Veelgestelde vragen over stikstof
Hieronder vindt u een overzicht van vaak gestelde vragen. Staat uw vraag er niet bij? Neem dan een kijkje op de website van BIJ12 voor aanvullende vragen of neem contact op met de projectorganisatie via natuurherstelenstikstof@zeeland.nl
Actualiteit
Hoe verspreidt stikstof zich vanaf een bron, zoals een stal, fabriek of weg?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Stikstof verspreidt zich door de lucht en komt uiteindelijk weer op de bodem en in natuurgebieden terecht. Hoe ver dat gebeurt, hangt af van verschillende factoren, zoals weersomstandigheden en het type uitstoot. Omdat hierover vaak vragen bestaan, legt het RIVM op een toegankelijke manier uit hoe dit proces werkt.
In Nederland komt een deel van de uitgestoten stikstof terecht in kwetsbare natuurgebieden. Te veel stikstof kan schadelijk zijn voor de natuur, de biodiversiteit en de kwaliteit van bodem en water. Daarom werken overheden aan het verminderen van de uitstoot.
Het RIVM heeft hierover een nieuwe animatie en infographic gemaakt. Bekijk hier de animatie, infographic en meer uitleg op de website van het RIVM.
AERIUS UPDATE: Waarom zijn er nu minder overbelaste plekken in Zeeland?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Door de verwerking van de laatste inzichten in AERIUS is de totale hoeveelheid stikstofneerslag (depositie) in heel Nederland, maar zeker in de kustgebieden lager geworden. Uit de nieuwste gegevens blijkt dat er op sommige plaatsen geen overbelasting met stikstof meer wordt berekend.
In Zeeland waren er veel plekken waar de totale hoeveelheid stikstofdepositie net iets boven de Kritische Depositie Waarde (KDW) lag. Door de aanpassingen in AERIUS komt de depositie lager uit, waardoor de KDW en de buffer van 71 mol (bijna overbelast) niet meer wordt overschreden.
AERIUS UPDATE: Wat betekent de update voor de vergunningverlening?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Alle lopende procedures moeten worden herberekend met de nieuw AERIUS versie om te weten wat de impact is.
Het is mogelijk dat projecten niet langer een depositie veroorzaken op overbelaste natuur na deze update, of op andere plekken depositie veroorzaken.
Omdat er in sommige Zeeuwse Natura 2000-gebieden minder plekken zijn met te veel stikstofneerslag (depositie), is er voor plannen of projecten rond deze gebieden minder vaak een vergunning nodig. Dit betekent niet dat er automatisch meer projecten kunnen starten. Voor ieder initiatief blijft een berekening verplicht om de stikstofneerslag in beeld te brengen en te kunnen beoordelen of er een vergunningplicht geldt.
AERIUS UPDATE: Wat moet ik doen als mijn vergunningaanvraag nog loopt, maar er na de nieuwe berekening blijkt dat er geen stikstofneerslag (depositie) meer wordt berekend op (bijna) overbelaste plekken?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Als wij op uw vergunningaanvraag besluiten op basis van de nieuwe berekeningen, zal de conclusie zijn dat stikstofdepositie geen reden is voor vergunningplicht. Omdat wij volgens de wet een besluit moeten nemen op een ingediende aanvraag , zullen wij uw aanvraag dan weigeren. U krijgt dan een positieve weigering. Dit betekent dat in het (ontwerp)besluit staat dat een vergunning niet nodig is. Let op: Een positieve weigering is geen vergunning en geldt niet als nieuwe referentiesituatie. U kunt er ook voor kiezen om uw aanvraag in te trekken. In dat geval krijgt u de helft van de al betaalde leges terug.
Hoe zat het ook al weer met 'Ammoniak van Zee'?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meet in de kustprovincies al jaren meer ammoniak dan de modellen berekenen. Dit verschil noemden ze “Ammoniak van Zee”. Deze term zorgde voor verwarring want dat die stikstof van zee komt, is twijfelachtig. We spreken dus liever over een ‘meetcorrectie’. Waardoor wordt het verschil dan veroorzaakt? Dit heeft het RIVM onderzocht.
