Meten en Monitoren Programma Landelijk Gebied
In onze natuurgebieden leven veel verschillende soorten dieren en planten. Door te monitoren komen we te weten welke soorten er zijn en bij benadering ook de hoeveelheid ervan. Als we weten wat er in een natuurgebied leeft, kunnen daar beheer- en ontwikkelingsplannen op aangepast worden. Goed meten en monitoren is ook belangrijk om te bepalen welke effecten eventueel genomen maatregelen in het landelijk gebied hebben.
We gebruiken de PDCA-cyclus (Plan, Do, Check, Act) om het beleid te maken en uit te voeren. Eerst maken we plannen (Plan) en voeren die uit (Do). Daarna meten we de resultaten (Check) en vergelijken die met de doelen. Als het nodig is, passen we het beleid aan (Act). Zo kunnen we steeds verbeteren. We onderzoeken nu hoe we de controle en meting (de Check-fase) het beste kunnen organiseren.
Voor de eerste maatregelen (koplopers) moeten we elk jaar vóór 1 mei een voortgangsrapportage aanleveren. Dit doen we in het format dat het Rijk heeft gemaakt. Ook bij toekomstige maatregelen volgen we de voortgang.
Er wordt nu al veel gemonitord, zowel door de Provincie als door partners. We sluiten zoveel mogelijk aan bij bestaande monitoringsprogramma’s, zoals die van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) en de Kaderrichtlijn Water (KRW). Deze gegevens gaan we gebruiken in het ons nieuwe monitoringsplan.
In dit nieuwe monitoringsplan maken we onderscheid tussen:
- Monitoring van uitvoering: bijvoorbeeld hoeveel hectare groenblauwe dooradering aangelegd is. Of hoeveel hectare in het Natuur Netwerk Zeeland. Maar ook hoeveel ondernemers deelnemen aan een subsidieregeling.
- Monitoring van doelen: bijvoorbeeld naar herstel van natuur in Natura 2000-gebieden, biodiversiteit buiten deze gebieden en beschikbaarheid van zoet water voor bijvoorbeeld de landbouw.
Belangrijk uitgangspunt is dat de monitoring efficiënt en goed uitvoerbaar is.
Meten van de stand van zaken in Natura 2000-gebieden
In Zeeland hebben 16 natuurgebieden de status van een Natura 2000-gebied . Voor de Natura 2000-gebieden wordt een natuurdoelanalyse (NDA) opgesteld. Een NDA beschrijft hoe het gaat met de natuur in dat gebied. Het laat zien of en welke problemen er zijn en welke maatregelen nodig zijn om de natuur weer gezond te maken.
AERIUS
Om een beeld te krijgen van de stikstofproblematiek in relatie tot natuur, worden in Nederland verschillende gegevens verzameld en gebruikt. AERIUS is het instrument waarmee neerslag (depositie) van stikstof op Natura 2000-gebieden binnen Nederland wordt berekend, gemonitord en geregistreerd. AERIUS is ontwikkeld en wordt beheerd door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).
Met AERIUS Calculator is het mogelijk om de stikstofdepositie te berekenen. Op basis van de uitkomst kan bekeken worden of een vergunning vanuit de Wet Natuurbescherming nodig is.
Monitoren van de Brede Welvaart
Brede welvaart wordt gedefinieerd als de kwaliteit van leven in het ‘hier en nu’ en de mate waarin deze ten koste gaat van die van generaties na ons (‘later’) of van mensen buiten de eigen regio (‘elders’).
Brede welvaart gaat in essentie over het welzijn van mensen. Het is een maatstaf voor alles dat mensen van waarde vinden. Naast gezondheid gaat het ook om zaken als materiele welvaart, wonen, milieu, samenleving, subjectief welzijn, werken en leren en (on)veiligheid.
Uit analyse is gebleken dat brede welvaart op sommige plekken in Zeeland onder druk staat. Denk hierbij aan zowel economische-, als sociaal-culturele en ecologische aspecten. Het brede welvaartsperspectief in beleid betekent dat de kwaliteit van leven een belangrijk onderdeel uitmaakt van de bestuurlijke afwegingen. De komende jaren wordt het denken in termen van brede welvaart verder doorgevoerd in de integrale beleidskeuzes die we maken. Bestuurders moeten daarbij breed kijken: over verschillende sectoren heen en ook aan denken aan volgende generaties en mensen in andere landen.