Kennis als basis voor soortenbescherming

Met het Actieplan Behoud Zeeuwse Soorten werkt de Provincie Zeeland aan het beschermen van kwetsbare dieren en planten. Samen met natuurorganisaties, terreinbeheerders en andere partners worden leefgebieden verbeterd en wordt de vergroot en versterkt. 

Een van de soorten die extra aandacht krijgt, is de grashommel. Deze zeldzame hommel staat op de Nederlandse Rode Lijst, wat betekent dat de soort een verhoogd risico loopt om uit Nederland te verdwijnen. Juist in de Yerseke Moer komt de grashommel nog relatief veel voor. Daarom stelde het college van (GS) dit jaar bijna €77.000 beschikbaar voor driejarig onderzoek door de Stichting Het Zeeuwse Landschap (HZL).

Erik Speksnijder, ecoloog bij HZL, onderzoekt samen met een expert van EIS Kenniscentrum Insecten en vrijwilligers waar de grashommel voorkomt en welke omstandigheden belangrijk zijn voor de soort. “We weten nog niet precies waarom de grashommel het zo goed doet in de Yerseke Moer. Daarom onderzoeken we waar koninginnen en werksters voedsel zoeken, waar de nesten zitten en hoe die reageren op de diverse vormen van maaibeheer en begrazing. Uiteindelijk willen we in beeld krijgen waar de soort het meest succesvol is en waarom. Die kennis hopen we te gebruiken om de grashommel ook in andere regio’s beter te beschermen. We hopen verder dat het onderzoek laat zien wat de grashommel nodig heeft om te overleven, zodat we de soort met kleine beheer- of inrichtingsmaatregelen verder kunnen ."

Grashommelkoningin op witte dovenetel
Grashommelkoningin op witte dovenetel. Beeld: Het Zeeuwse Landschap
Steenuil in webcamnestkast. Beeld: Stone
Een jonge steenuil in het voorportaal van webcamnestkast in Zaamslag (juli 2026). Beeld: STONE

Ook de steenuil vraagt aandacht. Steenuilen Overleg Nederland (STONE) voert samen met de natuurbeschermingsverenigingen in Zeeuws-Vlaanderen, ’t Duumpje en De Steltkluut een onderzoeks- en beschermingsprogramma uit. Sinds 2003 wordt elke vier jaar een gebiedsdekkende telling uitgevoerd om de verspreiding en ontwikkeling van de steenuil in beeld te brengen. Daaruit blijkt dat Zeeuws-Vlaanderen van oudsher een belangrijk leefgebied is, maar ook dat het aantal broedparen tussen 2003 en 2023 met ruim 25 procent is afgenomen.

Landelijk onderzoek laat zien dat op kleigronden minder steenuilen groot worden dan op zandgronden. Om te onderzoeken of dat ook in Zeeland geldt, hebben GS dit voorjaar € 9.600 verleend voor aanvullend onderzoek met camerakasten. Alex de Smet, coördinator steenuiltellingen bij STONE: “Volgens de laatste schatting leven in Nederland 8.000 tot 9.500 broedparen (circa 25.000 rond 1950), waarvan ongeveer 400 in Zeeland. De steenuil is een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van het kleinschalige landschap. Met het camerakasten-onderzoek brengen we het voedselpatroon op zand- en kleigrond en de overleving van jonge steenuilen in kaart. De resultaten moeten bijdragen aan een effectievere bescherming en herstel van de populatie. In Zeeuws-Vlaanderen zijn inmiddels drie nestkasten voorzien van webcams die magnifieke beelden opleveren.”