Wat zegt het onderzoek 'Ammoniak van zee'?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft onderzoek gedaan naar het verschil tussen de gemeten en de berekende concentraties van ammoniak langs de kust. Men wilde weten waar dit verschil vandaan komt.
Het rapport toont aan dat de metingen kloppen en er geen onbekende bron is. Het ligt dus aan de berekeningen. Het RIVM heeft inmiddels een paar aanpassingen gedaan door de invoergegevens in het model te verbeteren. De metingen zijn leidend en de modelberekeningen worden daarop aangepast. Het Rijk moet deze verbeteringen in Aerius verwerken. Daarna kan pas het effect van de uitkomst van het onderzoek ingeschat worden.
Wat zijn de gevolgen van het onderzoek naar “Ammoniak van Zee” voor Zeeland en de vergunningverlening?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meet in de kustprovincies al jaren meer ammoniak dan de modellen berekenen. Nu blijkt dat de metingen kloppen en er geen onbekende bron is. Door de verbeteringen van de invoergegevens geeft het model beter aan welke sector verantwoordelijk is voor de stikstofdepositie. Duidelijkheid over de waar de stikstof vandaan komt is belangrijk voor de invulling van het Zeeuwse beleid.
Het rapport heeft gaat niet over de totale hoeveelheid stikstofdepositie in een gebied of de hoeveelheid die een project of activiteit veroorzaakt en de mogelijke gevolgen voor de natuur. De conclusies uit het rapport hebben daarmee geen effect op de vergunningverlening.
Wat houden de uitspraken van de Raad van State van 18 december over intern salderen in?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De rechtspraak over het intern salderen bij de beoordeling van de gevolgen van projecten voor de natuur wijzigt. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State past haar vaste jurisprudentie over intern salderen aan. Anders dan zij in 2021 in de Logtsebaan-uitspraak concludeerde, is intern salderen (het verrekenen van de al eerder toegestane stikstofdepositie met de stikstofdepositie die door de nieuwe beoogde activiteit wordt veroorzaakt) toch vergunningplichtig.
Door de uitspraken van 18 december 2024 is er nu wel een vergunning nodig voor intern salderen en gelden daarvoor vrijwel dezelfde voorwaarden als voor extern salderen (gebruik maken van de stikstofruimte van een activiteit op een andere locatie die (gedeeltelijk) stopt). Dat betekent dat intern salderen als mitigerende maatregel kan worden gebruikt in een passende beoordeling en dat het zogenaamde additionaliteitsvereiste van toepassing is. Het additionaliteitsvereiste wil zeggen dat je de stikstofruimte die vrijkomt door de activiteit die beëindigd wordt pas mag gebruiken voor de nieuwe activiteit als die ruimte niet nodig is voor het herstel van de natuur.
Het is op dit moment nog niet duidelijk wat de precieze gevolgen zijn van deze uitspraak voor alle situaties. Het Rijk en Provincies gaan de komende tijd verder in beeld brengen wat de consequenties zijn van de uitspraak. Dat betekent dat wij de informatie op deze site regelmatig zullen updaten.
Wat betekenen de intern salderen uitspraken voor mij?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De uitspraken hebben tot gevolg dat voor intern salderen een natuurvergunningplicht geldt. Dat geldt ook met terugwerkende kracht over de afgelopen 5 jaar. Als u in de periode tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 uw activiteit heeft gewijzigd en daarbij intern heeft gesaldeerd, heeft u waarschijnlijk alsnog een natuurvergunning nodig. Dat geldt ook als u een zogenoemde positieve weigering heeft gekregen van uw provincie als bevoegd gezag (ofwel een afwijzing van uw vergunningaanvraag, omdat aangenomen werd dat u geen vergunning nodig had).
