Samenwerking in de Nederlands-Belgische grensregio centraal tijdens Oesterontmoeting
Maandag 28 september vond in Middelburg traditiegetrouw de Zeeuwse Oesterontmoeting plaats. O.a. minister Heerma en commissaris van de Koning Hugo de Jonge spraken daar over het belang van de samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen en het verder wegnemen van belemmeringen in de grensregio.
Bij de bijeenkomst waren onder anderen minister van Binnenlandse Zaken Pieter Heerma, staatssecretaris Eric van der Burg en de gouverneurs van Oost-Vlaanderen en Antwerpen, Carina van Cauter en Cathy Berx, aanwezig. Minister Heerma sprak de keynote speech uit. Tijdens de bijeenkomst stond de vraag centraal hoe Nederland en Vlaanderen hun economische samenwerking verder kunnen versterken, onder meer op het gebied van infrastructuur, energie, havens en grensoverschrijdende regelgeving.
Toespraak commissaris van de Koning Hugo de Jonge
Geachte aanwezigen,
Welkom op de 23e editie van de Oesterontmoeting.
Een bijzonder welkom aan de minister van Binnenlandse Zaken, Pieter Heerma, en de staatssecretaris van Koninkrijksrelaties en Slagvaardige Overheid, Eric van der Burg.
Ook heet ik onze diplomatieke gasten van harte welkom: ambassadeur Brechje Schwachöfer, consul-generaal Karen van Stegeren, plv. Chef de Poste Bilal Benyaich en Algemeen Afgevaardigde van de Vlaamse Regering Nic van der Marliere.
En natuurlijk een bijzonder welkom aan de gouverneurs van Oost- Vlaanderen en Antwerpen, Carina van Cauter en Cathy Berx.
Het is goed om elkaar weer te ontmoeten.
Laten we beginnen door te vieren dat het Nederlandse kabinet heeft besloten de bezuiniging op het consulaat-generaal Antwerpen terug te draaien.
Juist in deze geopolitiek barre tijden kun je beter een goede buur hebben dan een verre vriend.
Veel mensen hebben zich voor het terugdraaien van de bezuiniging ingespannen, maar in het bijzonder wil ik onze staatssecretaris Eric van den Burg bedanken voor het werk dat hij verzet heeft.
Heel veel dank!
Van oudsher zijn Nederland en Vlaanderen met elkaar verbonden.
Lange periodes in de geschiedenis waren wij samen een.
Bij het ontstaan van de Lage Landen, maar eigenlijk tot het begin van de 19e eeuw.
En ondanks dat er in 1830 een grens is getrokken, blijft de verwevenheid tussen onze regio’s groot.
Sommige hedendaagse politici beweren dan ook dat die grens een historische vergissing is.
De verwevenheid tussen onze regio’s uit zich in onze talen, die nauw aan elkaar verwant zijn.
In onze cultuur, die, zeker vanaf Zeeuws-Vlaanderen en zuidelijker, als bourgondisch getypeerd kan worden.
En natuurlijk in onze haven en de vele bedrijven die over de grens samenwerken.
Er is dus een grens tussen onze regio’s.
Maar door de verwevenheid tussen onze regio’s zou je kunnen zeggen dat het een zachte grens is.
En dat is in ons voordeel.
Dat was in de vroege Middeleeuwen al zo.
Brugge was toen dankzij het Zwin het economische hart van Noord-Europa.
Het Zwin – inmiddels helemaal verzand, ingedijkt en ingepolderd, maar toen een open zeeverbinding – bracht ons de rijkdom van overzee.
En aan het Zwin bouwden Zeeuwen en Vlamingen allemaal haventjes die meeprofiteerden van de aantrekkingskracht van Brugge.
Damme, Aardenburg en Sluis zijn daar mooie voorbeelden van.
Ze werden er ongelooflijk rijk van.
Uit opgravingen weten we dat je in de vroege Middeleeuwen in Sluis rozenwater uit Syrië kon kopen.
Maar ook nu profiteren we van de zachte grens tussen Vlaanderen en Nederland.
Dankzij de zachte grens kunnen Port of Antwerp-Bruges en North Sea Port samenwerken.
Dankzij de zachte grens kunnen de chemie- en industriebedrijven in de Vlaams Nederlandse Delta coöpereren met Chemelot en het Ruhrgebied.
En dankzij de zachte grens kunnen hightech- en kennisbedrijven rond Leuven en Brainport Eindhoven elkaar aanvullen.
Die zachte grens koesteren we.
En die zachte grens proberen we nog zachter maken.
Bijvoorbeeld met openbaar vervoer over de grens heen, zoals de plannen voor de Rail Gent-Terneuzen.
Het besluit over het goederenvervoer is al genomen.
En we hopen dat straks ook personenvervoer mogelijk wordt tussen Gent en Terneuzen.
Een mooi voorbeeld van corrigeren wat ten onrechte uit elkaar is gedreven.
Maar hoe zacht de grens ook is, er is een landsgrens die ons scheidt.
En dat maakt dat er verschillen in regelgeving zijn die niet uit te leggen zijn en onze samenwerking soms ook in de weg staan.
