Veelgestelde vragen over Grondgebonden veehouderij
Hoeveel extra ruimte kunnen intensieve veehouderijen krijgen als ze voldoen aan het Beter Leven Keurmerk?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Intensieve veehouderijen kunnen eenmalig extra ruimte krijgen. Als voorbeeld: bij omschakeling naar Beter Leven Keurmerk voor vleeskuikens wordt teruggerekend naar de kilogrammen die op het bestaande vloeroppervlak maximaal onder landelijke regelgeving uitgeleverd mogen worden. Dit gewichtsplafond van maximaal 42 kilogram wordt gedeeld op het maximale gewicht onder het Beter Leven Keurmerk, 25 kilogram. Provincie Zeeland staat met artikel 5.34 over IV in de verordening toe dat bij overschakeling van een vleeskuikenhouderij op het Beter Leven Keurmerk het bedrijfsvloeroppervlak, onder voorwaarden, met een factor van maximaal 42/25= 1,68 vergroot mag worden.
Kunnen naar Beter Leven Keurmerk omgeschakelde bedrijven nog meer ruimte krijgen?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
In principe niet, het realiseren van extra vloeroppervlak levert in de praktijk geen verbetering op voor dierenwelzijn. Ook op dit extra vloeroppervlak kan per vierkante meter namelijk eenzelfde aantal kippen geplaatst worden als op het bestaande vloeroppervlak.
Zijn er nu dan geen mogelijkheden voor meer ruimte?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Ja, toch wel. Volgens de Zeeuwse Omgevingsvisie past grondgebonden veehouderij goed bij de gedachte achter volhoudbare landbouw.
Wat is een grondgebonden veehouderij?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Volgens de Omgevingsverordening Zeeland worden bedrijven die over voldoende gronden beschikken om het aantal gehouden dieren te kunnen voeren als grondgebonden aangemerkt. Maar deze definitie verschilt in sommige gevallen van de definitie die in gemeentelijke omgevingsplannen wordt aangehouden. Daarin kan bijvoorbeeld onder een grondgebonden veehouderij worden verstaan: het houden van melk- en ander vee (nagenoeg) geheel op open grond waarvoor in de bedrijfsvoering de weidegang essentieel is.
Hoe kunnen boeren dan overschakelen naar grondgebonden veehouderij?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Verzoeken tot omschakeling naar grondgebonden veehouderij worden in Zeeland daarom per casus doorgerekend en beoordeeld door de Agrarische adviescommissie Zeeland. Uit de beperkt beschikbare casussen blijkt dat het, afhankelijk van de betreffende deelsector veehouderij, verschilt hoe de definitie van grondgebonden veehouderij wordt geïnterpreteerd. Dat maakt het lastig voor ondernemers om vooraf te beoordelen of omschakeling naar een grondgebonden bedrijfsvoering haalbaar is en aan welke voorwaarden moet worden voldaan.
Hoe wil de Provincie Zeeland hier duidelijkheid in scheppen?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Het is wenselijk om een objectieve uitleg van het begrip ‘grondgebonden’ per deelsector veehouderij nader uit te werken en vast te leggen in de omgevingsverordening. Een uitwerking die ook op voldoende draagvlak van de betreffende deelsector kan rekenen.
Welke aspecten hebben aandacht nodig bij die objectieve uitleg?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Bij die uitwerking moeten diverse aandachtspunten en opties of combinaties aan opties aan de orde komen. Te denken valt aan:
- Voervoorziening als basis voor grondgebondenheid: vanaf welk percentage voer van eigen land is sprake van grondgebonden veehouderij?
- Het maximaal aantal dieren per hectare. Daarbij moeten ook landelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld de voornemens voor grondgebondenheid uit het landelijk coalitieakkoord meegenomen worden;
- Uitbreiding grond bij uitbreiding dieraantallen: bij uitbreiding moet areaal voor de voerproductie worden verantwoord dat in de bestaande situatie daar nog niet voor nodig is;
- Afstand tot bedrijfslocatie: in hoeverre moet de afstand van de bedrijfsgronden tot de bedrijfslocatie meegewogen worden bij de beoordeling van het grondgebonden karakter van een veehouderijbedrijf? Ook hierbij moeten landelijke ontwikkelingen zoals de afstandsnorm uit het Wetsvoorstel Grondgebonden Melkveehouderij meegenomen worden;
- De relatie met het Beter Leven Keurmerk: in het provinciaal beleid is een koppeling gemaakt tussen het Beter Leven Keurmerk en intensieve veehouderij. Die koppeling is er niet met grondgebonden veehouderij, maar die is wel wenselijk.