De Raad van State heeft voor de situaties die in de afgelopen 5 jaar zijn uitgevoerd wel een overgangstermijn van vijf jaar gegeven tot 1 januari 2030. Dat betekent dat er tot die tijd niet gehandhaafd kan worden tegen het ontbreken van een natuurvergunning voor uw activiteit. Daarmee wil de Raad van State bedrijven de tijd geven om een vergunning aan te vragen. Dit geldt voor activiteiten die tussen 1 januari 2020 en 1 januari 2025 fysiek zijn gestart, die na die datum nog in uitvoering zijn of nog worden geëxploiteerd én waarvan mocht worden aangenomen dat geen natuurvergunning nodig was voor intern salderen.
Rijk en provincies samen zullen in de komende tijd verder in beeld brengen wat de gevolgen zijn van deze uitspraken. Als er meer duidelijk is over de opties, informeren wij u via deze website.
Wat is intern en extern salderen?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Met intern salderen lost een ondernemer extra stikstofuitstoot binnen zijn eigen bedrijf op. Een uitbreiding van het bedrijf mag niet nog meer stikstofdepositie veroorzaken op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden. Als een bedrijf zo wordt aangepast dat ondanks de uitbreiding de stikstofuitstoot hetzelfde blijft, heet dit intern salderen.
Met extern salderen lost een ondernemer extra stikstofuitstoot op door het overnemen van stikstofruimte van een ander bedrijf dat helemaal of gedeeltelijk stopt. De ondernemer mag de stikstofemissie van dat bedrijf overnemen en daar tot 70% van gebruiken. De overige 30% gaat terug naar de natuur.
Hoe staat het met vergunningverlening in Zeeland?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Ook in Zeeland wordt het steeds moeilijker om voor projecten met stikstofuitstoot een Omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit te verlenen. Dit komt door de beperkte vrije stikstofruimte en de staat van de natuur in de Natura 2000-gebieden. Het is nog lastiger als de initiatiefnemer geen mogelijkheden heeft om intern of extern te salderen, maar door de uitspraken van 18 december 2024 is er nu ook voor intern salderen een vergunning nodig en gelden daarvoor vrijwel dezelfde voorwaarden als voor extern salderen (gebruik maken van de stikstofruimte van een activiteit op een andere locatie die (gedeeltelijk) stopt). Het belangrijkste daarbij is dat het zogenaamde additionaliteitsvereiste van toepassing is. Het additionaliteitsvereiste wil zeggen dat je de stikstofruimte die vrijkomt door de activiteit die beëindigd wordt pas mag gebruiken voor de nieuwe activiteit als die ruimte niet nodig is voor het herstel van de natuur. Het wordt steeds duidelijker dat er eerst maatregelen genomen moeten worden die de natuur weer gezonder maken, voordat vergunningen kunnen worden verleend.
Stikstofaanpak
Heeft Zeeland ook een stikstofprobleem?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Ja, ook in Zeeland hebben we te maken met stikstofoverbelasting in de natuur. De meest overbelaste natuur bevindt zich voornamelijk aan de Noordzeekust. Dit zijn de duingebieden van de Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren. In enkele andere Natura 2000-gebieden zien we lichte overbelasting.
Waar komt de stikstof in Zeeland vandaan?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De Zeeuwse situatie is best bijzonder. Dat komt onder andere door de geografische ligging van onze provincie. Zeeland is een grens- en kustprovincie. Een groot deel van onze stikstofneerslag komt uit het buitenland en van de zeescheepvaart. Daarnaast is Zeeland oorspronkelijk een akkerbouwprovincie. Als we kijken naar andere provincies heeft Zeeland weinig eigen grote bronnen van stikstofuitstoot zoals (intensieve) veehouderijen.
Wat is de opgave voor Zeeland?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Zeeland kent enkele Natura 2000-gebieden die in meer of mindere mate te maken hebben met een aanzienlijke stikstofoverbelasting. In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) zijn doelstellingen opgenomen. Deze doelstellingen gaan over het blijvend verlagen van de overbelasting en de natuur weer in goede staat te brengen en te houden. In 2030 moet landelijk minimaal 50% van de overbelaste stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden weer gezond zijn. Dit is een oordeel van de rechter in de Greenpeace-rechtszaak van 22 januari 2025.
