Verplichte contactmomenten met Zeeuws Archeologisch Depot

Gedurende het archeologisch proces zijn er verschillende momenten waarop bedrijven in de archeologie of andere aanleverende partijen contact op dienen te nemen met het Zeeuws Archeologisch Depot (ZAD). Deze verplichtingen volgen uit de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) versie 4.2, maar zijn hier voor de helderheid nogmaals opgenomen.

Diverse vondsten in het Archeologisch depot

Wanneer neemt een aanleverende partij contact op met het ZAD?

  • PvE insturen (ter kennisname)
  • Selectierapport ter goedkeuring voorleggen
  • Overleg met de bevoegde overheid en het depot bij onvoorziene zaken tijdens het veldwerk
  • Conserveringsrapport ter goedkeuring voorleggen

Contact via zad@zeeland.nl

Aanleveren PvE

Wanneer een PvE is goedgekeurd en ondertekend/geparafeerd, wordt het vastgestelde PvE door de uitvoerder per email en vóór aanvang van het onderzoek, ter kennisgeving het depot gestuurd. Hierbij dient ook aangegeven te worden onder welk archis-zaakidentificatie nummer het onderzoek is aangemeld, wanneer de begindatum is en de verwachte einddatum. Mocht dat niet bekend zijn, meldt dit dan alsnog voor het de start van het onderzoek. Voor Zeeland wordt het PvE toegezonden aan ZAD@zeeland.nl t.a.v. de depotbeheerder. Hiervan krijgt de aanleverende partij een . De depotbeheerder neemt kennis van het PvE en draagt zorg voor archivering.

Overleg bij onvoorziene zaken tijdens veldwerk

Wanneer de in het veld aangetroffen vondsten (hoeveelheden, soorten materialen, soorten en/of dateringen en conservering) significant afwijken van het PvE, dient overleg plaats te vinden tussen , opdrachtgever en depothouder. De uitvoerder is verantwoordelijk om hiervoor het initiatief te nemen. De depothouder maakt de wensen over selectie-deselectie van het onvoorziene materiaal kenbaar aan de bevoegde overheid en de certificaathouder. Voor significante (de)selectiebesluiten tijdens het veldwerk dient contact opgenomen te worden met de depotbeheerder.

Selectieadvies

De (de)selectierapporten die tijdens de evaluatiefase opgesteld worden (KNA 4.2, OS13) en de conserveringsrapporten (KNA 4.2, OS 16) die tijdens en/of na de evaluatiefase opgesteld worden (hetzij als onderdeel van het evaluatierapport, hetzij als losse rapporten) dienen altijd aan de depothouder ter goedkeuring voorgelegd. Dit kan door de betreffende contactpersoon aan te laten sluiten bij het overlegmoment tussen uitvoerder, opdrachtgever en of per e-mail.

Conserveringsrapport

Van vondsten die gedeponeerd worden en die een (tijdelijke) conserveringsbehandeling hebben ondergaan dient een conserveringsrapport te worden aangeleverd aan de provincie. Op deze manier kunnen wij als eigenaar van deze vondsten controleren of er op de juiste manier is omgegaan met het materiaal.