Zeeland en de strijd om elke druppel zoet water
De banden van de tractor knisperen over de harde Zeeuwse klei. Het is januari, maar de akker oogt alsof er een lange, droge zomer achter de rug is. “Dit zou normaal niet moeten kunnen,” zegt gedeputeerde Arno Vael, terwijl hij over het land uitkijkt. De cijfers bevestigen het beeld: Zeeland kampt structureel met droogte.
Met een neerslagtekort van bijna 400 millimeter ging 2025 de boeken in als een van de droogste jaren ooit gemeten. Ook 2026 begon uitzonderlijk droog. Het KNMI houdt het neerslagtekort inmiddels jaarrond bij. Waar elders in Nederland soms wateroverlast is, heeft Zeeland juist steeds vaker te maken met langdurige droogte.
Toch ziet Vael vooral kansen. “De Zeeuwse kleigrond is van topkwaliteit,” zegt hij. “Maar zonder zoet water verandert die grond in beton. Dan groeit er niets. Daarom moeten we vooruitkijken.”
Bij de Bathse Spuisluis wordt duidelijk hoe complex het vraagstuk is. Tijdens laagwater stromen hier soms miljoenen liters zoet water per minuut richting de Westerschelde. Tegelijkertijd is het in droge zomers soms noodzakelijk om water aan te voeren naar boeren op Schouwen-Duiveland en Walcheren. “Dat laat zien dat we slimmer moeten omgaan met het water dat we hebben,” aldus Vael. De Provincie werkt aan een driesporenaanpak.
Spoor 1: zelf doen wat kan
Water vasthouden, bufferen en hergebruiken. Boeren investeren steeds vaker in zoetwaterbassins. In polders bij Wolphaartsdijk wordt onderzocht hoe winterwater ondergronds kan worden opgeslagen in diepe zandlagen onder een afsluitende kleilaag. Zo kan in natte tijden water worden ‘geoogst’ voor gebruik in droge perioden.
Spoor 2: aanvoer waar nodig
Aanvullend wordt verkend hoe in de winterperiode extra zoet water kan worden aangevoerd, bijvoorbeeld via leidingen. Daarbij speelt het Volkerak-Zoommeer een belangrijke rol als zoetwaterbuffer voor de regio.
Spoor 3: vooruitkijken naar de lange termijn
Door zeespiegelstijging en veranderende rivierafvoeren moet Nederland nadenken over de inrichting van het hoofdwatersysteem. In dat grotere gesprek kan ook de optie van een zoete Grevelingen als regionale buffer worden meegenomen. “Een gezonde Delta staat altijd voorop,” benadrukt Vael. Ook ondernemers dragen bij, van landbouwers tot recreatiebedrijven die water hergebruiken. “Net als een boer een bouwplan maakt voor zijn gewassen, moeten wij een plan maken voor het oogsten van water,” zegt Vael.
De boodschap is helder: elke druppel telt. Alleen door vasthouden, aanvullen en vooruitdenken blijft Zeeland een sterke en toekomstbestendige Delta.