''Tempo is nodig, voor Zeeland én voor Nederland''

In de Tweede Kamer is onlangs gesproken over kernenergie. De Kamer sprak uit dat er tempo moet worden gemaakt in de procedure voor nieuwe kerncentrales en dat Nederland actiever moet inzetten op Small Modular Reactors (SMR’s). Hoe kijkt de Provincie Zeeland hiernaar? En wat zijn de volgende stappen in het proces? We spreken gedeputeerde Jo-Annes de Bat.

Foto van Marcelle Davidse

Je was aanwezig in de Tweede Kamer waar werd aangedrongen op meer tempo in de procedure voor nieuwe kerncentrales. Wat is jouw kijk daarop?

“Daar kunnen wij ons goed in vinden. Wij pleiten al langer voor duidelijkheid en voortgang. Niet omdat we stappen willen overslaan, maar omdat langdurige onzekerheid niet goed is voor inwoners, bedrijven en gemeenten.

Als provincie merken we dat mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Hoe langer het duurt, hoe lastiger dat wordt. Het is goed dat de Tweede Kamer nu ook uitspreekt dat er tempo nodig is. Zoals de minister ook aangaf: zorgvuldigheid blijft belangrijk, maar voortgang ook. Die twee moeten hand in hand gaan.”

De Kamer sprak zich ook uit over meer inzet op Small Modular Reactors. Waarom is dat relevant voor Zeeland?

“De ontwikkelingen rondom SMR’s gaan snel. Wij vinden dat Nederland daar actief bij moet aanhaken en niet moet afwachten tot andere landen het hebben uitgeprobeerd. Dat standpunt delen wij als provincie.

Voor Zeeland is dit extra relevant. We zijn al een belangrijke energieregio, met veel kennis, industrie en ervaring met kernenergie. SMR’s kunnen op termijn een aanvulling zijn op het energiesysteem, bijvoorbeeld dichter bij grote verbruikers. Dat vraagt om kennisopbouw, onderzoek en samenwerking. Daar zetten wij als provincie nu al op in, los van de besluitvorming over de twee grote centrales.”

Kun je schetsen wat de komende maanden gaan brengen in het proces?

“In maart leggen we het voorwaardenpakket, voor de mogelijke komst van 2 kerncentrales, voor aan . Dat pakket is gebaseerd op de inbreng van inwoners, ondernemers en andere betrokkenen. Daarna gaan we met het Rijk in gesprek over de inhoud. Dat zijn gesprekken waarin we onze voorwaarden en belangen duidelijk op tafel leggen.

Rond september volgt de volgende belangrijke stap: dan wordt het ontwerp van de voorkeursbeslissing voor een locatie verwacht. Tegelijkertijd wordt ook het voorlopig Rijk-Regiopakket gepubliceerd. Dat pakket is op dat moment nog niet locatiegebonden, maar geeft wel richting aan de afspraken die we willen maken.

Zodra duidelijker wordt welke locatie het waarschijnlijk wordt, kan dat pakket verder worden uitgewerkt en geconcretiseerd. Het proces is dus in beweging, en de komende maanden zijn daarin echt bepalend.”