Kernenergie

Het Rijk heeft Borssele aangewezen als voorkeurslocatie in Nederland waar mogelijk nieuwe kerncentrales gebouwd kunnen worden. 

Voorkeurslocatie

De minister voor Energie en Klimaat heeft aangegeven dat kernenergie onderdeel uit zal gaan maken van de energiemix om te komen tot een CO2 vrije energievoorziening en om minder afhankelijk te zijn van de import van gas. De beslissing over de noodzaak voor kernenergie is door het kabinet genomen bij het vaststellen van het coalitieakkoord.

Provincie Zeeland en gemeente Borsele zijn al langer in overleg met het Rijk over het proces van een eventuele voorkeurslocatie van Borssele voor twee nieuwe kerncentrale en over de kansen en randvoorwaarden die zij vanuit Zeeland zien.

Dinsdag 29 november 2022 verschenen al berichten in de media over het aanwijzen van Borssele als voorkeurslocatie voor twee nieuwe kerncentrales. De reactie van Gedeputeerde Staten daarop leest u hier.

Kleine modulaire reactoren

De minister voor Klimaat en Energie Rob Jetten heeft in een debat in de Tweede Kamer uitgesproken dat hij naast de inzet van minstens twee nieuwe kerncentrales ook onderzoek gaat plegen naar toepassing van kleine modulaire reactoren oftewel Small Modular Reactor (SMR’s). Kleine modulaire reactoren kunnen van meerwaarde zijn voor een evenwichtige en toekomstbestendige energiemix. NV Impuls Zeeland verkent samen met Thorizon de mogelijkheden van een thorium-reactor in Zeeland (voluit een thorium gesmolten zout reactor, oftewel een Molten Salt Reactor (MSR)). Een MSR is een veilig en modulair concept, dat gebruik maakt van bestaand kernafval om hoge temperatuur warmte te genereren. Door het gebruik van bestaand kernafval biedt een MSR naast energieopwekking zonder gebruik van fossiele brandstoffen een (gedeeltelijke) oplossing voor het vraagstuk van nucleair afval. Zeeland kan een goed startpunt zijn voor het verkennen van een eerste MSR-pilot.

Bedrijfsduurverlenging

Ook wordt gesproken met de minister over de bedrijfsduurverlenging van de huidige kerncentrale Borssele (KCB). De minister heeft de Aandeelhouderscommissie verzocht mee te werken aan een verkenning om te onderzoeken of de bedrijfsduur van de KCB verlengd kan worden en heeft met de partijen gesproken over de voorwaarden waaronder dit mogelijk zou zijn. Ten aanzien van bedrijfsduurverlenging zal zowel een technisch als economisch onderzoek moeten uitwijzen of bedrijfsduurverlenging haalbaar is. Het kabinet is bereid dergelijke onderzoeken te financieren, voor zover toegestaan vanuit Europese regelgeving. Vanuit de AHC is aangegeven dat er bereidheid is om constructief het gesprek aan te gaan. Voor de publieke aandeelhouders achter EPZ, die de AHC vertegenwoordigt, is de invulling van voorwaarden rondom de bedrijfsduurverlenging mede bepalend voor het uiteindelijke standpunt.

Het is de bedoeling dat nog dit jaar de intenties worden vastgelegd om samen te onderzoeken of en onder welke voorwaarden bedrijfsduurverlenging mogelijk is. Voor dat traject wordt een jaar uitgetrokken. Het streven is om aan de hand van de uitkomsten eind 2023 een concreet besluit te kunnen nemen.