“Goede ruimtelijke keuzes vragen om zorgvuldigheid én duidelijkheid”

Daniëlle de Clerck is sinds februari 2026 gedeputeerde voor Ruimtelijke ordening en Zeeuwse Energie Houdster Maatschappij (ZEH). Daarmee heeft zij ook een rol in het dossier kernenergie. Hoe kijkt zij als nieuwe bestuurder naar dit onderwerp? En wat betekent dit volgens haar voor Zeeland? We spreken haar over haar eerste indrukken en de rol van ruimtelijke ordening.

Foto van Daniëlle de Clerck

Je bent nieuw in dit dossier. Hoe kijk je naar kernenergie in Zeeland?

“Als Statenlid heb ik dit dossier ook nauw gevolgd, dus het is niet heel nieuw voor mij. Maar dat het een groot en impactvol dossier is dat realiseer ik me goed. Kernenergie raakt aan de toekomst van onze provincie, aan onze economie, maar ook aan de leefomgeving van mensen.

Ik stap er open en zorgvuldig in. Voor mij staat voorop dat besluiten over ruimte altijd in samenhang worden bekeken. Waar wonen mensen? Waar werken ze? Wat betekent dit voor wonen, infrastructuur en voorzieningen? Dat vraagt om een brede blik. Die wil ik de komende periode verder verdiepen.”

Wat is de rol van ruimtelijke ordening bij de mogelijke komst van nieuwe kerncentrales?

“Ruimtelijke ordening gaat over de inrichting van Zeeland. Als het Rijk om nieuwe kerncentrales te bouwen, dan heeft dat gevolgen voor de omgeving. De ruimte in Zeeland is schaars, zeker met alle andere opgaven die op ons afkomen. Onze taak is om te zorgen dat alles goed wordt ingepast en dat ontwikkelingen elkaar niet in de weg zitten. Dat doen we samen met gemeenten en in overleg met het Rijk. Het gaat niet alleen om een locatie voor nieuwe kerncentrales, maar om het totaalplaatje waar Zeeland wel beter van moet worden.”

Wat vind je belangrijk in de komende periode?

“Zorgvuldigheid én vooral duidelijkheid. Mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Tegelijkertijd moeten we het proces netjes doorlopen en alle belangen goed afwegen.

Ik vind het belangrijk dat inwoners goed geïnformeerd blijven en dat we als provincie helder zijn over onze rol. Het Rijk is hier aan zet, maar uiteindelijk gaat het om keuzes die tientallen jaren doorwerken. Die moet je niet overhaasten, maar ook niet onnodig laten slepen. Zeeland moet weten waar ze aan toe is, zodat we waar mogelijk onze eigen keuzes kunnen maken.”