Toespraak installatie als Commissaris van de Koning in Zeeland voor Provinciale Staten
Geachte leden van Provinciale Staten , geachte leden van Gedeputeerde Staten , geachte griffier en medewerkers van de griffie, geachte leden van het corps journalistique, lieve familie,
Dank aan vice-voorzitter Joan van Burg voor zijn mooie woorden.
Een jaar mag ik nu aan de slag zijn voor Zeeland. Het voelt als een groot voorrecht om te mogen werken in de provincie die me zo lief is.
Maar eerlijk is eerlijk, ik had het nooit kunnen denken. Dat ik Commissaris van de Koning zou worden. Niet toen ik vertrok uit Zeeland, niet toen ik Rotterdammer werd, niet toen in Den Haag ging werken. En ook niet toen ik vorig jaar september als waarnemend CdK aan de slag ging. Gewoon, omdat ik er nog nooit zo over nagedacht had. Omdat ik niet wist of het een rol zou zijn die me zou passen.
Het idee begon in het afgelopen jaar pas wortel te schieten. Terugkeren naar Zeeland voelde als een warm bad, een ‘trip down memory lane’. Ik voel me thuis bij de Zeeuwen, voel me verwant met alles waar Zeeland voor staat. Ik ben totaal gegrepen door de enorme opgaven die op Zeeland afkomen. Vol overtuiging heb ik daarom gesolliciteerd naar dit mooie ambt.
Om met jullie Zeeland sterker te maken. Tussen zee en land ligt hier een eindeloze zee aan mogelijkheden. Tussen zeewind en zonlicht ligt hier een eindeloos mooi landschap. Tussen traditie en toekomst ligt hier eindeloos veel potentie.
Dankbaar ben ik dat jullie mij het vertrouwen hebben gegeven, met mij de mouwen op willen stropen, met mij willen bouwen aan Zeeland als delta van de toekomst.
De Provinciale Staten hebben hun verwachtingen duidelijk uitgesproken. In de profielschets en in de gesprekken die ik mocht hebben met de vertrouwenscommissie.
Heel graag wil ik als commissaris een ambassadeur zijn voor Zeeland, een pleitbezorger die onvermoeibaar op de deuren bonst. Om op te komen voor Zeeland en de Zeeuwse leeuw te laten brullen als dat nodig is. In Den Haag, in Brussel en in Vlaanderen, nationaal en internationaal, wil ik werken aan sterke bondgenootschappen.
Graag wil ik een aanjager zijn van nieuwe ideeën, van nieuwe ontwikkeling. Ook als dat deining in de polder veroorzaakt. Die deining is soms nodig om mensen in beweging te brengen. En weerstand hoort er soms gewoon bij. Ik heb in Zeeuws-Vlaanderen tegen de wind in leren fietsen. Maar vooral in de achterliggende Haagse jaren heb ik aan tegenwind geen gebrek gehad. De weg van de minste weerstand is nooit de mijne geweest. Het is onze opdracht om Zeeland toekomstbestendig te maken en we moeten dat doen zoals onze voorgangers dat deden. Met lef, met toewijding, en met een overtuigde visie op hoe die toekomst er uit moet zien.
De commissaris moet de hoeder zijn van goed en integer bestuur in Zeeland. Zeeuwen moeten op hun overheid kunnen rekenen. Zeeuwen verdienen een betrouwbare en daadkrachtige overheid die in staat is met hen de toekomst vorm te geven.
Provinciale Staten zoeken een commissaris die een verbinder is en een bruggenbouwer. Zo’n commissaris wil ik zijn. Boven de partijen en tussen de mensen. Een verbinder in de Zeeuwse samenleving, een samenleving die gevormd en gedragen wordt door hechte gemeenschappen met een sterke identiteit. Bewust zoek ik die gemeenschappen op, met Mireille op kerkenpad, langs de lijn en op tal van andere plaatsen. We zijn een landje van overkanten, dus we hebben bruggen nodig om elkaar te bereiken en elkaar te verstaan.
De Provinciale Staten zijn het hoogste besluitvormend orgaan van de provincie Zeeland. Die positie wil ik als uw voorzitter recht doen en versterken. Het verschil mogen maken voor de mensen die op ons rekenen; voor ieder statenlid is dat de drive om voor de politiek te kiezen. In de Provinciale Staten horen verschillen van opvatting de ruimte te krijgen, het mag schuren, het mag botsen. Het politieke debat ís een ideeënstrijd. Maar uiteindelijk is het de taak van de politiek om kloven te overbruggen in plaats van te slaan, mensen samen te brengen in plaats van ze uit elkaar te spelen en verschil te maken in plaats van verschillen uit te vergroten. De polarisatie in de samenleving moeten we afblussen in plaats van aanblazen. Dat is wat Zeeuwen van hun politiek bestuur mogen verwachten, daarmee herwinnen we het vertrouwen in de politiek, we hebben een voorbeeldrol te vervullen. De Zeeuwse politieke cultuur kenmerkt zich als constructief, respect en vertrouwen voeren de boventoon. Als voorzitter wil ik er alles aan doen om dat zo te houden.
Ik wil de vergaderingen zo voorzitten dat iedereen tot zijn recht komt. En zorgen dat de vergaderingen strak en vlot verlopen, zodat het voor iedereen aangenaam blijft om er naar kijken en er aan deel te nemen. Soms zal ik daarbij een beetje schoolmeester zijn, de onderwijsmensen in de Staten zullen het herkennen - dat raak je nu eenmaal nooit meer kwijt.
Afgelopen jaar hebben we een beetje aan elkaar kunnen wennen. Ik aan mijn nieuwe rol, u aan uw nieuwe voorzitter. Ik ben nog lang niet uitgeleerd, en sommigen van u hebben voor dat wennen misschien ook nog wat meer tijd nodig. Maar die tijd is er ook: we hebben 6 jaar. Minstens. Toen ik een jaar geleden kennismaakte heb ik u gevraagd om altijd straight en eerlijk te zijn over wat u van uw commissaris verwacht, waar het anders en beter kan. Dat bent u geweest en ik hoop dat u daar mee door gaat. We moeten elkaar scherp durven houden.
Wij mogen ons werk doen in een rijke traditie. In de Abdij in Middelburg vergaderen al sinds 1574 de Provinciale Staten van Zeeland. Het is het oudste provinciehuis van Nederland. En het mooiste. En we doen ons werk voor de mooiste provincie van Nederland. We zijn gezegende mensen. En dat schept een grote verantwoordelijkheid. Voor de mensen die op ons rekenen, voor de volgende generatie die op ons rekent.
Laat ik hier afsluiten met een wens - of eigenlijk is het een gebed – van een bekende Heilige (de favoriet ook van veel protestanten), Franciscus van Assisi:
“Moge God ons zegenen met genoeg dwaasheid om te geloven dat we een verschil kunnen maken in de wereld, zodat wij kunnen doen waarvan anderen zeggen dat het niet gedaan kan worden.”