[In huis] Lentekriebels op het Abdijplein
Ze was al een tijdje zoek en iedereen heeft het er over: waar blijft ze nou? Iemand van wie je houdt en die je niet ziet, ga je op den duur missen. Opeens was ze daar dan toch, in haar volle glorie: de zon! Wat een opluchting bij iedereen. Ze straalde tot achter in de kantoorgebouwen van de Abdij in Middelburg.
Rond me hoor ik het gelijk: “Het is technisch weer, kunnen we niet naar buiten?” Velen krijgen opeens na lange tijd de kriebels. De meeste collega’s werken binnen, achter hun laptop, aan een deadline. Druk, druk, druk en dus toch maar binnen blijven. Voor mij staat vandaag een rondleiding op het programma. Ik heb nog wat tijd over en zet me op het plateau tegen het Zeeuws Museum aan, met thee en een goed boek. Pal voor de ‘De Lange Jan’. Maar van lezen komt niet veel.
Hoe leuk en mooi is het niet om over de rand van je boek het plein gade te slaan, naar de mensen te kijken die eventjes genieten van de zon en het mooie Abdijplein.
Twee dames van de opvang lopen het plein op met zo’n tien peuters. Onder de bomen, die inmiddels beginnen uit te lopen, doen ze een kringspel. Ook de vogels zijn erg druk en doen hun best met getjirp en gefluit om een leuke partner aan de haak te slaan. Drie dames en een heer zitten op één van de ronde bankjes onder een boom. De dames kletsen volop en de heer kijkt rustig rond.
Een groepje schooljeugd ploft letterlijk een meter of tien van me vandaan neer. Er wordt geduwd en van alles naar elkaar gegooid. Wel op een leuke manier. Heet dat niet ‘donderjagen’? Deden wij dat vroeger zelf ook niet? Of soms nog?!
Je mag dan wel niet fietsen op het Abdijplein, maar vlak voor me stapt een mevrouw van haar fiets. Ik denk nog: “Die gaat vast wat aan me vragen”, maar ze zet haar fiets op de standaard en strikt haar losse veter. Richting Statencomplex loopt een man met een klein hondje. Hij gooit een balletje weg, maar het hondje blijft netjes naast hem staan. Toeristen zie ik nog niet, maar die komen binnenkort wel weer. Net als de bruidsparen.
Nu de zon er weer is, bloeit het Abdijplein op en is het hier genieten. Eén van m’n collega’s komt bij me zitten. Ze legt haar hand op m’n boek en zegt: “Laatste woord?”
“Uhhh…..lentekriebels!”
Op deze plek schrijft Hans. Hij is servicemedewerker bij de Provincie Zeeland die met pensioen mag, maar nog niet met pensioen wil. Met een gezonde dosis Zeeuws-Vlaamse nuchterheid en humor kijkt hij in zijn verhalen met liefde en warmte naar de mensen om hem heen.