Waterveiligheid en klimaat

Om Nederland ook in de toekomst goed tegen het water te beschermen, heeft het Rijk in 2014 Deltabeslissingen genomen. Deze gaan over de veiligheid van dijken en dammen, maar ook over vragen als waar we beter wel of beter niet kunnen bouwen. De Provincie heeft een belangrijke rol bij de ruimtelijke plannen die hieruit ontstaan.

paalhoofd

Deltabeslissingen

Het Rijk heeft het beleid voor de veiligheid van de primaire waterkeringen voor de langere termijn vastgelegd in de Deltabeslissing Waterveiligheid, onderdeel van het Deltaprogramma. Voorbeelden van primaire waterkeringen zijn dijken, duinen, dammen of bijzondere constructies zoals de Stormvloedkering. Het doel van de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is dat we in 2050 goed voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering. Het beleid dat daarvoor nodig is moet in 2020 zijn vastgelegd.

Nieuwe veiligheidsnormen

Met de Deltabeslissing Waterveiligheid kiest het Rijk voor een nieuwe manier om de regels voor waterveiligheid af te spreken. Tot 1 januari 2019 gold er één regel voor alle primaire waterkeringen in Zeeland. Nieuwe gegevens laten zien dat de gevolgen van een overstroming sterk afhangen van de precieze plaats waar een dijk zou doorbreken. In kleine diepe polders en/of op locaties waar veel mensen wonen zijn de gevolgen veel groter dan in een hoger gelegen en gebied waar weinig mensen wonen. Daarom zijn per 1 januari 2019 nieuwe regels per dijkgedeelte gemaakt. Dat maakt het mogelijk om met een duidelijk doel tijd en geld te steken in veiligheid. Deze manier van regels bepalen heet ‘risicobenadering’.

Schade beperken

De Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie is ook onderdeel van het Deltaprogramma. Met de beslissing moet Nederland in 2050 goed voorbereid zijn op de gevolgen van klimaatverandering, waaronder een stijging van de zeespiegel. Deze Deltabeslissing maakt ons ervan bewust dat de kans op een dijkdoorbraak nooit helemaal weg is. Het Rijk vraagt alle betrokken partijen om hier voortaan op te letten in het ruimtelijke beleid. Door bij de ontwikkeling van onze steden, dorpen en bedrijventerreinen te denken aan het overstromingsrisico kunnen de gevolgen van (de zeldzame kans op) een overstroming nog kleiner worden gemaakt. Een andere mogelijkheid is om slim gebruik te maken van de regionale waterkeringen (Deze Deltabeslissing gaat ook over neerslag en droogte:zie Zoet water.)

Provincie bepaalt ruimtelijke plannen

De Provincie heeft een belangrijke rol bij de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. We gaan meer letten op klimaatverandering en de gevolgen voor waterveiligheid in ons beleid voor ruimtelijke ordening. Op welke plekken komt er bij een onverwachte overstroming erg veel water te staan? Is het wel verstandig om daar te gaan bouwen? Als op een minder geschikte plek toch gebouwd moet worden, hoe kan dan in het ontwerp rekening gehouden worden met de gevolgen van een overstroming?

Het ruimtelijk beleid van de Provincie stelt de voorwaarden voor gemeenten en andere partijen zoals projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties. Wanneer deze partijen nieuwe wijken ontwikkelen of bestaande wijken gaan herontwikkelen, of wanneer infrastructuur wordt aangepast, zullen ze rekening moeten houden met dit provinciale beleid.

Zand voor de kust

Naast de primaire en regionale waterkeringen geeft ook het zand voor de kust veiligheid. Zand vormt een natuurlijke bescherming tegen storm en zeespiegelstijging. Tot 1990 werd Nederland jaarlijks met ongeveer 1 meter kleiner door kusterosie. Sindsdien wordt de kust op peil gehouden door zandsuppleties. Voor deze zandsuppleties heeft het Rijk de Beslissing Zand genomen, welke uitmaakt van het Deltaprogramma. Als gevolg van de klimaatsverandering stijgt de zeespiegel. Om de zeespiegelstijging te compenseren wordt jaarlijks 6 miljoen m3 zand op de vooroever gesuppleerd. Op dit moment loop er onderzoek naar de vraag met welke zeespiegelstijging we na 2050 rekening moeten houden. Mocht het nodig zijn dan zal de hoeveelheid zand die wordt gesuppleerd worden verhoogd.

