De Zeeuwse vlag is ontworpen in 1948. Het wapen met de spreuk 'ik worstel en kom boven' is ontstaan door de strijd tegen de Spanjaarden.

Zeeuwse vlag en wapen

De Zeeuwse vlag bestaat uit vier blauwe en drie witte, golvende banen. Hierin zijn het schild en de kroon van het wapen afgebeeld. De vlag is in 1948 ontworpen en op 14 januari 1949 officieel door Gedeputeerde Staten (GS) vastgesteld. Over het ontwerp is veel discussie geweest. Moest het een vlag zijn die gedachten opriep aan de nationale driekleur, moesten juist de Zeeuwse kleuren naar voren komen, was het verantwoord het wapen in het ontwerp op te nemen? GS kozen uiteindelijk voor een ontwerp dat toenmalig statenlid jhr. M. T.A.J.W. Schorer had ingediend. Oorspronkelijk was er voorkeur voor een vlag met zes banen: drie blauwe en drie witte. Het statenlid won het argument door te verklaren dat een vlag met zeven banen meer evenwicht geeft. Een donkere baan aan de onder- en bovenkant stak beter af tegen de lucht volgens hem.

Wapen

'Luctor et Emergo': ‘ik worstel en kom boven’, is de spreuk onder het Zeeuwse wapen. Het wapen bestaat uit een leeuw die worstelt met de golven. De oud-rijksarchivaris in Zeeland dr. P. Scherft onderzocht in de tweede helft van de twintigste eeuw waar het wapen en de spreuk van Zeeland vandaan kwamen.

Om te beginnen rijst de Zeeuwse leeuw niet op uit de golven. Eigenlijk bestaat het Zeeuwse wapen uit twee delen. De bovenste helft toont een ‘klimmende leeuw’, die voor de helft is afgebeeld. De onderste helft toont zes golvende banen, ‘de zee’. Het geheel doet onterecht denken aan een leeuw die strijdt tegen de woeste golven. Vroeger was die suggestie  nauwelijks aanwezig. In de oude wapen waren de leeuw en golven namelijk door een strakke lijn gescheiden.

Nu het idee van de worstelende leeuw niet blijkt te kloppen, betekent dit ook dat ‘Luctor et Emergo’ een andere bedoeling moet hebben gehad. De spreuk is veel jonger dan het wapen. In 1585 toen het slecht ging in de strijd tegen Spanje, lieten de Zeeuwse Staten met politieke bijbedoelingen een penning slaan. Op de ene kant kwam de tekst ‘Autore Deo, favente Regina’, wat ‘door het gezag van God en de gunst der koningin’ betekende. Aan de andere kant lieten zij ‘Luctor et Emergo’ slaan. Deze teksten moeten we als een geheel zien: ‘Door het gezag van God en de gunst der koningin (Elizabeth van Engeland) worstel ik en kom ik boven’. Het ‘worstelen van de Zeeuwen’ gaat dus oorspronkelijk niet over de strijd tegen het water, maar tegen Spanje.

'Luctor et Emergo' komt voor op veel oude munten als lijfspreuk van de moed en vastberadenheid van Zeeland. De spreuk is ook te zien op het wandtapijt met een afbeelding van Willem van Oranje en het Zeeuwse wapen. De traditionele vorm van het Zeeuwse wapen is bij Koninklijk Besluit op 4 december 1948 officieel vastgesteld.