Het maakt deel uit van het Europese netwerk van waardevolle natuurgebieden: Natura 2000. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden. Daarvan liggen er 16 in Zeeland, waaronder de Zwin en Kievittepolder in Zeeuws-Vlaanderen.

Om de unieke natuur van slikken, schorren en duinen met achterliggende polders voor de lange termijn te behouden, stelt de Provincie Zeeland een beheerplan op. Samen met alle betrokkenen in en om het gebied is onderzocht welke beschermende maatregelen nodig en mogelijk zijn. Dit Natura 2000-beheerplan geeft aan hoe het gebied de komende zes jaar beheerd zal worden en welke instandhoudingsmaatregelen, op welke wijze genomen zullen worden.

Kenmerken van het gebied

Het Natura 2000-gebied ‘t Zwin en Kievittepolder ligt op de grens van Vlaanderen en Nederland. Het Nederlandse deel van het Natura 2000-gebied bestaat uit vier deelgebieden: het Nederlandse deel van ‘t Zwin, de Zwinweide, de Kievittepolder en de Oudelandse Polder.

Het natuurgebied 't Zwin ligt  ingesloten tussen de duinen en een hoge dijk en is via een geul verbonden met de Noordzee. Hierdoor stroomt dagelijks veel zeewater binnen. Dit zorgt voor een uniek landschap van zandplaten, slikken en schorren met kreken waar veel bijzondere plantensoorten voorkomen. 't Zwin is daarmee een ideaal broedgebied voor veel vogelsoorten en een belangrijke rustplek voor trekvogels.

Ten zuiden van ‘t Zwin, achter de zeewerende dijk, ligt de Zwinweide: een reliëfrijk grasland waar het zoute kwelwater uit ‘t Zwin aan de oppervlakte komt. Dat zorgt voor een bijzondere vegetatie. In het noordoosten van ’t Zwin begint de Kievittepolder, met duinen en duingrasland met enkele veedrinkpoelen. De Noorddijk vormt de grens van deze polder. Daarachter ligt het gevarieerde landschap van de Oudelandse Polder, een vochtig grasland met reliëf, begroeid met planten en lage struiken.

Natura 2000 beheerplan voor de Zwin en Kievittepolder

De basis van het beheerplan zijn de aanwijzingsbesluiten (vastgesteld 7 mei 2013). Een aanwijzingsbesluit is een besluit van de Minister van Economische Zaken (voorheen LNV en daarna EL&I) waarin een gebied als Natura 2000-gebied wordt aangewezen, begrensd en waarin de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied zijn geformuleerd.

Europees bezien is het gebied van grote waarde voor verschillende habitattypen en diersoorten. De habitattypen die belangrijk zijn voor de Zwin en Kievittepolder zijn: ‘Slik- en zandplaten’, ‘Zilte pionierbegroeiingen’, ‘Slijkgrasvelden’, ‘Schorren en zilte graslanden’, ‘Witte duinen’, ‘Grijze duinen’ en ‘Duindoornstruwelen’. Voor de habitattypen ‘Slik- en zandplaten’, ‘Schorren en zilte graslanden’ en ‘Witte duinen’ is er een verbeteropgave voor de kwaliteit. Voor het habitattype ‘Zilte pionierbegroeiingen’ is er een uitbreidingsopgave voor het aanwezige oppervlak. Voor deze laatste vier estuariene habitattypen is een verbeterdoelstelling opgenomen omdat, als gevolg van de verzanding, de kwaliteit van het buitendijkse systeem achteruit loopt.

De diersoorten die onder de doelstellingen voor dit natuurgebied vallen zijn: nauwe korfslak, kamsalamander en kleine zilverreiger. Voor nauwe korfslak en kleine zilverreiger is de doelstelling het  behoud van de omvang en de kwaliteit van het leefgebied. Voor de kamsalamander is sprake van een verbeteropgave voor omvang en kwaliteit leefgebied.

In dit beheerplan staat beschreven hoe de gestelde Natura 2000-doelen te bereiken zijn en op welke manier. Het is daarmee een handleiding voor het toekomstige beheer van het gebied.

Beheerorganisaties

Stichting Het Zeeuwse Landschap, Postbus 25, 4450 AA Heinkenszand, +31 113 569110, info@hetzeeuwselandschap.nl