Ruimte voor defensie in Zeeland

Defensie heeft meer ruimte nodig om te werken en te oefenen. Hierom is het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD) gepubliceerd. De plannen hebben ook gevolgen voor Zeeland.

defensie

De Nederlandse krijgsmacht groeit. Dat is nodig om ons land te kunnen verdedigen, nu en in de toekomst. Om dit te kunnen doen is er ruimte nodig voor meer personeel, materieel en oefenterreinen.

Defensie maakte in december 2023 bekend hoeveel ruimte de krijgsmacht op basis van de bestaande inzichten nodig heeft. Het afgelopen 1,5 jaar is onderzocht wat hiervoor de beste plekken zijn. Daarbij is gekeken naar onder meer de invloed op de leefomgeving, natuur, het milieu en draagvlak. De uitkomsten van het onderzoek staan in het zogenoemde planMER (milieueffectrapportage). Ruimte is schaars en er zijn meerdere belangrijke maatschappelijke belangen die om ruimte vragen. Dit vergt een zorgvuldige afweging. De uitkomsten daarvan en voorkeurslocaties zijn terug te vinden in het Ontwerp NPRD.

Tot en met 9 juli 2025 kon iedereen op het Ontwerp NPRD en milieueffectenonderzoek reageren door een zienswijze in te dienen. De Provincie Zeeland heeft 2 juli 2025 een zienswijze ingediend waarin ze haar zorgen uit over de gevolgen van de mogelijke plannen onder andere zaken als woningbouw, , natuur en stikstof.


Zeeland

De plannen van Defensie zullen ook gevolgen hebben voor Zeeland. Eind 2023 was Zeeland in beeld als zoekgebied voor het laagvliegen met helikopters en als locatie voor gegarandeerde havencapaciteit met bijbehorende faciliteiten. Uit de ontwerp beleidsvisie en de bijbehorende onderzoeken blijkt dat er in de haven niet genoeg ruimte beschikbaar is voor uitbreiding van activiteiten van Defensie. Een andere belangrijke conclusie is dat laagvliegen met helikopters in Zeeland lang niet overal mogelijk zal zijn, omdat het niet veilig is of schadelijk kan zijn voor inwoners en natuur. Uit het onderzoek blijkt ook dat er in alle zoekgebieden in Nederland belemmeringen zijn. Wat wél mogelijk is, wordt pas duidelijk als er per gebied nauwkeuriger wordt gekeken naar kansen en beperkingen. Zeeland blijft daarom als gebied voor laagvliegen op de kaart staan.

Resultaten enquête laagvliegende helikopers 

Op verzoek van is van 13 februari tot 13 maart een enquête uitgezet over laagvliegende helikopters op via denktankzeeland. 296 mensen hebben de enquête ingevuld.  34% van de mensen die hebben gereageerd staat positief of gematigd positief tegenover het laagvliegen, 5% neutraal en 61% negatief of gematigd negatief.  

Bij de onderwerpen worden Natuur, dierenwelzijn en milieu het belangrijkst gevonden (32%), gevolgd door Communicatie, inspraak en voorspelbaarheid (22%), Toerisme, recreatie, economie en leefomgeving (18%), Vragen, klachten en schade (12%) en Kansen voor Zeeland (7%). In een aantal reacties zijn geen aanvullende onderwerpen genoemd (9%).  

De meeste reacties gaan over zorgen voor negatieve effecten op de inwoners, hobbydieren, vee, recreatie en natuur. Naast de zorgen worden ook mogelijkheden genoemd om effecten te voorkomen, met name door niet te vliegen op locaties waar dieren en mensen zijn én door oefeningen ruim vooraf aan te kondigen. Daarnaast wordt vaak verwezen naar te beperkte mogelijkheden om de besluitvorming over het laagvliegen te beïnvloeden en te beperkte mogelijkheden om klachten in te dienen en/of schade vergoed te krijgen.      

De Provincie informeert staatssecretaris Boswijk, die verantwoordelijk is voor het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie, over de uitkomsten van de enquête. 

Op defensie.nl/ruimtevoordefensie kunt u meer informatie vinden over het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie.