Toespraak installatie als Commissaris van de Koning in Zeeland
Het is fantastisch om commissaris van de Koning te mogen zijn van Zeeland. Te mogen werken in de provincie waar ik ben geboren en voor een belangrijk deel ben opgegroeid. Geboren ben ik in Bruinisse op Schouwen-Duiveland, toen ik twee was verhuisden we naar Alphen aan den Rijn, maar van mijn zevende tot mijn vijftiende keerden we weer terug naar Zeeland. Op Zaamslag gingen we wonen. Als kind in een domineesgezin hoort verhuizen er nu eenmaal bij.
Zeeuw dus van geboorte. Opgegroeid als Zeeuws ventje. Het duurde een tijdje voor ik het Zeeuws onder de knie kreeg. Met Hollands kon je op Zaamslag echt niet aankomen. Even de kat uit de boom gekeken dus, even wat minder gepraat (‘heproat’) - voor mij voorwaar geen eenvoudige opgave - en goed geluisterd (‘heluusterd’) - voor mij ook geen eenvoudige opgave. Alles om me de tongval en het dialect eigen te maken.
Ik heb aan het goede dorpse Zeeuwse leven heel mooie herinneringen. Zaamslag in Zeeuws-Vlaanderen. Een dorp met nog geen 3000 inwoners, waar iedereen elkaar kent. Bij elkaar op school zit, bij elkaar op voetbal zit, bij elkaar in de kerk zit. En geregeld ook familie is. Namen als Dieleman, Hamelink, De Putter, Scheele, Dees, De Feijter, De Kraker, Riemens, Dekker. En De Jonge. Met die namen heb je het gros van het dorp wel te pakken. Heerlijk overzichtelijk. De planologische opzet van het dorp is dat ook. In het midden van het dorp is een plein met een kerk. Dat plein heet het Plein. Van daaruit heb je in de basis 4 straten. Je hebt de Terneuzensestraat, die gaat naar Terneuzen. Je hebt de Axelsestraat, die gaat naar Axel. Je hebt de Veerstraat, die gaat naar Zaamslagveer. Wij woonden in de Polderstraat, die gaat de polder in. Dat gold overigens wel voor meer straten.
Ongeveer sinds Noach woont het voorgeslacht van mijn vaders vader op Zeeuws-Vlaanderen en sinds mensenheugenis op Zaamslag.
Op Zaamslag heb ik leren werken. Bij de boer, zoals alle jongens op Zaamslag. Mijn broer Marien werkte bij de boer en dat wilde ik ook. De eerste boer waar we gingen werken was boer Dieleman van de Punthoeve aan de Axelsestraat. Het toeval wil dat mijn overgrootvader, Ko de Jonge, boerenknecht was op diezelfde boerderij. Tweede boerenknecht. Geen eerste, want hij was bang voor paarden. Maar, hij had grote handen dus hij was goed in het maaien van graan en het op schoven zetten van vlas. Hij was getrouwd met Jacomina Herrebout. Ze woonden in de Axelsestraat.
Mijn opa, ook een Marien de Jonge, was de enige die mocht gaan studeren. Hij ging de kweekschool doen aan d’overkant, hier in Middelburg. En daarna vertrok hij uit Zeeland.
Ik ben een geboren en getogen Zeeuw dus. Én Zeeuw van herkomst. Maar sinds mijn negentiende woon ik in Rotterdam, inmiddels meer dan de helft van mijn leven. En ik hou van die stad, voel me verwant met die stad. Om zijn energie en zijn daadkracht. Om het recht-voor-z’n-raap-karakter en z’n opgerolde mouwen. Om het ondernemerschap en het geloof in de toekomst. Voor zoveel mensen is Rotterdam een stad van aankomst. Een stad waar je een nieuw begin maakt met de rest van je leven.
Rotterdam is eigenlijk een verzameling dorpen, pas in 1299 kreeg Rotterdam voor het eerst stadsrechten. Van … Wolfert van Borselen, heer van Veere. Van een Zeeuwse edelman dus. Het leek me goed voor de Rotterdammers onder ons om dit feitje te delen. En misschien ook goed om te weten dat Aardenburg, Hulst, Biervliet, Axel, Middelburg, Domburg, West-Kapelle, Oostburg, Sint Anna ter Muiden, Zierikzee, en Sluis allemáál éérder stadsrechten hadden dan Rotterdam.
We wonen daar op Katendrecht. Op ‘de Kaap’, zoals het heet. Ooit één van die dorpen, maar inmiddels een van de meest Rotterdamse stukjes Rotterdam.
Op de kade langs de Rijnhaven staat de FENIX-loods, ooit de grootste loods ter wereld, gebouwd voor de Holland-Amerika Lijn. Eerder dit jaar opende daar het kunstmuseum over migratie. Het vertelt de verhalen van de 3 miljoen mensen die daar vertrokken naar de Nieuwe Wereld. Mensen die droomden van het Beloofde Land. Onder hen waren talloze Zeeuwen.
Een nieuw begin maken door te vertrekken. Eeuwenlang vertrokken er Zeeuwen om elders kolonieën, steden of leefgemeenschappen te stichten. De belofte van een nieuw begin en een beter bestaan. Dat dreef Zeeuwen om op pad te gaan.
Een ondernemend en pionierend volkje, die Zeeuwen. Dat zijn we altijd geweest eigenlijk. Het is fascinerend hoe onze verre voorouders over de hele wereld hun stempel drukten.
Wisten jullie dat New York ooit van Zeeland is geweest?
De bekendste overzeese Zeeuw is Franklin Delano Roosevelt, de 32e president van de Verenigde Staten. Om het jaar worden hier in Middelburg en in New York de Four Freedom Awards uitgereikt, vernoemd naar de 4 vrijheden uit zijn beroemde State of the Union waarmee hij de Amerikanen in beweging zette om Europa te bevrijden. Het verhaal wil dat FDR - zo werd zijn naam liefdevol afgekort - afstamt van Claes Maertenszoon van ’t Rosevelt. In de zeventiende eeuw vertrok hij uit Zeeland - met zijn gezin de oceaan over. Vanuit Oud-Vossemeer op Tholen naar het toenmalige Nieuw-Amsterdam.
Franklin Delano Roosevelt stond bekend als de ‘people’s president’. In radiotoespraken gaf Roosevelt Amerikanen het gevoel dat hij bij hen aan de keukentafel zat, naar hun zorgen luisterde en hen hoop en perspectief bood.
Er werd gezegd dat je in de zomer over straat kon lopen - langs open ramen van huizen en auto’s - zonder een woord van Roosevelts speeches te missen, omdat iedereen er op had afgestemd.
FDR loodste zijn land door twee perioden van duisternis: de duisternis van de ‘great depression’ en die van de Tweede Wereldoorlog.
“The only thing we have to fear is fear itself” is zijn beroemdste uitspraak.
Onze tijd verschilt van toen, zeker. Maar tachtig jaar na zijn overlijden leven ook wij in een wereld vol angst en onzekerheid. Over waar het naar toe gaat. Over waar het naar toe moet. Over onszelf. Laten we eerlijk zijn, het bepaalt al een tijd het politieke discours.
Angst en onzekerheid, het is benzine in de motor van het populisme. Wind in de rug om het verlangen aan te wakkeren naar een verleden dat er nooit is geweest. Of een toekomst te beloven die er nooit gaat komen. Of een werkelijkheid te ontkennen waar we allang in zitten.
Angst en onzekerheid. Het verlamt ons, het maakt dat we ons afkeren van de toekomst, ons afkeren van elkaar.
We moeten elkaar en onszelf er dus tegen wapenen. En dat doen we het beste door die toekomst zélf vorm te geven. Met een politiek van hoop en perspectief. Met lef, met toewijding en met een overtuigde toekomstvisie. Zo hebben we dat in Zeeland altijd gedaan.
Ik was 9 toen Koningin Beatrix de Oosterscheldekering sloot met de woorden “De stormvloedkering is gesloten. De Deltawerken zijn voltooid. Zeeland is veilig". Ik hield er mijn spreekbeurt over in groep 7, zoals heel veel Zeeuwse jongens toen. Met lego had ik 2 pijlers nagemaakt met een schuif er tussen die op en neer kon. De Deltawerken werden onder ingenieurs geprezen als het 8ste wereldwonder, een ongekend staaltje waterstaatkundig vernuft. Het zette Zeeland en Nederland in één klap op de kaart als gidsland op het gebied van water. Nergens ter wereld heeft men de strijd tegen het water beter onder de knie dan hier. Daar waren lef en toewijding voor nodig en een overtuigde toekomstvisie.
In de jaren ‘60 en ‘70 kwam de moderne industriële ontwikkeling van Zeeland op gang. Dat had alles te maken met het unieke karakter van onze provincie. Dat werd destijds ook in Den Haag herkend en rechtvaardigde flinke investeringen in Zeeland. Grote bedrijven vestigden zich hier. Dit unieke karakter bepaalt nog steeds in belangrijke mate onze Zeeuwse uitgangspositie: ruimte, energie, de strategische ligging aan zee en toegang tot grote Europese markten in Vlaanderen, Noord-Frankrijk en het Ruhrgebied. Door de keuzes die toen en later gemaakt zijn is onze North Sea Port na Rotterdam en Antwerpen nu de derde haven van Europa. Alweer: lef, toewijding en een overtuigde toekomstvisie.
Het roemrijke verleden van Zeeland is eindeloos inspirerend voor het hier en nu. Het is dankzij het leiderschap van onze voorgangers dat het in Zeeland zo fantastisch toeven is. Wij zullen in het hier en nu de beslissingen moeten nemen opdat onze kinderen en kleinkinderen hetzelfde over ons zullen zeggen. We moeten rentmeesters zijn.
En de kansen voor Zeeland zijn eindeloos. Júist nú heeft Zeeland eigenlijk een fantastische uitgangspositie. Juist nu Europa en Nederland minder afhankelijk moeten worden van het buitenland, heeft Zeeland ongelofelijk veel te bieden.
Hier aan de kust, de Zeeuwse kust zorgen we voor energiezekerheid. Voor voedselzekerheid.
Hier aan de kust heeft de industrie en MKB-bedrijvigheid op het gebied van energie, voedsel en water de beste plek in Europa die ze maar kunnen wensen.
Hier aan de kust bouwen we al honderden jaren marineschepen.
Zeeland heeft iets wat in de rest van Nederland veel schaarser is: ruimte. Niet ongeclausuleerd, en ook hier niet zonder keuzes te maken.
Maar hier aan de kust, de Zeeuwse kust is de ruimte om te bouwen aan onze onafhankelijkheid. Hier bouwen we aan de delta van de toekomst.
Dat is de reden dat we met het traject Zeeland 2050 begonnen zijn. Want net als Zeeland het Rijk nodig heeft, heeft het Rijk Zeeland nodig. Het toekomstperspectief Zeeland 2050 hebben we daarom net voor de zomer aan Den Haag hebben aangeboden. De komende maanden werken we toe naar een strategische agenda die we dan met het nieuwe kabinet kunnen vaststellen.
Het zou heel goed zijn als het nieuwe kabinet met meerdere regio’s komt tot strategische samenwerkingsagenda’s. Ik hoop op een kabinet dat de kracht ziet van de regio, de kracht ziet van het middenbestuur, de kracht ziet van samenwerken.
Zeeland. Land in zee. Het is hier fantastisch. Dat weten de vele toeristen, dat weten de 400.000 Zeeuwen die hier wonen. Het stoere Tholen, het lieflijke Schouwen-Duiveland, de ondernemende Bevelanden, het pitoresque Walcheren met daarin het Rotterdamse Vlissingen, het bourgondische Zeeuws-Vlaanderen. Het prachtige wijdse landschap, de schitterende natuur, het gemoedelijke dorpse samenleven. De eindeloze zee aan mogelijkheden. Geen dierder plek voor ons op aard. Geen oord ter wereld meer ons waard. Veel dichter bij het beloofde land kun je niet komen.
En toch, het is geen rustig bezit. Zeeland ontgroent sneller dan de rest van Nederland, Zeeland vergrijst sneller dan de rest van Nederland en in tegenstelling tot de rest van Nederland groeit Zeeland nauwelijks. En dat moet veranderen willen we het goede leven in stand houden.
Er zijn gewoon meer Zeeuwen nodig. Al langer is dat de inzet.
Om de spiraal van verschraling van voorzieningen te stoppen, maar ook om die eindeloze zee aan mogelijkheden te verzilveren.
Van oudsher is Zeeland een plek van aankomst geweest voor mensen van buiten.
De Schotten in Veere.
De Antwerpenaren in Middelburg.
De Hugenoten en Lutheranen in Zeeuws-Vlaanderen.
Die groei maakte ons rijker, in alle opzichten. De Zeeuwse tolerantie maakte onze provincie voor velen een veilig toevluchtsoord. De ligging aan zee en tussen Brabant, Holland en Vlaanderen maakte Zeeland een fantastische plek voor de handel. Dat is niet veranderd.
Maar die bevolkingsgroei, verandert dat het karakter van Zeeland niet, al die ‘búut’ndiekers d’r bie’?
Ach, ik denk dat het verdwijnen van de school of de bakker op het dorp het karakter van Zeeland ingrijpender verandert. Een van de onvolprezen bakkers op Zaamslag heet trouwens Risseeuw. Echt een Zeeuwse naam, zou je zeggen. Maar Risseeuw is een verbastering van het Frans. Evenals de achternaam van mijn overgrootmoeder Herrebout. Het moeten Hugenoten zijn geweest. Ik wil maar zeggen: búut’ndiekers kunnen Zeeuwen worden.
Echt zorgen moeten we ons maken over de beweging andersom. Al vele tientallen jaren vertrekken jonge Zeeuwen om elders te gaan studeren. Ongeveer de helft. En de meesten van hen komen niet meer terug, slechts een kwart. Dat kunnen we ons gewoon niet veroorloven.
‘Demography is destiny’ is een bekende uitspraak. Demografie bepaalt onze bestemming.
Te lang is Zeeland een plek van vertrek geweest. Zeeland moet weer een plek van aankomst worden. Geen plek waar je vertrekt om je droom na te jagen, maar een plek waar je naar toegaat om je droom waar te maken. Een plek waar je een begin maakt met de rest van je leven.
Dat is wat ik kom doen.
Het is ongelooflijk mooi om Commissaris van de Koning te mogen zijn. Ik hou van Zeeland! Ik ben Provinciale Staten ontzettend dankbaar voor het vertrouwen en wil er alles aan doen om dat vertrouwen waar te maken. Met hart en ziel. Met huid en haar. Zeeland is het waard om voor door het vuur te gaan. Het is een eer om als commissaris mijn werk en leven te mogen wijden aan Zeeland.
Een nieuwe start is het ook voor ons gezin, voor mijn lieve vrouw Mireille en onze fantastische kinderen Ismaël en Sarah. Mijn werk heeft altijd al veel van jullie gevraagd, soms te veel. We hebben elkaar altijd veel minder gezien dan mij en jullie lief was. Het zal ook nu weer een hele puzzel worden om ons nieuwe leven in te richten. Maar - dat gaat ook vast weer lukken.
En een nieuwe start - of eigenlijk een hernieuwde start - is een goed moment om verwachtingen uit te spreken.
Provinciale Staten hebben hun verwachtingen duidelijk uitgesproken. En ook zonet werd de lat al hoog gelegd. Dank voor alle lieve woorden. Het is altijd goed om de lat hoog te leggen, hoge verwachtingen werken, zeg ik als oude schoolmeester…maar: in je eentje maak je die niet waar. We zullen het echt samen moeten doen.
Want in je eentje ga je harder, maar samen kom je verder. Daarom is het goed om verwachtingen ook naar elkaar toe helder uit te spreken.
Mijn eerste verwachting is dit: laten we fier en zelfbewust naar de toekomst te kijken. Zeeuwen kúnnen heerlijk chauvinistisch zijn. We kunnen ongeremd trots zijn - ‘hrôôs zien’. Op Zeeuwse sportkampioenen, op ons Zeeuwse erfgoed, op onze Zeeuwse oesters en mosselen. En tegelijkertijd zijn we ontzettend bescheiden. En bescheidenheid is mooi, maar je kunt ook té bescheiden zijn. We doen onszelf te kort als we te klein over onszelf denken. Geen ge-calimero meer, er is alle reden om fier en zelfbewust naar de toekomst te kijken.
Mijn tweede is: laten we de lat hoog leggen. Mijn moeder zei altijd: ‘alles waar té voor staat is niet goed, behalve tevreden.’ Mijn moeder heeft altijd gelijk. Maar - je kunt ook té tevreden zijn. ‘T’is best hoor’ heb ik maar al te vaak gehoord. Waarom zijn we soms zo snel tevreden?
We moeten de lat hoog leggen. Ambitie is geen vies woord. En we moeten er niet terugschrikken als dat deining in de polder veroorzaakt, weerstand hoort er soms gewoon bij. De weg van de minste weerstand leidt niet naar een sterker Zeeland en is gelukkig nooit de weg van onze voorgangers geweest.
Mijn derde verwachting is eigenlijk een oproep: bouw mee aan het Zeeland van de toekomst. Iedereen heeft een taak. Die toekomst staat voor ons met een uitgestoken hand en zegt: omarm me. Dus rol je mouwen op en doe mee. Doe mee om van Zeeland een plek van aankomst te maken. Geen plek waar je vertrekt om je droom na te jagen, maar een plek waar je naar toegaat om je droom waar te maken.
Nog één keer terug naar de ‘people’s president’, Franklin Delano Roosevelt. Na zijn overlijden op 12 april 1945 verzamelde zich een grote menigte langs het spoor om afscheid te nemen van hun president. Toen de presidentiële trein passeerde met het ontzielde lichaam van FDR liet één van de toeschouwers zich huilend op de grond vallen. Een omstander vroeg de huilende man of hij de president misschien persoonlijk had gekend. ‘No’, was het antwoord. ‘But he knew me. He knew me.’
Roosevelt laat zien waarvoor politici op aarde zijn. Om te dienen, te beschermen, richting te wijzen. Om hoop en perspectief te bieden waar mensen vertrouwen en zekerheid aan kunnen ontlenen. Hoop en perspectief als tegengif tegen angst en onzekerheid. Juist in een samenleving die zo gefragmenteerd is, waar zoveel mensen zo onzeker zijn over de toekomst en zo alleen in hun onzekerheid.
‘Luctor et emergo’ is de Zeeuwse wapenspreuk. We zullen het straks weer zingen in ons prachtige Zeeuwse volkslied: ‘daar klinkt des leeuwen forschen stem, ik worstel moedig en ontzwem’. Een uiting van moed en vastberadenheid. Leven vanuit de overtuiging dat we sterker worden door strijd. Dat als je durft te worstelen - met lef, met toewijding, en een overtuigde toekomstvisie, dat het lukt om boven te komen. En dat we ons daarbij gesterkt mogen weten door de kracht die God ons iedere dag weer geeft.
Dank u wel.