Voedseltransitie

In de zoektocht naar duurzame oplossingen voor de toekomst van ons voedselsysteem spelen innovaties van ondernemers en kennisinstellingen een belangrijke rol. Van pionierende bedrijven die nieuwe producten ontwikkelen tot kennisinstellingen die voedselontwikkelingen in hun onderwijs doorvoeren: de zogenoemde voedseltransitie is in volle gang. In dit artikel gaan we hier dieper op in. We spreken met mensen die op hun eigen manier bijdragen aan een groener en duurzamer voedsellandschap.

Een culinaire Seaburger zonder vlees of vis. Beeld Scalda

“Hier in Zeeland hebben we gewoon de ruimte om het te doen!”

In Kapelle komen we aan op bedrijventerrein Smokkelhoek waar het heerlijk ruikt naar gebakken uitjes van een buurfabriek. Daar ontmoeten we Florus Zwartbol, eigenaar van Floor Foods. In zijn fabriek worden krokante groenteproducten gemaakt die plantaardig zijn, , lokaal geteeld en erg lekker.

“In 2017 ging ik op inspiratiereis naar Taiwan. Daar op de markt zag ik een vrouw in een kraampje verse groenten koken, blancheren, koelen en bakken tot krokante groenten. En ik dacht, wauw, hoe leuk is het als ik dat zelf kan maken.” Florus kwam terug uit Azië en ging aan de slag met het ontwikkelen van wat hij op de markt in Taiwan zag: vacuüm frituren. Op deze manier worden groenten krokant gebakken op een heel lage temperatuur: ver onder de richtlijnen van de Europese Unie. Zo bevat het product minder vet en een betere smaak, kleur en structuur. “Ik wil groenten eten gewoon graag en hip maken. En net zo belangrijk: ik wil vooral lokale reststromen gebruiken. Dát is nog een flinke uitdaging, want die zijn er nauwelijks of alleen in pieken. En ik wil mijn klanten het hele jaar gebakken wortel- of bietjessnacks aan kunnen bieden. We verkopen inmiddels aan veertig landen, ook aan de grootste supermarkten in Nederland, en zetten de eerste stappen naar supermarktketen Walmart in Amerika.”

Florus Zwartbol
Florus Zwartbol. Beeld: Floor Foods

Breng fabrikanten en boeren samen

Florus ziet een belangrijke rol weggelegd voor de Provincie Zeeland, maar ook voor Innovatiepunt KAAP (hierover later meer, red.) om partijen samen te brengen. “Het is altijd de eeuwige discussie van vraag en aanbod. Dus ik vraag als producent wat van de boer en de boer biedt iets aan wat soms helemaal niet past. Ontmoet elkaar. Leer elkaars verhaal kennen. Waar we naartoe moeten, als je het hebt over voedselzekerheid en -verspilling, is dat we met de boeren een teeltprogramma opzetten waar we met z’n allen uit kunnen putten. Boeren kunnen rode bieten verbouwen of noem maar op. Die heeft conservenfabrikant Coroos nodig, maar ook de chutneyboer om de hoek en de makers van Searoop. Dan zijn reststromen geen issue meer. Zo heeft de boer ook honderd procent opbrengstgarantie. Mét een korte transportketen. Want dat heen en weer rijden en vliegen is totaal niet . En wat ik dan als import-Zeeuw extra leuk vind, is dat we de eurootjes allemaal in Zeeland houden. Als we dit met elkaar doen, lokaal en dichtbij huis, dan hebben we er allemaal wat aan. Dat is toch de ideale wereld? En het kan hier hè, dat vind ik zo geinig. Als je in Rotterdam zit, dan kan je niet zeggen: jongens, we gaan eens even tien hectare vrijmaken. Die grond is peperduur. Maar hier in Zeeland hebben we gewoon de ruimte om het te doen. Laat zien dat we voor heel Nederland een voorbeeld zijn op dit gebied. Ik geloof echt dat we het kunnen!”

Breng je innovatie tot leven

Langs het spoor in Vlissingen vind je Innovatiepunt KAAP waar je nieuwe producten, processen of technieken kan ontwikkelen, testen en demonstreren op het gebied van energie, voedsel en water. We spreken Nienke Dekkers, projectleider Food bij KAAP en Marlon Baarends, directeur bij de ondernemers- en innovatiehub Dockwize in Vlissingen.

