Van reststroom naar nieuwe kansen
Een klein zetje kan het verschil maken. In IN ZEELAND schrijven we over inspirerende projecten die met steun van de overheid zijn opgezet. Deze keer: het project ‘Meer met Maïs’.
Bij de verwerking van zoete maïs blijft veel materiaal over dat niet op het bord van de consument terechtkomt. Denk aan bladeren, kopjes, kontjes en maispulp. Binnen het project ‘Meer met Maïs’ onderzoeken partners hoe deze reststroom beter benut kan worden. Projectleider Friek van Helden werkt hiervoor samen met initiatiefnemer Farm Pack in Kapelle, dat jaarlijks grote hoeveelheden maïskolven verwerkt voor de voedselindustrie. De aanleiding was duidelijk. “Aan die kopjes en kontjes zit nog goede maïs die bedoeld is om te eten,” vertelt Van Helden. “Dan is het zonde als dat alleen naar veevoer gaat.”
Voor het project kregen de partners subsidie vanuit Zeeland in Stroomversnelling. Deze regeling ondersteunt innovatieve en duurzame initiatieven in de provincie. “Die subsidie gaf ons echt een duw in de rug,” zegt Van Helden. “Het helpt om tijd en geld vrij te maken voor pionierswerk dat om gerichte aandacht vraagt. Het is niet een project dat je er zo even bij doet als organisatie.”
Van bier tot bioplastics
In korte tijd zijn veel verschillende testen uitgevoerd. Zo onderzoekt Biorefinery Solutions of ze uit de reststroom vezels, eiwitten en siropen kunnen halen die van waarde zijn voor de food-ingrediëntenmarkt. Lokale bedrijven zoals Dutch Bargain en Holy Spiritus maakten al proefbatches bier, jenever en gin van de maïsresten.
Andere partners keken naar toepassingen in plantaardige vezels voor vleesvervangers en hybride vleesproducten. Ook biobased toepassingen kwamen aan bod. Samen met MNext (samenwerking tussen Avans Hogeschool Breda en HZ University of Applied Sciences) werd onderzocht of de reststroom geschikt is voor biobased materialen. Samen met Millvision wordt er gekeken of er van de bladeren papier/karton gemaakt kan worden. Niet elke test was succesvol. Sommige toepassingen bleken technisch lastig of economisch niet haalbaar. Toch gaan meerdere trajecten door. “We zien nu duidelijk waar de echte potentie zit,” zegt Van Helden. “We kunnen nu weer gerichter keuzes maken.”
Op weg naar een circulaire keten
Het project staat nog in de pioniersfase, maar de ambitie is groot. De partners willen stap voor stap steeds meer volume van de reststroom hoger verwaarden en zo toewerken naar een circulaire keten. Lokale producten zoals bier en gin zijn een goede start, maar de grootste impact wordt verwacht van toepassingen in vleesproducten en biobased materialen.
De stip op de horizon is helder. “Het zou mooi zijn als we over vijf jaar kunnen zeggen dat deze hele stroom een nieuwe bestemming heeft gekregen,” aldus Van Helden. “Dat we er meer waarde uit halen dan nu en laten zien wat er met reststromen mogelijk is.”