Wat is het standpunt van de Provincie over de stikstofopgave?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De biodiversiteit staat onder druk. Ook in Zeeland moet de natuur gezonder worden. Het is daarom nodig dat de stikstofuitstoot en –neerslag blijvend worden verlaagd.
Wat zijn koplopermaatregelen?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De koplopermaatregelen zijn onderdeel van het concept Zeeuws gebiedsprogramma. Het zijn maatregelen die gaan over bijvoorbeeld akkerbouw, zoals eiwitteelten en biologisch landbouw. De provincie heeft voor deze maatregelen geld gekregen van het Rijk. Veel van deze koplopermaatregelen bevinden zich in de uitvoeringsfase.
Hoe is de aanpak in Zeeland georganiseerd?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De gebiedenaanpak beslaat vijf gebieden waar meerdere opgaven samenkomen en waar veel doelen gehaald moeten worden. Dit zijn Schouwen-West, Noordwest Walcheren, Veerse Meer, Grenspark Groot Saeftinge en North Sea Port District. Elk gebied heeft een zogenaamde netwerkregisseur die alle partijen bij elkaar brengt.
Wat houdt de gebiedenaanpak in?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De aanpak is een middel om meerdere doelen binnen één gebied te behalen. We kijken samen welke maatregelen we kunnen uitvoeren voor een gezonde natuur, schoon en voldoende water en een beter klimaat. Daarvoor voeren we gesprekken met agrariërs, maar ook met vertegenwoordigers van industrie, recreatie en natuurorganisaties. Met alle sectoren proberen we de ruimtelijke puzzel te leggen.
Algemeen
Hoe wordt de hoeveelheid stikstof gemeten?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid en Milieu (RIVM) meet de concentratie NOx (stikstofoxiden) en NH3 (ammoniak) in de lucht. Ook meten ze hoeveel van deze stoffen op de grond terechtkomt (depositie). De meetgegevens zijn openbaar en worden via hun website beschikbaar gesteld.
Vanaf 2019 zijn satellietdata in beeld gebracht. Dit is gedaan om inzicht te krijgen in de concentratie NOx (stikstofoxiden) en NH3 (ammoniak) in de lucht.
Daarnaast meten we in de provincie Zeeland op verschillende locaties met sensoren onder meer de hoeveelheid fijnstof en stikstof in de lucht. Vanuit de stikstofverkenning zetten we aankomende jaren in op sensormetingen door heel Zeeland voor NOx (stikstofoxiden).
Wat is AERIUS?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
AERIUS is het instrument waarmee neerslag (depositie) van stikstof op Natura 2000-gebieden binnen Nederland wordt berekend, gemonitord en geregistreerd. Het RIVM ontwikkelde en beheert AERIUS. In het rekenmodel worden ook de meteorologische omstandigheden meegenomen.
Moet voor tijdelijke stikstofuitstoot ook een AERIUS-berekening worden gemaakt?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Ja, ook een tijdelijke stikstofuitstoot (bijvoorbeeld door bouw- en aanlegwerkzaamheden) kan leiden tot negatieve effecten op de natuur. Daarom moeten ook de effecten van tijdelijke stikstofuitstoot inzichtelijk worden gemaakt door middel van een AERIUS-berekening.
Wat is de Kritische Depositie Waarde (KDW)?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De Kritische Depositie Waarde (KDW) is de hoeveelheid stikstof die de natuur maximaal aan kan, zonder dat de kwaliteit achteruitgaat. Wordt de KDW overschreden, dan is er kans op verslechtering.
Voor elk type levensgemeenschap is de KDW bepaald. Een levensgemeenschap is een gebied waar alle dier- en plantensoorten die daar leven (in)direct van elkaar afhankelijk zijn. Er zijn veel verschillende types levensgemeenschappen zoals bijvoorbeeld een duinvallei, bos, moeras, hei enzovoorts.
