Om Nederland ook in de toekomst goed beschermd tegen het water te houden, heeft het Rijk in 2014 Deltabeslissingen genomen. Deze gaan over de veiligheid van dijken en dammen, maar ook over vragen als waar we beter wel of beter niet kunnen bouwen. De Provincie heeft een belangrijke rol bij de ruimtelijke plannen die hieruit voortkomen.

Deltabeslissingen

Het beleid voor de veiligheid van de primaire waterkeringen voor de langere termijn is door het Rijk vastgelegd in de Deltabeslissing Waterveiligheid, een onderdeel van het Deltaprogramma. Bij de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie, ook onderdeel van het Deltaprogramma, is het uitgangspunt dat we in 2050 geen last meer mogen hebben van het water en dat het beleid dat daarvoor nodig is in 2020 vastgelegd moet zijn.

Nieuwe veiligheidsnormen

Met de Deltabeslissing Waterveiligheid kiest het Rijk voor een nieuwe manier om de normen voor waterveiligheid vast te stellen. Nu geldt er nog voor primaire waterkeringen in Zeeland één en dezelfde norm. Inmiddels is bekend dat de gevolgen van een overstroming sterk afhangen van de precieze plaats waar een dijk zou doorbreken: in kleine diepe polders en/of op locaties waar veel mensen wonen zijn de gevolgen veel groter dan in een hoger gelegen en dunbevolkt gebied. Daarom worden er nieuwe normen per dijktraject vastgesteld. Dat maakt het mogelijk gerichter te investeren in veiligheid. Deze manier van normen bepalen heet ‘risicobenadering’.

Schade beperken

Nog een onderdeel uit het Deltaprogramma gaat over waterveiligheid: de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Deze Deltabeslissing geeft ons mee dat de kans op een dijkbraak nooit helemaal uitgesloten kan worden. Het Rijk vraagt alle betrokken partijen om hier voortaan rekening mee houden door ervoor te zorgen dat àls het een keer misgaat, de schade zoveel mogelijk beperkt blijft. Dit kan door voortaan vooral te bouwen op gunstigere plekken.  Een andere mogelijkheid is om slimmer gebruik te maken van de regionale waterkeringen. (Deze Deltabeslissing gaat ook over neerslag en droogte: zie Zoet water.)

Provincie bepaalt ruimtelijke plannen

De Provincie speelt bij de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie een belangrijke rol. In ons beleid voor ruimtelijke ordening gaan we meer rekening met de klimaatverandering en de gevolgen voor waterveiligheid. Op welke plekken komt bij een onverhoopte overstroming erg veel water te staan? Is het wel verstandig om die aan te wijzen voor nieuwe bebouwing? Als op een minder gunstige plek toch gebouwd moet worden, hoe kan dan in het ontwerp rekening worden gehouden met de gevolgen van een overstroming?

Het ruimtelijk beleid van de Provincie stelt de kaders voor gemeenten en andere partijen zoals projectontwikkelaars en woningbouwcorporaties. Wanneer zij nieuwe wijken ontwikkelen of bestaande wijken gaan herontwikkelen, of wanneer infrastructuur wordt aangepast, zullen ze voortaan dus rekening moeten houden met een eventuele dijkdoorbraak.

Zand voor de kust

Naast de primaire en regionale waterkeringen geeft ook het zand voor de kust veiligheid. Het vormt een natuurlijke bescherming. Nederland houdt de hoeveelheid zand op orde doordat we sinds 1991 zelf nieuw zand toevoegen, dit zijn zogeheten zandsuppleties. Als gevolg van de klimaatsverandering stijgt de zeespiegel. Om daarin mee te groeien is meer zandsuppletie nodig. Hierover heeft het Rijk de Beslissing Zand genomen. Deze maakt deel uit van het Deltaprogramma.

Het Rijk financiert de zandsuppletie en voert deze uit in overleg met het waterschap. De Provincie is verantwoordelijk voor de ruimtelijke kwaliteit in de kuststrook. Hierbij houden we rekening met de andere functies die de kust heeft, zoals recreëren, natuur en wonen. Veel inwoners van Zeeland willen bijvoorbeeld dat de kust er natuurlijk uit blijft zien.

Uitwerking Deltabeslissingen

Uit alle Deltabeslissingen heeft het Rijk, in samenspraak met de provincies, uitwerkingen per regio gemaakt. Deze heten ‘Voorkeursstrategie’. Voor Zeeland zijn dat de Voorkeurstrategie Kust en de Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta.

Voorkeurstrategie Kust

Een onderdeel van de Voorkeursstrategie Kust is de Nationale Visie Kust. Daarin zijn zeven Zeeuwse kustprojecten opgenomen, de Zeeuwse ‘Parels’. In de Nationale Visie Kust wordt ervan uitgegaan dat het maken van beleid om meer dan waterveiligheid alleen gaat. Ook natuur, recreatie en wonen zijn in de kust belangrijk. De Provincie coördineert een groot deel van beleidsvorming, op sommige plekken doet de gemeente het. De Zeeuwse Parels zijn:

  • Brouwersdam
  • Kop van Schouwen
  • Veersedam
  • Manteling (kustzone Domburg-Vrouwenpolder)
  • Zuidwestkust Walcheren
  • Vlissingen
  • Cadzand Bad

Voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta

In de voorkeursstrategie Zuidwestelijke Delta krijgen andere factoren die samenhangen met de waterveiligheid ook aandacht. 

Zo hebben de aanleg van de Brouwersdam en de Oosterscheldekering gevolgen gehad voor de waterkwaliteit en natuur. In de Grevelingen is er onvoldoende stroming, waardoor diepe delen zuurstofloos zijn en de natuur er sterk op achteruit is gegaan. Ook in het Volkerak-Zoommeer is de waterkwaliteit verslechterd; zo is er in de zomer blauwalg. Als vervolg op het Deltaprogramma is de Rijksstructuurvisie Grevelingen en Volkerak-Zoommeer gepubliceerd. Daarin is ervoor gekozen om in de Grevelingen gedempt getij te laten terugkeren en het Volkerak-Zoommeer weer zout te laten worden. Dit biedt ook weer nieuwe kansen: er kan bijvoorbeeld een getijdenenergiecentrale komen in de Brouwersdam (zie: Energie uit water).

De Stormvloedkering in de Oosterschelde heeft als gevolg dat er vanuit de zee geen zand meer naar binnen stroomt. Zandplaten kalven af. Als de platen verdwijnen gaat er belangrijk voedselgebied voor vogels verloren. Maar ook wordt de golfslag groter, waardoor dijken sneller niet meer aan de veiligheidsnormen voldoen. Om dit tegen te gaan kunnen de platen met zand worden opgehoogd. Dit gebeurt binnenkort als eerste bij Roggenplaat.

In de Westerschelde speelt dat er aan de oostkant, waar de Westerschelde smaller is, een groot verschil is tussen eb en vloed. Door de dijken te verhogen zal het nog lang voldoende veilig zijn bij hoog water. Maar als de zeespiegel blijft stijgen, kunnen er in de 22ste eeuw problemen ontstaan en kan Antwerpen natte voeten krijgen. Extra zand in de monding van de Westerschelde, waarmee het water al voor de kust wordt afgeremd, is mogelijk een oplossing voor de lange termijn.

Contact

Eric Schumacher
+31 118 631935
fh.schumacher@zeeland.nl

Willem Wever: Kan Noud in Zeeland blijven wonen nu de Zeespiegel stijgt?