Even bellen met Shirin van Anrooij
Het WK Veldrijden in Hulst, eind januari, is het grootste sportevenement dat ooit in Zeeland heeft plaatsgevonden. Wij bellen met de Zeeuwse wielrenster Shirin van Anrooij. Droomt ze al van de regenboogtrui? "Dromen mag altijd, maar laat ik eerst proberen om überhaupt aan de start te staan."
Hoi Shirin, je hebt lang niet aan veldrijden kunnen doen hè?
"Dat klopt. In december 2023 heb ik voor het laatst een cross gereden. Daarna door een blessure bijna twee jaar niet. Eind november heb ik mijn eerste cross weer gereden, in Tábor. Fysiek voelde ik me heel goed, maar ik merkte dat ik een beetje bang was. Vier jaar geleden ben ik daar gevallen en moest ik met spoed naar het ziekenhuis om geopereerd te worden. Dat blijft een trauma, waardoor ik wat voorzichtiger reed. Op andere parcoursen heb ik daar geen last van."
Want je moet wel aan de bak.
"Ja, omdat ik vorig jaar geen punten heb verzameld, moet ik bij de start helemaal achteraan beginnen. Door goede resultaten moet ik in de voorste startrij zien te komen. Ik hoop in de kerstperiode een cross te winnen en bij het WK een goede startpositie te hebben."
Wat vind je leuker, veldrijden of wielrennen op de weg?
"Dat vraagt iedereen, maar ik heb daar geen antwoord op. De inspanning is totaal anders. In een klassieker op de weg zit je meer dan vier uur op de fiets en rij je voor de ploeg. In het veld ga je 45 minuten all out, met een constante hartslag van 185 en dan rij je voor jezelf. De focus ligt nu wat meer op de weg, waar ik goed wil presteren in de klassiekers en de grote rondes. Maar de cross blijft een grote liefde. Ik hoef er minder voor te reizen en mijn familie is er vaak bij. Ik hou van de afwisseling."
En in Hulst rij je een thuiswedstrijd.
"Dat is wel heel speciaal, zo’n grote wedstrijd dicht bij huis. Het is een supermooi parcours, heel technisch, maar niet helemaal op mijn lijf geschreven. Het liefst zou ik in Zeeland op het strand rijden, met heel veel zand. Laat ik eerst maar eens zorgen dat ik aan de start sta en dan kijken we hoe ver ik kan komen."