De Provincie (Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten, de Provinciale heffings- of invorderingsambtenaar of de commissaris van de Koning) neemt onder andere besluiten over vergunningen, ontheffingen, subsidies, plannen en maatregelen. Meestal kunt u daartegen bezwaar maken. Als de Provincie dan uw bezwaren geheel of gedeeltelijk ongegrond verklaart, kunt u daar meestal nog beroep tegen instellen. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is geregeld hoe u dit kunt doen. Soms kunt u ook beroep instellen zonder dat er een bezwaarprocedure aan vooraf is gegaan.

Hoe stelt u beroep in?

Beroep instellen doet u door een beroepschrift in te dienen. Dit is een brief waarin u uitlegt waarom u het niet eens bent met de beslissing van de Provincie.

In de beslissing op uw bezwaarschrift (of ander besluit) vermeldt de Provincie of u beroep kunt instellen en bij wie u dat kunt doen. Meestal is dat bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda, ter attentie van het Team bestuursrecht. Soms moet u het beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in Den Haag. Die afwijkende procedure geldt bijvoorbeeld voor beslissingen op het terrein van de ruimtelijke ordening en bij veel milieuzaken.

Dien uw beroepschrift zo mogelijk in tweevoud in. Stuur zo mogelijk ook een kopie van het besluit van de Provincie mee. Wilt u nog meer stukken meesturen, dan is het handig ook die in tweevoud mee te sturen.

Uw beroepschrift moet binnen zes weken na de dag van bekendmaking van het besluit door de rechter zijn ontvangen. Op het besluit staat vaak een verzenddatum: één dag daarna begint de termijn van zes weken. Is uw beroepschrift niet binnen zes weken bij de rechtbank, dan verspeelt u in principe uw recht om beroep in te stellen. Als u uw beroepschrift aangetekend verstuurd, kunt u aantonen dat u het op tijd heeft verzonden.

Voorlopige voorziening

Tijdens de beroepsprocedure blijft het door de Provincie genomen besluit van kracht. Het kan zijn dat dit onherstelbare gevolgen voor u heeft. U kunt dan – tegelijk met uw beroepschrift of tijdens de beroepsprocedure – een voorlopige voorziening vragen aan de rechtbank waar u in beroep gaat of bent gegaan. De rechter beoordeelt dan of een speciale regeling getroffen moet worden voor de periode dat uw beroepschrift in behandeling is.

Griffierecht

Als u beroep instelt of een voorlopige voorziening vraagt, moet u griffierecht betalen. Actuele tarieven vindt u op www.rechtspraak.nl. Vraagt u ook om een voorlopige voorziening, dan moet u tweemaal griffierecht betalen. De griffier stuurt u een nota. Het bedrag voor het instellen van beroep moet u binnen vier weken betalen en bij een voorlopige voorziening binnen twee weken. Wacht dus niet te lang met betalen, anders wordt uw beroepschrift of verzoek om voorlopige voorziening niet in behandeling genomen. 

Als de rechtbank u in het gelijk stelt, krijgt u het griffierecht terug van de Provincie.

Iemand machtigen of een advocaat nemen

U bent niet verplicht een advocaat in te schakelen. Het mag natuurlijk wel. Ook kunt u iemand machtigen om namens u beroep in te stellen. Is uw vertegenwoordiger geen advocaat, dan moet u de persoon schriftelijk machtigen. Deze machtiging moet u meesturen met uw beroepschrift.

Behandeling van het beroepschrift

De rechter vraagt alle stukken op bij de Provincie. Daarna onderzoekt de rechter de zaak. Deze fase heet het vooronderzoek. Het is mogelijk dat de rechter u in deze fase oproept. De rechter kan na het vooronderzoek op basis van de stukken beslissen dat uw beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of kennelijk gegrond is. Ook kan de rechter beslissen dat de rechtbank kennelijk onbevoegd is, bijvoorbeeld als uw zaak bij een andere rechter moet worden behandeld.

Oneens met beslissing na vooronderzoek

Als de rechter op basis van de stukken een beslissing neemt en u het niet eens bent met die beslissing, kunt u in verzet gaan. U moet dan binnen zes weken een verzetschrift indienen bij de rechtbank die deze beslissing heeft genomen. In een verzetschrift geeft u in ieder geval uw naam, adres, handtekening, de reden dat u in verzet gaat en wat volgens u de beslissing had moeten zijn. Voor verzet bent u geen griffiegeld verschuldigd.

Beslissing op het beroepschrift

Na het vooronderzoek kan de rechtbank u oproepen uw standpunt op een hoorzitting te verduidelijken. Wilt u getuigen of deskundigen naar de zitting laten komen, dan moet u dit ten minste een week voor de dag van de zitting aan de rechter en de andere partijen doorgeven. U wordt hier in de uitnodiging op gewezen. Na een behandeling op een zitting volgt een uitspraak.

Oneens met de beslissing

In veel gevallen kunt u als u het niet eens bent met de beslissing van de rechter in hoger beroep gaan. Dit moet binnen zes weken. U moet dan een beroepschrift sturen. In de beslissing van de rechter kunt u lezen aan welke rechter u uw beroepschrift kunt adresseren.

In hoger beroep wordt uw zaak over het algemeen behandeld in een openbare zitting. U krijgt een uitnodiging daarvoor, zodat de zaak kan worden toegelicht. Ook in hoger beroep bent u niet verplicht een advocaat in de arm te nemen. U doet er wel goed aan, als u erover denkt in hoger beroep te gaan, advies te vragen aan iemand die rechtsbijstand verleent. Zo iemand kan u vertellen of het in uw geval zin heeft in hoger beroep te gaan.

Als u in hoger beroep gaat, moet u griffierecht betalen. Wordt u in het gelijk gesteld, dan krijgt u het griffierecht terug van de Provincie.

Meer informatie

Voor meer informatie over beroep instellen kunt u terecht bij de rechterlijke instantie waar u het (hoger) beroep wilt instellen. Contactgegevens van rechtbanken en de Raad van State vindt u op www.rechtspraak.nl

Contact

U kunt ook contact opnemen met de afdeling Juridisch, Inkoop en Subsidies van de Provincie Zeeland, telefoonnummer +31 118 631254 / 631319 of met de behandelend ambtenaar van het besluit.