Toespraak Hugo de Jonge bij Uncle Beach
Your excellencies, Mr. Mayor, ladies and gentlemen,
Today we remember the Battle of the Scheldt and the landing at Uncle Beach. The liberation of Vlissingen. After D-Day, the Battle of the Scheldt was one of the most ferocious battles in the liberation of Europe. Thousands of young men lost their lives, fighting for every village, every street, every house.
Here at Uncle Beach, in the early hours of November first, 1944, young men from different countries came ashore to end more than 4 years of oppression and tyranny.The city of Vlissingen was hard hit. Houses lay in ruins, the harbor was destroyed, and the countryside was flooded. Yet, amidst that devastation, something priceless was regained: freedom. I will continue my speech in Dutch now.
Dames en heren,
Vandaag, ruim tachtig jaar later, herdenken we de jonge mannen die hier vochten en vielen. We herdenken ook de burgers, die moesten overleven, die moesten schuilen, die dierbaren verloren. We herdenken hun moed, hun volharding en hun medemenselijkheid – in een tijd waarin op veel plekken in de wereld weer zo hard voor vrijheid wordt gevochten. Met herdenken blikken we niet alleen terug. Herdenken is ook een spiegel voor vandaag. Herdenken is niet alleen stilstaan, het is ook doorgeven. Want wat zegt hun strijd ons, in onze tijd – een tijd waarin de wereld opnieuw onrustig is, waarin oorlog en dreiging ons weer dagelijks bereiken via het nieuws, via sociale media, via gesprekken aan de keukentafel? Omdat een paar uur vliegen hiervandaan weer een oorlog woedt.
De soldaten die hier aan land kwamen, wisten niet of ze de dag zouden overleven. Toch gingen ze. Niet uit haat, maar uit hoop. Niet voor macht, maar voor menselijkheid. Zij geloofden in een toekomst die zij zelf misschien niet meer zouden meemaken. Ze vochten niet tegen iets, maar vóór iets. Voor een betere wereld. Als wij die les uit 1944 meenemen, dan eren we niet alleen het verleden, maar bouwen we aan de toekomst. Een toekomst waarin jongeren niet alleen leren wat er is gebeurd, maar ook waarom dat van betekenis blijft. Want de wereld mag veranderen, maar de waarden en de vrijheden waarvoor hier is gevochten, blijven.
In 1941 benoemde President Franklin Delano Roosevelt die waarden en vrijheden in zijn State of the Union voor het Amerikaanse Congres. Vier vrijheden voor iedereen, overal ter wereld, als voorwaarden voor een menswaardig bestaan en voor een nieuwe, betere wereldorde. Vier vrijheden die ruim 80 jaar geleden miljoenen mannen en vrouwen motiveerden om te vechten voor onze vrijheid.
- Vóór de vrijheid van meningsuiting,
- Vóór de vrijheid van godsdienst,
- Vóór de vrijwaring van gebrek,
- En vóór de vrijwaring van angst.
Die vier vrijheden zijn nog altijd de belangrijkste bouwstenen van onze democratische rechtstaat. Ze zijn nog altijd het morele kompas dat ons de weg wijst in onze samenleving. Maar ze leven alleen als wij ze léven. In hoe we met elkaar omgaan. In hoe we luisteren. In hoe we ruimte maken voor verschillen zonder elkaar te verliezen.
Vrijheid van meningsuiting betekent niet dat alles gezegd mag worden zonder verantwoordelijkheid. Vrijheid van godsdienst vraagt van ons dat we ruimte laten voor wie anders denkt of gelooft. Vrijwaring van gebrek betekent dat niemand buiten de boot mag vallen, dat we blijven zorgen voor wie kwetsbaar is. En vrijwaring van angst betekent dat niemand in ons land bang mag zijn om zichzelf te zijn.
Soms lijkt het alsof we meer tegenover elkaar staan dan naast elkaar. Zeker in verkiezingstijd. Maar juist op momenten van spanning is het belangrijk om ons te herinneren: Vrijheid is niet het recht om alleen jezelf te volgen – het is de plicht om ook de ander ruimte te geven.
Dit jaar is het 80 jaar geleden dat de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is ondertekend. Misschien wel het belangrijkste document na de Tweede Wereldoorlog. Maar we vergeten wel eens wat precies in artikel 1 van die verklaring staat:
Alle mensen worden vrij en gelijk in waardigheid en rechten geboren. Zij zijn begiftigd met verstand en geweten en behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen… ‘Behoren zich jegens elkander in een geest van broederschap te gedragen’. Het hebben van rechten betekent dus geen absoluut recht en zeker niet ‘ieder voor zichzelf’. Het is gebaseerd op het uitgangspunt van broederschap tussen mensen onderling.
De jonge mannen die op 1 november 1944 op Uncle Beach landden kwamen hier niet voor zichzelf, maar voor ons. Voor onze ouders, voor onze kinderen, voor de vrijheid waarin wij vandaag mogen leven. Voor een menswaardig bestaan, voor iedereen, overal ter wereld. En voor een samenleving gebaseerd op vier vrijheden en de waarden waarvoor zij staan. Laten we die waarden en vrijheden blijven delen – thuis, op school, op het werk, op straat, en ja, ook in de politiek. Ieder op onze eigen manier kunnen we een verschil maken en bijdragen aan een samenleving waarin de vier vrijheden niet alleen in boeken staan, maar in daden zichtbaar zijn.
In hoe we elkaar begroeten, in hoe we met elkaar spreken, in hoe we elkaar helpen, naar elkaar omzien en zorg dragen voor wie dat nodig heeft. Laten we de namen van iedereen die hier heeft gevochten niet vergeten. Laten we niet vergeten waarvoor zij hebben gevochten: onze vrijheid. En laten we dan denken aan wat wij kunnen doen om die vrijheid waar te maken. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor anderen. Dat is de beste manier om hun nagedachtenis te eren. Dank u wel.