Nienke Dekkers en Marlon Baarends
Nienke (links) en Marlon in het proeflokaal

“KAAP is een plek van iedereen en die willen we ook met iedereen vormgeven. Op het thema food ontwikkelen we nu een goede basiskeuken, met daarnaast een proefproductieruimte waar je testopstellingen kunt plaatsen,” vertelt Nienke. “Daarmee houden we de flexibiliteit en de ruimte om ons aan te passen aan de vraag vanuit de omgeving. Waar ondernemers en onderwijs de ruimte krijgen om met projecten en ideeën te komen die passen of passend zijn te maken en waarvoor we misschien nog apparatuur moeten aanschaffen.” Marlon vult haar aan: “Het is goed om te ontwikkelen vanuit de vraagkant in plaats van iets te ontwikkelen wat misschien helemaal niet werkt. Bevestig die marktvragen en dan komen de kansen vanzelf voorbij. We krijgen de eerste aanvragen al binnen om een product te willen testen of een workshop te geven.” De verwachting is dat de keuken na de zomer klaar is.

Beiden zien dat er een groot netwerk is aan foodbedrijven in Zeeland en herkennen het signaal dat Florus geeft. Marlon: “Ze weten inderdaad lang nog niet altijd van elkaar waar iedereen mee bezig is. We zien in Innovatiepunt KAAP een mooie plek waar je kennis en inspiratie samen kunt brengen. KAAP is een open plek, van niemand in het bijzonder. Deze plek kan ervoor zorgen dat innovatieprocessen elkaar versterken en versnellen. Oplossingen en kansen zijn vaak dichterbij dan je denkt. Dat is de kracht van elkaar hier ontmoeten.”

Oproep van Nienke Dekkers, projectleider KAAP I FOOD

“Ben je bezig met het ontwikkelen van nieuwe producten, loop je ergens tegenaan of heb je juist iets ontdekt en wil je dat laten zien? Dan geven we dat bij Innovatiepunt KAAP een podium. Vanuit het drieluik ontwikkelen, testen en demonstreren kunnen we heel veel dingen een plek geven of verder helpen.” Kijk voor meer informatie op: www.innovatiepunt-kaap.nl of neem contact op met nienkedekkers@dockwize.nl.

Proeven en beleven

Opleidingscentrum Scalda heeft altijd al oog gehad voor streekproducten en innovatieve technieken in de keuken. We spreken Michiel Hardy, behalve vakdocent horeca ook ontwikkelaar van nieuwe gerechten, en Eline Stoel, docent en coördinator van het practoraat (onderzoeksplatform) Voedsel. Dat is onderdeel van het Delta Climate Center, het Zeeuwse samenwerkingsverband van onderwijs- en onderzoeksinstellingen op het gebied van voedsel, water en energie.

Michiel Hardy, Eline Stoel en horecastudent Stef
Horecastudent Stef, Michiel (m) en Eline
Fileren van gekweekte vis
Aquacultuur en het leren fileren van gekweekte meervallen

Michiel: “Heb je het over vegetarisch, veganistisch of plantaardig, dan zeggen studenten vaak: geef mij maar een stukje vlees.” Hij wil ze leren dat het anders kan. Wat het verhaal is achter nieuwe producten, hoe ze kunnen worden toegepast en dat het resultaat smaakvol en lekker is. Eline: “We kunnen van alles bedenken, maar zolang het niet smaakvol is of niet goed is voor ons gaat het niet gegeten worden. Daarom is naast de opleiding aquacultuur, waar ze met teelten en kweek bezig zijn, en de horecaopleidingen, ook de laboratoriumopleiding van belang. Hier wordt nu onderzoek gedaan naar aminozuurprofielen. Dat doen we samen met de HZ University of Applied Sciences en daar kunnen we veel van leren als het gaat om welke grondstoffen we het beste met elkaar kunnen combineren om ervoor te zorgen dat we een volwaardig product krijgen ten opzichte van vlees. Het moet goed zijn voor ons en voldoende bouwstoffen bevatten om gezond en fit door het leven te gaan.”

Met kleine stapjes

Bij Scalda leren tweedejaars scholieren van het voortgezet onderwijs onder meer de geheimen van de Seaburger van Rem van den Bosch. Michiel: “Met kleine stapjes willen ze laten ervaren hoe lekker een culinaire burger zonder vlees of vis smaakt en hoe ze die zelf kunnen bereiden. Kook- en bereidingstechnieken vergen veel aandacht in de horeca-opleidingen. Koken met kikkererwtensap, bijvoorbeeld, kent een heel andere manier van werken, kloppen en bereiden dan met dierlijke eiwitten. Zo zijn we nu ook aan het experimenteren met kort fermenteren van ingrediënten, zoals hier de roomkaas. Die veranderingen vragen om het vervangen van recepturen uit de klassieke keuken. Het practoraat brengt ons deze kennis en vaardigheden. We geloven in de kracht van samenwerking en en in Zeeland hebben we dat allemaal in huis.”