Wat zijn Natuur Doel Analyses (NDA’s)?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Voor de Natura 2000-gebieden is een natuurdoelanalyse (NDA) opgesteld. Een NDA beschrijft hoe het gaat met de natuur in een gebied. Het laat zien of en welke problemen er zijn, en welke maatregelen nodig zijn om de natuur weer gezond te maken.
Wat zijn Natura 2000-gebieden?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Natura 2000 is de naam voor een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Natura 2000-gebieden beschermen we planten en dieren die in Europa bedreigd zijn. Ook wordt hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In Zeeland hebben zestien natuurgebieden de status van een Natura 2000-gebied .
Welke gebieden zijn overbelast met stikstof?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
In Zeeland is binnen acht Natura 2000-gebieden sprake van een overbelaste situatie. Grote delen van de duingebieden Kop van Schouwen en de Manteling van Walcheren zijn overbelast met stikstof. Dit geldt ook voor de eilanden in de Grevelingen. In de andere Natura 2000-gebieden gaat het om kleinere delen. Het gaat hier om locaties aan de randen van de Ooster- en Westerschelde, Krammer Volkerak en delen van het Zwin. Soms gaat het om zeer kleine oppervlakten zoals bij de Yerseke en Kapelse Moer.
Hoe weten we welke planten en dieren er leven in Zeeland?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Het volgen van de verschillende planten en dieren gebeurt met verschillende monitoringprogramma’s. Monitoren is het steeds in de gaten houden van aantallen soorten of processen. Hierbij sluiten we waar het kan aan bij landelijke meetnetten. Door dezelfde methoden te gebruiken kunnen we gegevens vergelijken. Terreinbeheerders, soortenorganisaties, vrijwilligers en adviesbureaus voeren deze tellingen uit in overleg of in opdracht van de Provincie Zeeland.
Naast monitoring vindt er ook regelmatig onderzoek plaats. Er wordt onderzoek gedaan naar een bepaalde soort of een proces waar we meer van willen weten. Zo kunnen we ervoor zorgen dat deze soort blijft bestaan. We onderzoeken waarom het slecht gaat met de soort, en nemen actie om dit te herstellen.
Waar vind ik meer informatie over flora en fauna in Zeeland?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is een centrale plaats waar alle gegevens van planten en dieren worden opgeslagen. De Nationale Databank Flora en Fauna verzamelt informatie van verschillende partijen. Deze informatie is voor iedereen opvraagbaar, maar de NDFF vraagt hier wel een financiële vergoeding voor. Als Provincie verzamelen we zelf ook gegevens. Deze informatie is beschikbaar via:
Wat zijn overgangsgebieden?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Een overgangsgebied is een gebied rondom stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden waar functies en activiteiten een bijdrage kunnen leveren aan natuurherstel.
Wat is een PAS-melder?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Een PAS-melder is een ondernemer of onderneming die in de tijd van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) geen vergunning nodig had voor de activiteit die hij wilde uitvoeren, maar alleen een melding hoefde te maken. Op 29 mei 2019 besliste de Raad van State dat activiteiten waarvoor alleen een melding was gedaan illegaal waren. Ondernemers of ondernemingen hadden een vergunning nodig voor hun activiteit.
Hoeveel PAS-melders zijn er in Zeeland?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Zeeland heeft 42 PAS-melders die zich hebben aangemeld om alsnog een natuurvergunning te krijgen. De PAS-melders zijn verspreid over de provincie. Het gaat vooral om agrarische bedrijven.
Meer informatie?
Waar kan ik terecht met andere vragen?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Vragen over de Zeeuwse aanpak stikstof kunt u stellen via natuurherstelenstikstof@zeeland.nl
Op welke websites kan ik meer informatie vinden?
Bekijk dit antwoord
Sluit dit antwoord
Op de volgende websites kunt u meer informatie vinden over de stikstofproblematiek:
- Ons Levend Landschap (Rijksoverheid)
- Bij 12 (gezamenlijke uitvoeringsorganisatie Provincies)
- IPO (Interprovinciaal Overleg)