Waterbeleid

Zeeland is omringd door water en kent tal van binnendijkse wateren. Dat maakt onze provincie zo aantrekkelijk. Maar het vraagt ook om alert te blijven op de veiligheid en te blijven zorgen voor de kwaliteit van het water.

Met het waterbeleid draagt de Provincie Zeeland, naast de wettelijke taken van het waterschap, het rijk en gemeenten, eraan bij dat het water schoon blijft, dat we bij zware neerslag zo min mogelijk wateroverlast ervaren en dat er voldoende aandacht is voor zoet water voor de landbouw, natuur en andere functies.

water

Het waterbeleid van de Provincie is in hoofdlijnen omschreven in de Omgevingsvisie Zeeland. Daarnaast zijn een aantal regels en normen opgenomen in de omgevingsverordening. Ook op nationaal en Europees niveau is er vastgesteld waterbeleid. Waarbij geldt dat beleid van regionale overheden niet tegen landelijk of Europees beleid ingaat. Hieronder volgt een overzicht.  

Zeeuwse kaders

 

Omgevingsvisie en Omgevingsverordering Zeeland

In de Omgevingswet zijn regels opgenomen over het waterbeheer en de taken en bevoegdheden van het Rijk, de Provincie, het Waterschap Scheldestromen en de gemeenten. De Provincie heeft het waterbeleid voor de bescherming van het grond- en oppervlaktewater opgenomen in de Omgevingsvisie Zeeland. Daarnaast zijn in de Omgevingsverordening Zeeland o.a. regels voor de bescherming van de grondwaterkwaliteit in grondwaterbeschermingsgebieden vastgelegd. Verder zijn in deze verordening regels opgenomen ter bescherming van kwetsbare (natuur)gebieden die gevoelig zijn voor verdroging. Het waterschap moet hiermee rekening houden. 

Naast provinciale regels gelden er regels van het Waterschap Scheldestromen als beheerder van de binnendijkse wateren in Zeeland en het Rijk (Rijkswaterstaat) als beheerder van rijkswateren. Zij ontvangen meldingen en verlenen vergunningen over het onttrekken van grondwater en activiteiten die van invloed kunnen zijn op het oppervlaktewater. 

Wateroverlast voorkomen of beperken 

Doordat het klimaat verandert, komen er vaker zware regenbuien, komt er meer (smelt)water via de rivieren ons land binnen en stijgt de zeespiegel. 

Om te voorkomen dat dit meer wateroverlast geeft, hebben overheden beleid en normen ontwikkeld om overlast in de toekomst te voorkomen. In het landschap en in de stad moet meer ruimte gemaakt worden om water op te slaan, bijvoorbeeld door het aanleggen van waterpartijen in woonwijken. 

Overstromingen 

Samen met andere waterbeheerders zorgen we ervoor dat dijken, duinen en dammen voldoende veiligheid bieden én goed passen in het Zeeuwse landschap.  

Regionaal water programma 

Uit de Europese waterrichtlijnen en het wettelijk kader volgt dat provincies iedere zes jaar het regionaal waterbeleid ter uitvoering van deze richtlijnen actualiseren. Het huidige regionaal waterprogramma loopt van 2022-2027. 

Waterbeheer 

Het waterbeheer van de Zeeuwse (binnendijkse) regionale wateren is in handen van het Waterschap Scheldestromen. Het waterschap houdt rekening met gestelde beleidskaders uit het Regionaal Water Programma en regels in de Omgevingsverordening Zeeland. De Provincie houdt toezicht op het waterbeheer door het waterschap. Dit volgt uit de Waterschapswet. Het Rijk is verantwoordelijk voor het beheer van de buitendijks gelegen wateren en keringen.

Landelijke kaders

 

Bestuursakkoord Water 

In mei 2011 hebben het Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en waterbedrijven het nationaal Bestuursakkoord Water ondertekend. Sindsdien is dat een aantal keer bijgewerkt. Dit akkoord bevat onder meer afspraken over de afstemming van taken in het waterbeheer en over de waterkwaliteit en kosten. Doel is onder meer om door meer samenwerking en doelmatiger werken de kosten voor rioleringen en afvalwaterzuivering te   en in de hand te houden. In Zeeland werken het Waterschap Scheldestromen en gemeenten hier samen aan. De Provincie ziet toe op de samenwerking. 

Deltaprogramma 

Op nationaal niveau heeft het rijk het Deltaprogramma vastgesteld. Dit beleid is ook van belang voor andere overheden. Het Deltaprogramma kent drie thema’s: waterveiligheid, zoet water en ruimtelijke adaptatie. Deze zijn o.a. gericht op het voorkomen van wateroverlast op de lange termijn. 

De overheid wil Nederland nu en in de toekomst beschermen tegen overstromingen, zorgen voor voldoende zoetwater en bijdragen aan een klimaatbestendige en waterrobuuste inrichting van het land. Daarom maakt de overheid plannen in het Deltaprogramma. Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en andere organisaties werken samen aan de uitvoering van dit programma.

Europese kaders

 

Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) 

Het regionale beleid voor de waterkwaliteit is opgesteld aan de hand van het Europees waterbeleid. De doelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW ) ondersteunen het realiseren en behouden van schoon en gezond oppervlaktewater en grondwater. De doelstellingen gelden voor alle EU-lidstaten. Voor het bereiken van een goede waterkwaliteit zijn internationale afspraken nodig. Water trekt zich namelijk weinig aan van landsgrenzen. Sinds 2000 is de KRW van kracht. De bedoeling is dat de kwaliteit van het oppervlakte- en grondwater in Europa uiterlijk in 2027 op orde is. Dit stemt het Rijk met provincies en waterschappen af in stroomgebiedbeheerplannen. 

De Europese Kaderrichtlijn Water in het kort: 

  • beschermt alle wateren – rivieren, meren, kustwateren en grondwateren; 

  • stelt doelen om ervoor te zorgen dat alle wateren uiterlijk in 2027 de ‘goede toestand’ hebben bereikt; 

  • vereist dat er per stroomgebied een beheersysteem wordt opgezet, waarin er rekening mee wordt gehouden dat watersystemen niet stoppen bij bestuurlijke grenzen en landgrenzen; 

  • vereist grensoverschrijdende samenwerking tussen landen en tussen alle betrokken partijen; 

  • zorgt ervoor dat alle  , inclusief maatschappelijke organisaties en lokale gemeenschappen, actief deelnemen aan waterbeheer; 

  • zorgt voor de vermindering en beperking van verontreiniging, ongeacht de bron (landbouw, industriële activiteiten, stedelijke gebieden, enzovoorts); 

  • vraagt aandacht voor een waterprijsbeleid en het beginsel dat de vervuiler betaalt; 

  • houdt de milieubelangen en de belangen van gebruikers in evenwicht. 

De KRW is uitgewerkt in nationale wetgeving. Provincies en waterschappen moeten hiermee rekening houden. De Provincie heeft het waterkwaliteitsbeleid verder uitgewerkt in het regionaal waterprogramma.