Bijvoorbeeld voor dronebestuurders in Oostende.
Zij hebben te maken met veel extra administratie om een windmolenpark te bevoorraden dat zich in de Belgische exclusieve economische zone bevindt, maar gedeeltelijk alleen via het Nederlandse luchtruim bereikt kan worden.
Of voor brandweervrijwilligers in Zeeuws-Vlaanderen.
Zij hebben problemen met sociale zekerheid omdat ze in België werken maar als Nederlandse ambtenaren worden gezien.
Of voor Nederlandse studenten.
Zij dreigen hun ziektekostenverzekering in Nederland te verliezen als ze in België stage lopen en daar een vergoeding voor krijgen.
Zomaar wat voorbeelden van barrières die zich specifiek in onze grensregio voordoen en die zijn ingediend bij het Schakelpunt grensbelemmeringen om opgelost te worden.
Er is ons veel aan gelegen die om die belemmeringen weg te nemen.
En wel om drie redenen.
Allereerst, omdat mensen die in de grensregio wonen geen boodschap hebben aan de grens.
Als je vlakbij de grens woont, speelt je leven zich voor een groot gedeelte af aan de andere kant van de grens.
Dat geldt voor Nederlanders die in Vlaanderen werken of andersom.
Voor Vlamingen die in Nederland op vakantie gaan.
Voor Nederlanders die in Vlaanderen komen tanken.
De samenleving houdt dus niet op bij de grens.
Juist daarom is het belangrijk de grensbelemmeringen weg te nemen.
De tweede reden is om de economische potentie van onze regio verder te benutten.
Onze economie is sterk, maar kan nog ongelooflijk veel meer van betekenis zijn voor de welvaart van Noordwest-Europa.
Neem het havengebied van Rotterdam, Antwerpen, North Sea Port en Moerdijk en de steden eromheen.
Er zit in dat gebied een onwaarschijnlijke rijkdom en investeringskracht.
Om die potentie te benutten zullen we wel belemmeringen moeten wegnemen.
En zullen we meer moeten samenwerken in grensoverstijgende infrastructuur en publieke investeringen.
Dit sluit ook aan bij de aanbevelingen van het Draghi-rapport en het Letta-rapport om de interne markt te versterken door grensbelemmeringen weg te nemen.
Die samenwerking is ook belangrijk omdat de positie van onze industrie onder druk staat.
Door hoge energiekosten.
Door toenemende internationale concurrentie.
Door grote investeringen voor verduurzaming.
Een soepele samenwerking is nodig om die uitdagingen het hoofd te bieden en economisch te groeien.
En de derde reden om grensbelemmeringen weg te nemen is omdat we strategisch autonoom willen worden.
We willen voor onze energie niet afhankelijk zijn van Rusland.
Voor onze industrie niet van China.
Voor onze veiligheid niet van Amerika.
In potentie kunnen wij op al die zaken leveren.
Dankzij onze ruimte. Dankzij onze ligging aan de Schelde. Dankzij onze energie.
Maar die potentie kan alleen ten volle benut worden als de Vlaams-Nederlandse grensregio als één economisch systeem werkt.
En dat is nodig.
In een wereld waarin grootmachten het recht van de sterkste willen laten gelden, zal Europa zijn economisch potentieel ten volle moeten benutten om er geopolitiek toe te doen.
En binnen Europa is onze regio economisch een van de meest kansrijke.
Daarom zijn we een strategische agenda Vlaanderen-Nederland aan het opstellen.
Om op alle fronten de kansen te benutten die er hier in de grensregio zijn.
Tuurlijk, we beseffen dat we niet alles in eigen hand hebben.
We hebben ook de nationale overheden nodig en de Europese Unie.
Maar met elkaar moeten we die barrières wel wegnemen.
Voor de samenleving, voor onze economie en voor onze strategische onafhankelijkheid.
Daarom is ook de trilaterale haventop op 5 oktober aanstaande van groot belang.
Op die top zullen havens en industrie afspraken met de regeringen maken over het wegnemen van grensbelemmeringen, het aanleggen van een grensoverstijgend energienetwerk en het verkorten van procedures.
Ik kom tot een afronding.
Vandaag vieren we dat we als Nederland en Vlaanderen al zo lang samenwerken.
Maar samenwerking blijft mensenwerk en vraagt om onderhoud.
Daarom zoeken we vandaag opnieuw de dialoog op over hoe we onze samenwerking kunnen versterken en belemmeringen kunnen wegnemen.
Om de grens tussen onze regio’s zo zacht mogelijk te maken.
In dat kader zijn we ook blij dat de minister van Binnenlandse Zaken, Pieter Heerma, in ons midden is.
Om vanuit zijn verantwoordelijkheid voor het buurlandenbeleid de kracht van de regio te benadrukken en het belang van een goede samenwerking met onze Vlaamse buren.
Want we leven in een onrustige tijd.
Het is dan fijn te weten dat je als buren op elkaar kunt rekenen.
Ik wens u allen een goede Oesterontmoeting toe.