de pride-mars te verbieden die bijna 30 jaar bestaat, om gezichtsherkenningssoftware te gebruiken bij demonstraties. En de oppositie die zich daartegen verzet, is beboet en voor 6 maanden geschorst. De Central European University moet haar deuren sluiten. Vanuit deze universiteit was er herhaaldelijk kritiek op premier Orbán.

In de Verenigde Staten is er een ferme strijd gaande tussen de regering Trump en de Harvard Universiteit. De universiteit wil niet buigen voor de eisen van Trump en noemt deze een inbreuk op haar onafhankelijkheid. Voor straf lijkt de universiteit miljarden aan overheidssteun mis te lopen. Onderzoekers in vakgebieden zoals klimaatwetenschap en volksgezondheid worden geconfronteerd met politieke censuur. Websites met informatie over bijvoorbeeld vaccinatie moeten op zwart, niet alle onderzoeksthema’s zijn nog vrij terrein. Letterlijk levensgevaarlijk. Evenals de intimidatie die aan de orde van de dag is. Fauci – de Amerikaanse topadviseur in de coronatijd zag zijn beveiliging ingetrokken worden. Evenals andere voormalig topadviseurs die geen blad voor de mond namen.

Radio Free Europe/Radio Liberty is het radiostation dat sinds 1950 vrije en onafhankelijke westerse informatie toegankelijk maakt voor eerst de landen achter het ijzeren gordijn en later ook andere landen zonder vrije media. Tegenwoordig is dit radiostation vaak de enige objectieve nieuwsbron in landen zoals Rusland, Iran en Afghanistan. Dit baken van persvrijheid zag z’n financiering met één pennenstreek, in dit geval de handtekening van de President van de VS, stopgezet worden. Het Amerikaanse persbureau Associated Press (AP) werd de toegang ontzegd tot de persconferenties omdat ze niet bereid waren om mee te gaan met – echt waar! – de naamsverandering van de Golf van Mexico naar de Golf van America.

Wetenschappers, journalisten, rechters, aanklagers – het zijn de beroepsgroepen die de democratische rechtstaat schragen en scherp houden die het eerst en het meest in de frontlinie komen te staan. En minderheden die aan die democratische rechtstaat bescherming ontlenen. En dat is niet voor niets. Die democratische rechtstaat zit het autocratisch leiderschap in de weg en moet dus kapot.

Laten we niet zo naïef zijn om te denken dat wat in de Verenigde Staten gebeurt of in Hongarije, nooit in Nederland zal gebeuren. Maar laten we ook niet zo defaitistisch zijn om te denken dat het onvermijdelijk is en niet te stoppen. Het komt op ons aan.

We zullen iets van de moed van de mensen aan wie wij onze vrijheid te danken hebben tot de onze moeten maken. Iets van de moed van de 10 van Renesse, iets van de moed van de geallieerde soldaten van de Slag om de Schelde, en in het hier en nu: iets van de moed van de wetenschappers van Harvard, iets van de moed van de Hongaarse oppositie.

Zij blijven niet langs de kant staan, maar staan op en zijn bereid om voor de vrijheid te strijden.

Er is niet alleen reden voor somberheid.

Vorige week vrijdag en zaterdag was er een grote jongerenconferentie in Middelburg, met 200 jongeren uit 50 verschillende landen. Over vrijheid en wat er nodig is om die te waarborgen.

Twee dagen intensief discussiëren heeft ‘Het Verdrag van Middelburg’ opgeleverd, dat ik samen met de minister van Defensie en de burgemeester van Middelburg in ontvangst heb mogen nemen. Later dit jaar wordt het Verdrag aangeboden aan regeringsleiders, aan de NAVO. Als een opdracht van en voor de volgende generatie, als kompas voor de toekomst. Een prachtig initiatief, fantastisch dat juist als het om onze vrijheid gaat jongeren hun stem laten horen. Opdat die gehoord zal worden. In Den Haag, in New York, in Brussel. En overal ter wereld waar vrijheid niet vanzelfsprekend is.

‘Alles van waarde is weerloos’ schreef de dichter Lucebert. Maar wij hoeven ons daar niet bij neer te leggen. Het is onze opdracht om voor alles van waarde te strijden, alles van waarde juist weerbaar te maken. Vrijheid kan zichzelf niet verdedigen. Dat zullen wij moeten doen. Het komt op ons aan, om niet langs de kant te blijven staan, maar op te staan en voor de vrijheid te strijden.