Het Rijk financiert de zandsuppletie en voert deze uit in overleg met het waterschap. De Provincie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de ruimte binnen de kuststrook. We bewaken de andere functies die de kust heeft, zoals recreëren, natuur en wonen. Veel inwoners van Zeeland willen bijvoorbeeld dat de kust er natuurlijk uit blijft zien.

Uitwerking Deltabeslissingen

Uit alle Deltabeslissingen heeft het Rijk in overleg met de provincies, uitwerkingen per regio gemaakt. Deze hebben de benaming ‘Voorkeursstrategie’ gekregen. Voor Zeeland zijn dat de Voorkeursstrategie Kust en de Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta

Voorkeurstrategie Kust

Een onderdeel van de Voorkeursstrategie Kust is de Nationale Visie Kust. Daarin zijn zeven Zeeuwse kustprojecten opgenomen, de Zeeuwse ‘Parels’. In de Nationale Visie Kust is uitgegaan van het combineren van maatregelen voor waterveiligheid met andere belangen aan de kust. Natuur, recreatie en wonen aan de kust zijn ook belangrijk. De Provincie regelt een groot deel van de beleidsvorming, op sommige vlakken doet de gemeente dat. De Zeeuwse Parels zijn:

  • Brouwersdam
  • Kop van Schouwen
  • Veersedam
  • Manteling (kustzone Domburg-Vrouwenpolder)
  • Zuidwestkust Walcheren
  • Vlissingen
  • Cadzand Bad

Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta

In de voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta komen andere onderwerpen aan bod die samenhangen met de waterveiligheid.

Zo hebben de aanleg van de Brouwersdam en de Oosterscheldekering gevolgen gehad voor de waterkwaliteit en natuur. In de Grevelingen is er onvoldoende stroming, waardoor diepe delen zuurstofloos zijn en de natuur er sterk op achteruit is gegaan. Ook in het Volkerak-Zoommeer is de waterkwaliteit verslechterd; zo is er in de zomer blauwalg. De verwachting is dat problemen die zich kunnen voordoen in de komende decennia kunnen worden opgelost met de zoetwaterfunctie van het Volkerak-Zoommeer zoals die er nu is. Dat kan alleen als aan een aantal randvoorwaarden over doorspoeldebiet, kweldruk en zoutlekbeheersing Krammersluizen voldaan wordt. Voor de Grevelingen is ervoor gekozen om gedempt tijd te laten terugkeren. Dit biedt ook weer nieuwe kansen: er kan bijvoorbeeld een getijdenenergiecentrale komen in de Brouwersdam (zie:  Energie uit water). Voor het Volkerak-Zoommeer wordt gekeken wat nodig is voor het waarmaken van een goede (ecologische) waterkwaliteit. 

De Stormvloedkering in de Oosterschelde heeft ertoe geleid dat er vanuit de zee geen zand meer naar binnen stroomt. Zandplaten kalven af. Als de zandplaten verdwijnen gaat er belangrijk voedselgebied voor vogels verloren. Daarnaast wordt ook de golfslag groter, waardoor dijken sneller niet meer aan de veiligheidsnormen voldoen. Om dit tegen te gaan kunnen de platen met zand worden opgehoogd. Dit is gedaan bij de Roggenplaat.

In de Westerschelde is er aan de oostkant een groot verschil tussen eb en vloed. Dat komt omdat de Westerschelde daar smaller is. Door de dijken te verhogen zal het nog lang veilig zijn bij hoog water. Maar wanneer de zeespiegel blijft stijgen, kunnen er in de 22e eeuw problemen ontstaan. Extra zand in de monding van de Westerschelde is mogelijk een oplossing voor de lange termijn. Op deze manier wordt het water voor de kust al afgeremd. 

Contact

Petra Smits
+316 21 12 48 19

Wendy Wösten
+316 55 48 44 54